Groente genoeg

Van mijn eerste vegetarische kookboek mocht ik geen alcohol drinken. Bovendien stonden er wel erg veel gerechten in met zware volkoren granen. Het boek staat nog steeds in de keuken, wordt af en toe geraadpleegd, maar is toch naar de achtergrond verdwenen. Hoe anders is het boek Plenty, van de Israëlisch-Londense kok en restaurateur Yotam Ottolenghi. Met zijn boek kan het woord ‘vegetarisme’ worden afgeschaft. Want het koken met groenten oogt er zó aantrekkelijk, lekker, smakelijk, dat ‘vlees’ niet bij je opkomt. Pas later als je er in gelezen, uit gekookt, van gegeten hebt, kan het zijn dat je plotseling opvalt: goh, er komt geen vlees aan te pas. Zo moet vegetarisch koken zijn: lekker van zichzelf, zonder dat het iets hoeft te vervangen. En dat terwijl Ottolenghi zelf niet eens vegetariër is. Of misschien juist daarom wel. En misschien komt het ook door de invloeden uit Italië en het Midden-Oosten, waar ze niet zo vlezig zijn als hier of als in Frankrijk. Gekarameliseerde venkel met geitenkaas, salade van peulvruchten met mosterdzaad en dragon, aardperen met manouri en basilicumolie. Om maar eens wat te noemen. Heldere uitleg, goed te doen, inspirerend.


Yotam Ottolenghi, Plenty – Groente genoeg om héél lekker te koken, Fontaine Uitgevers, ISBN 978 90 5956379, € 29,95


Gepubliceerd in Genoeg, oktober-november 2011