Echt eten met Michael Pollan

De Amerikaanse voedseljournalist Michael Pollan was eventjes in Nederland. Zijn populariteit is mede te danken aan de snel groeiende Amerikaanse beweging voor lokale voedselvoorziening. “Ik heb gehoord dat Obama bij het Witte Huis een groentetuin wil aanleggen.”


Wat eten we als Michael Pollan komt? Daar was goed over nagedacht door De Arbeiderspers, de Nederlandse uitgever van Pollans boek ‘Een pleidooi voor echt eten’. Want de perslunch die onlangs met de Amerikaan Pollan was georganiseerd, ten kantore van De Arbeiderspers, voorzag in smakelijke en verantwoorde Nederlandse kazen, boter, broodjes, visquiche, salade en witte wijn. Pollans laatste boeken (in het vorige, ‘The Onivore’s Dilemma’, traceert hij de herkomst van drie uiteenlopende maaltijden) worden flink gelezen in de Verenigde Staten. Misschien vanwege zijn uiteindelijk eenvoudige advies: ‘Echt eten, niet te veel, vooral planten’. Waarbij ‘echt eten’ neerkomt op ‘alleen als je (over)grootmoeder het als eten zou hebben herkend’. Aan dat advies ligt een grondige analyse ten grondslag, waarbij Pollan het onder Amerikanen epidemische overgewicht, de klimaat- en energiecrisis met elkaar in verband brengt. Zijn oplossing: een landbouwsysteem dat niet langer op fossiele brandstoffen, maar zonne-energie draait. En dus vooral lokaal en regionaal voedsel produceert. Extra politieke lading kregen Pollans ideeën doordat hij ze vorig jaar ontvouwde aan (toen nog toekomstige) president Obama in zijn ‘Open brief aan de volgende ‘Farmer in Chief’. Met als meest concrete suggestie: spit een deel van het gazon van het Witte Huis voor een biologische groenten- en fruittuin.

Maar heeft Pollan eigenlijk zélf nog wel tijd om aardappels te verbouwen? Gezien het enorme publiciteitscircus waarin hij in de VS en Europa is verzeild geraakt: hij komt net uit Berlijn voor de Europese première van de documentaire ‘Food,inc.’ waaraan hij heeft meegewerkt, gaf een masterclass bij de Triodosbank met vertegenwoordigers van de Nederlandse voedselwereld en vliegt morgen al weer door naar Spanje. Pollan lacht: “Meestal doe ik een periode dit soort werk en ben dan weer een periode vooral thuis. Ik ben net begonnen met planten. Geen aardappels trouwens, maar ‘fado-bonen. Een van mijn favorieten: daar kun je ook de bladeren van eten.”
“Tuinieren is een van mijn favoriete bezigheden. Mijn eerste boek, ‘Second Nature: a gardener’s education’, ging er ook over. Het is iets heel krachtigs. Economisch, omdat je op een klein stukje grond een opmerkelijke hoeveelheid voedsel kunt verbouwen. Dat van mij levert genoeg komkommers om weg te geven. Wat meer contact met de buren oplevert.” In het dagelijkse leven, vertelt Pollan, voelen we ons vaak hulpeloos, zo afhankelijk als we zijn van de olie-industrie. “We zijn er niet aan gewend helemaal op ons zelf te vertrouwen, gebruik te maken van je lichaamskracht. Maar het voelt zó goed.” En er ligt een groot potentieel in de Verenigde Staten: “Als je ziet wat er een enorme oppervlakte aan gazon is, dat allemaal zonne-energie ontvangt.” Energie die te gebruiken zou zijn voor de teelt van de zo broodnodige verse groenten en fruit. Maar kom de Amerikanen niet aan hun gazon! Vandaar dat het goede voorbeeld van de First Family, heel wat zou kunnen uitrichten. “Ik heb het gerucht gehoord – van een bron die ik niet openbaar maak – dat er vanuit het Witte Huis plannen zijn om in het voorjaar een moestuin aan te leggen”, vertelt Pollan.

