De grote voedselverleiding


‘Het is geen zelfhulpboek’, waarschuwt hoogleraar psychologie Denise de Ridder in het voorwoord. Toch is ‘De grote voedselverleiding’ zeker ook een aanrader voor de helft van de Nederlanders die te dik is en het tweederde dat wel eens aan de lijn doet. Want het biedt heel veel waardevolle en bruikbare (zelf)inzichten. Lijnen heeft bijvoorbeeld geen enkele zin, blijkt uit onderzoek: niet voor dunne mensen, niet voor dikke mensen. Aanvankelijk is er wat gewichtsverlies, maar de meeste lijners zitten na verloop van tijd weer op hun oude gewicht, vaak ook daar overheen. En zijn daarmee verder van huis: eten wordt niet met plezier, maar met schuld geassocieerd.

We leven in een ‘obesogene’ samenleving: we eten niet omdat we honger hebben of omdat we iets lekker vinden, maar domweg omdat het er is, in voortdurende calorierijke overvloed. Alleen vertrouwen op ‘wilskracht’ of ‘goede voornemens’, werkt niet om die verleidingen te weerstaan, laat De Ridder aan de hand van allerlei onderzoeken zien. Ook het met ‘light’ ‘weinig vet’ of ‘gezonde keuze’ aanprijzen van producten werkt averechts: van ‘low fat’ M&M’s eten mensen 50 procent méér dan van de ‘gewone’ variant van deze chocoladesnoepjes: ze zijn toch gezond, is dan het achterliggende idee. Wat helpt dan wel? ‘Nudging’, oftewel vrijwillige duwtjes in de goede richting. Als voor de vette snacks in de kantine ietsje verder moet worden gelopen dan voor iets gezonds, dan kopen mensen het veel minder dan als het voor het grijpen ligt. Maar het zijn druppels op een gloeiende plaat, erkent ook De Ridder. Eigenlijk helpt alleen een volledig andere systeem van voedsel produceren of sterker nog: een economie van het genoeg. Maar die conclusie durft ze niet te trekken.

Denise de Ridder, De grote voedselverleiding – Over de psychologie van het eten, ISBN 978 90 351 36342, € 16,95


Gepubliceerd in Genoeg, april-mei 2012