Wij zijn ecosystemen

Gepubliceerd op 18 oktober 2021 om 14:57

Voorjaarssalade met oesterzwammen


Soms verandert een verhaal je wereldbeeld zo dat je ook je zelfbeeld moet overschilderen. Zoals Peter Wohllebens 'Het verborgen leven van bomen', het boek waarin hij uitlegt dat bomen via een ondergronds netwerk van schimmels water en voedingsstoffen uitwisselen, het Wood Wide Web.

Een beukenboom met gebrek aan kalium, krijgt via broer beuk een eind verderop, een pakketje kalium via de bezorgdienst van de ondergrondse schimmelnetwerken. Sinds dat fascinerend verhaal is geen bos meer hetzelfde. Waar ik vroeger vooral individuele bomen zag staan, elkaar hoogstens betastend via rankende takken, blijk ik nu tijdens een boswandeling in een gemeenschap van smoezende bomen te lopen. Buiten beeld doen ze allerlei geheimzinnigs, misschien ook wel met mij als wandelaar. En wie zijn nu eigenlijk hier de hoofdrolspelers? 

De schimmels, denk ik na lezing van een nieuw verhaal, dat de verwondering over de absurde complexiteit van het leven verder heeft aangewakkerd. Merlin Sheldrake vertelt in 'Verweven leven - de verborgen wereld van schimmels' dat het grootse organisme ter wereld een sombere honingzwam is in de Amerikaanse staat Oregon, in zo'n 2400 jaar ondergronds uitgegroeid over negen vierkante kilometer en honderdduizenden kilo's zwaar. Negentig procent van de planten leeft dankzij mycorrhyzaschimels, die bodemnutriënten opneembaar maken voor plantenwortels. Zonder schimmels, geen planten en dus ook geen mensen. Ze huizen in elke krocht van ons lichaam. In je kruin andere dan in kruis, in je darmkanaal weer andere dan in je ogen, oren en mond. Dankzij die meer dan veertig triljoen lichaamsmicroben, ademen we zuurstof, verteren we voedsel, beschermen we ons tegen ziekten en platen. 


'Wij zijn ons brein' zei ooit een hersenwetenschapper. Ha, ha, ik hoor diens voetschimmels al gniffelen over zijn hoogmoed. Wij zijn ecosystemen, die uiteindelijk weer worden afgebroken door een ecologie van microben. Waar beginnen we zelf en waar houden we op? Toen zijn boek van de drukker kwam, maakte Merlin Sheldrake een exemplaar vochtig, liet het mycelium van de Pleurotrus osteatrus er in groeien en toen die na verloop van tijd volwassen exemplaren van de oesterzwam leverde (te zien op YouTube), sneed hij een maaltje van de zwammen van het boek, bakte die met wat knoflook en at zo nogal letterlijk van zijn zelf bereide leesvoer.

 

Ingrediënten

 

* 500 gram oesterzwammen

* bosje raapstelen

*2 rode paprika's

* bosje lente uitjes

* 1/2 eetlepel citroensap

*  1/2 eetlepel ketjap manis

* theelepel mosterd 

*  1 teentje knoflook

* mespunt sambal 

* twee eetlepels sesamzaa

*zonnebloemolie

*korianderblad

 

Bereiding

Snijd de paprika's in lange dunne repen en bak ze in de olie tot ze zacht zijn. Haal ze uit de pan. Snijd de oesterzwammen in repen en bak drie minuten tot vier minuten op een hoog vuur in de olie waarin je de paprika hebt gebakken. Was de raapstelen, droog ze en snipper het bosje fijn. Snijdt ook de bosuitjes fijn. Rooster het sesamzaad in een droge koekenpan. Klop een dressing van de citroensap, ketjap, mosterd, olie en roer er de uitgeknepen knoflook en sambal door. Meng oesterzwammen met de raapstelen, paprika en bosuitjes. Schep de dressing er door en strooi de sesamzaad en het fijngesneden korianderblad er over. 


Gepubliceerd in Down to Earth Magazine, april-mei 2021


«   »