Het insectenkookboek


Wat we wel of niet lekker vinden is onder andere cultureel bepaald. Dat realiseer je je weer eens als je Het Insectenkookboek leest. Onze eerste reactie bij het idee om insecten in onze mond te stoppen, is er eentje van afweer, weerzin zelfs.  Maar gebakken mier smaakt een beetje naar chips, weet ik uit ervaring. Tachtig procent van de wereldbevolking eet wél insecten. Mexicanen vinden gepofte mieren heerlijk en in Japan smullen ze van wespen. Wat is anatomisch gezien eigenlijk ook het verschil tussen een garnaal en een sprinkhaan? Een kwestie van wennen dus. Omdat insecten een eiwitbron zijn, wordt het steeds vaker gezien als een alternatief voor vlees, dat vaak een niet zo duurzame weg heeft afgelegd, voordat het op ons bord ligt. Vandaar dat Stichting Doen het de moeite waard vond om het eerste Nederlandse insectenkookboek te sponsoren, geschreven door twee hoogleraren en een kookdocent. Behalve recepten veel wetenswaardigheden, interview met koks, kwekers, voedingsdeskundigen en foto’s van insecten en insecteneters over de hele wereld. Inmiddels zijn er verschillende Nederlandse insectenkwekers en enkele winkels waar ze te koop zijn. Maar toch nog niet zoveel. Dat is wel lastig als je er zélf mee aan de slag wilt. Want aan zelf vangen of kweken van insecten, waagt ook dit boek zich niet.

Het insectenkookboek, Arnold van Huis, Henk van Gurp, Marcel Dicke, Uitgeverij Atlas ISBN  978 90 450 20310, € 24,95

Gepubliceerd in Genoeg, augustus-september 2012