Het bedwongen bos

Nederlanders en hun natuur

Dat kom je niet vaak tegen: een boek over Nederlandse natuur en natuurbeleving dat toegankelijk, journalistiek en levendig is geschreven – bij tijd en wijle zelfs humoristisch - én toch diepgravend is. Het Bedwongen Bos – Nederlanders en hun natuur, is zo’n boek. Het is dan ook van de hand van Dik van der Meulen, die in 2003 de AKO-literatuurprijs won voor zijn biografie van Multatuli.

Het Bedwongen Bos is letterlijk een wandeling door de Nederlandse natuur van vroeger en nu. Van het omhakken van de heilige Donareik door Bonifatius in 723, en de sloop in 1870 van het Beekbergerwoud - het laatste Nederlandse oerbos - tot de geschiedenis van Verkadealbums van Jac.P. Thijsse, zijn reddingsactie voor het Naardermeer en de Schotse Hooglanders in de huidige Oostvaardersplassen. Letterlijk, omdat Van der Meulen, te voet, per fiets of openbaar vervoer op heel veel plekken in Nederland is gaan rondkijken. De plek waar ooit het Beekbergerwoud was bijvoorbeeld, vlak onder Apeldoorn. Daar probeert het in 1905 door Thijsse opgerichte Natuurmonumenten manmoedig de overgebleven plukjes natuur te handhaven in de strijd tegen verstedelijking en verkeer. Zelfs over de grens, in het laatste Europese Oerbos Bialowieza, en Zweden, op zoek naar wolven, gaat Van der Meulen kijken. Om de Nederlandse omgang met de natuur beter te begrijpen, met name de trend om ‘nieuwe natuur’ aan te leggen, inclusief misschien wel weer huilende wolven.

Van de Meulen ploegde ook nog eens een massa boeken, rapporten en archieven door. Zonder dat hij er een omgevallen boekenkast van maakte. Want hij weet te componeren en verluchtigt zijn verhaal met veel letterkundige citaten. Daarmee is Bedwongen Bos ook een literatuurgeschiedenis van de Nederlandse natuur. Waarbij mooie lijntjes worden geopenbaard. Jac. P. Thijsse leende bijvoorbeeld zijn exemplaar van het boek Walden van de Amerikaanse schrijver Thoreau uit aan schrijver Frederik van Eeden, die het inspireerde tot zijn eigen ‘sociaal-ecologische’ commune Walden. In een liber amoricum voor Van Eeden schreef Thijsse dat Thoreau’s werk ‘met de grootste stelligheid’ heeft bijgedragen aan het beschermen van flora en fauna in Nederland. Thijsse op zijn beurt inspireerde weer andere schrijvers als Jan Wolkers en Hans Warren.

Als er dan toch een omissie valt te melden dan is dat het volledig ontbreken van het werk van de filosoof die de Nederlandse natuur het meest diepgravend heeft onderzocht, Ton Lemaire (Filosofie van het landschap, Binnenwegen, Met Open Zinnen, Op de vleugels van de Ziel). En ten slotte zou je willen horen: hoe moeten we verder met onze natuur? Misschien dat Van der Meulen het ook niet weet. Hij constateert dat de economie het telkens weer wint van de natuur. ‘En toch, het had nóg erger kunnen zijn.’

Het bedwongen bos – Nederlanders en hun natuur, Dik van der Meulen, Uitgeverij Boom/Sun, ISBN 9789085067047, € 24,50


Gepubliceerd in Milieudefensie Magazine, 2010