Hoe zit het met zijn meer politieke en verstrekkende ideeën, heeft Obama daar al op gereageerd? Zoals zijn voorstel om niet langer bulk en monoculturen te subsidiëren, maar kwaliteit en diversiteit? Om er voor te zorgen dat er méér boeren komen, in plaats van steeds minder, omdat duurzame landbouw nu eenmaal arbeidsintensiever is? Om de regels te veranderen, zodat niet langer de fastfood wordt bevoordeeld, maar de ambachtelijke kleinschalige voedselverwerkers? Pollan vertelt dat Obama in een interview met Time Magazine een prachtige samenvatting gaf van zijn open brief . “Een republikeinse senator greep dat vervolgens aan om te beweren dat Obama de boeren de schuld geeft van overgewicht, klimaatverandering en de energiecrisis.” Waarop een woordvoerder van Obama liet weten, dat die slechts Pollan’s woorden had samengevat. “Dus: we moeten afwachten hoeveel politieke krediet Obama bereid is in de landbouw te steken. Er is een groot verschil tussen woorden en actie.” Maar het stemde Pollan hoopvol dat de nieuwe staatssecretaris van landbouw een pleidooi hield voor schooltuinen. “Het zal niet makkelijk worden. De tegenstand van de agrobusiness zal enorm zijn. Cargill (agrochemisch bedrijf, ook actief in Nederland, MB) is een van de best georganiseerde lobbies in de Verenigde Staten.”

Hoe die tegenstand het hoofd te bieden? “Met een sociale beweging. Een vriend van me vroeg Obama hoe hij tegen alternatieve landbouw modellen aankeek. Waarop Obama antwoordde ‘Show me the movement.’ En die beweging is er: de Amerikaanse lokale, biologische voedselbeweging groeit als kool. Met inmiddels 4700 boerenmarkten is het een snelst groeiende onderdelen van de Amerikaanse voedselmarkt, er zijn 1500 initiatieven voor Community Supported Agriculture (een groenteabonnement) en de verkoop van groentezaden is, net als in Nederland, enorm gestegen. Pollans eigen populariteit hangt samen met die beweging: “Als ik nu een lezing houdt dan zitten er twee- tot drieduizend studenten in de zaal. Behoorlijk schokkende ervaring voor een journalist. Maar wat een geweldige politieke energie hangt er in zo’n zaal!”
Kritiek is er uiteraard ook op Pollans ideeën. Voorafgaand aan zijn komst naar Nederland, noemde hoogleraar Louise Fresco in het NRC-Handelsblad Pollan een “misleidende goeroe” en zijn ideeën “wetenschappelijke onzin”. Lokaal voedsel eten is volgens Fresco onmogelijk, omdat daarmee de steden niet gevoed kunnen worden. En Pollan miskent volgens haar de enorme wetenschappelijke vooruitgang. “Ik heb een vertaling van haar artikel gelezen. Ze legt me dingen in de mond die ik niet heb gezegd. Ik zeg: regionaliseer de voedselproductie, voor zover dat kan. Vroeger werd New York gevoed door de landbouw in New Jersey. Dat kan nu niet meer, want New Jersey is volgebouwd.” En wat is lokaal en regionaal? “Ik weet het niet. Ik heb wel eens gezegd, alles wat binnen een dagje rustig rijden ligt. Ik wil ook helemaal niet terug naar vroeger, naar de pre-industriële tijd, maar naar de post-industriële landbouw, waarbij fossiele brandstof zoveel mogelijk uit het systeem is gehaald. En dat is helemaal niet achterlijk. Voor biologische landbouw moet je heel veel kennis hebben: de bodem begrijpen, begrijpen hoe insecten leven, een intelligente gewasrotatie toepassen.”
‘Duur en elitair’, is een van de ander verwijten richting Pollans ideeën: Die repliceert: “Overgewicht is geen probleem van de elite, maar van de armen. In de Amerikaanse voedselbeweging heb je de ‘people’s grocery’ die voedseltuinen aanlegt in de armste wijken en er kooklessen verzorgen. Whole Foods Market is inderdaad een dure (biologische, red.) supermarkt. Maar het is ook een kwestie van prioriteit. En je ziet bijvoorbeeld dat Hispanics en anderen uit de armere wijken daar voor hun feestdagen wél boodschappen doen. Zij weten de kwaliteit blijkbaar te waarderen.”
Biologisch is trouwens volgens Pollan niet zaligmakend. “Het wil zeggen dat het voldoet aan wat regeltjes, waarvan sommige zinnig zijn en andere niet.” En hij ziet ook dat een deel van de biologische landbouw tegenwoordig behoorlijk olie-afhankelijk is. “Het gaat om het onderliggende idee: verschuiving van olie naar de zon als energiebron.” Dat dat eigenlijk helemaal geen nieuw idee is, erkent hij volmondig. “In de jaren dertig en vervolgens zestig en zeventig van de vorige is dat ook al bedacht. Als we daar toen naar geluisterd hadden, waren nu onze problemen met overgewicht en klimaatverandering veel kleiner geweest.”


Gepubliceerd in Milieudefensie Magazine, maart 2009