“Hoe religieuzer, hoe meer feeling met natuur”

Bisschop Muskens wordt monnik

Bisschop Martinus Muskens heeft zich voorbereid op de dood en gaat het klooster in. De balans tussen mens en natuur is volgens hem zoek. “De mensen die de kost verdienen hebben geen ruimte meer om te leven, om te ademen, voor natuur, ruimte en rust.”

Het interview loopt op zijn einde. Het zonlicht schijnt door de wolken sigarenrook waarmee de werkkamer van Muskens zich in de loop van het gesprek heeft gevuld.
Wanneer stopt u eigenlijk als bisschop?
“Morgenmiddag om twaalf uur”, antwoordt Muskens.
“Je schrikt er van, hè?”, reageert de bisschop op mijn verbaasde blik.
Inderdaad. Eigenlijk een hele eer dus om u nu te interviewen, op uw laatste volledige werkdag als bisschop.
“Ja, onderschat het niet”, zegt hij met pretogen.

Op 2 februari 2008 begint Tiny Muskens (71) aan zijn ´vijfde leven´, zijn laatste, zoals hij het zelf zegt. De bisschop wordt monnik bij de benedictijnen in een klooster in het Brabantse Teteringen. De datum had hij al lang geleden aangekondigd. Zodat de Paus zich genoodzaakt zag vóór die tijd een moment te prikken waarop hij Muskens ontslag zou verlenen. Dat moment mag volgens kerkelijke traditie pas bekend worden gemaakt zodra het ontslag ingaat en bleek 31 oktober, twaalf uur te zijn geworden. De resterende tijd tot februari gebruikt Muskens voor een afscheidstournee door zijn bisdom, het wegdoen van zijn bezittingen en het roken van zijn laatste sigaren. “Monniken leggen de gelofte van armoede af. Dat betekent dat je belooft sober te leven, zonder eigen bezit. Daardoor kun je je concentreren op de kern, waar het echt om gaat: om geluk.” Zo legt Muskens uit in het boekje 'Opmaat tot eeuwigheid' dat een paar maanden geleden verscheen en veel wordt verkocht. Hij vraagt daarin “aandacht voor waarden die in onze huidige westerse cultuur uit de mode zijn: soberheid, stilte, ontvankelijkheid, gebed en aandacht voor de dood en het hiernamaals.”

In zijn 'vierde leven', dat in 1994 begon als bisschop van Breda, werd Martinus Muskens bekend als de eigenzinnige katholieke geestelijke die vond dat een arme een broodje mocht stelen om daarmee zijn kinderen te voeden. Die voor de KRO-tv tussen Amsterdamse zwervers op straat sliep. Die Allah een geschikte naam voor God vindt, altijd het rode AIDS-tekentje op zijn revers draagt en in sommige gevallen condooms zelfs verplicht vindt. Ondanks die voor de katholieke kerk nogal vrijzinnige opvattingen, is Muskens' leven vergroeid met die kerk: in zijn 'derde leven' was hij rector van het Nederlandse college in Rome, daarvoor priester in Indonesië, en hij werd als Brabantse boerenzoon geboren om de seminaries te doorlopen en priester te worden. Nu heeft hij geregeld dat hij begraven zal worden in het graf van zijn ouders in Elshout. En dat zijn mede-monniken op het moment dat hij de ziekenzalving ontvangt, zullen zingen: Veni Creator Spiritus, Kom Schepper Geest.

Op een wisselvallige herfstdag wordt pal voor het statige huis van de bisschop in het centrum van Breda, de biologische boerenmarkt gehouden. Een van Muskens twee huishoudsters doet de deur open. In de grote hal foto’s aan de muur van Muskens in T-shirt tussen Indonesische kinderen en in paars bisschoppengewaad de hand schuddend van Paus Benedictus VI. In zijn werkkamer grote geschilderde portretten van Muskens’ voorgangers en uitzicht op de tuin met drie imposante beuken. Enigszins schuifelend komt de bisschop de kamer binnen, zijn linkerarm schuin voor zich: die doet het niet goed meer sinds zijn twee herseninfarcten in 1999. Uitgebreid informeert Muskens naar de achtereenvolgende woonplaatsen van de interviewer, voordat er gelegenheid is voor het stellen van de eerste vragen.

Hebben milieu en religie wat met elkaar te maken?
“Zeker. Wij hebben een verantwoordelijkheid voor de schepping, dat is gewoon een bijbels gegeven. Paus Benedictus VI hield een tijdje geleden een openluchtmis waarin hij zei dat we 'we moedige keuzes moeten maken die leiden tot herstel van het sterke verbond tussen de mens en de aarde'.”

En maakt het voor het milieu ook nog wat uit wat voor religie je aanhangt?
“De principiële eenheid van alles met alles heb ik het sterkste ervaren tijdens mijn jarenlange verblijf in Indonesië en mijn reizen in Azië. De Aziatische religies hebben aandacht voor het evenwicht in de kosmos en de taak die mensen hebben om het evenwicht te bewaren. Het meest ver gaat het boeddhisme waarbij zelfs een vlieg en een mug worden gerespecteerd. Het boeddhisme is verwant aan het christendom omdat zij ook begint met de vraag naar de zin van het leven, lijden en dood.”

Zou een meer religieuze maatschappij een groenere maatschappij zijn?
“Dat weet ik niet. Dat is een hypothese. Wel is het zo dat hoe religieuzer, hoe fijngevoeliger, hoe meer feeling met de natuur. Niet alleen met de bomen, ook met de dieren. De bio-industrie is een onverantwoordelijke manier van omgaan met dieren. Het is niet alleen slecht voor de dieren, het zegt ook iets over onze beschaving, verslechterde beschaving. De verharding die het met zich meebrengt, betekent ook dat we slechter met elkaar omgaan.
Het grootste milieuprobleem is de mens. We moeten ons veel meer inspannen voor een balans tussen natuur en mens. Mensen denken dat ze er mee komen door CO2-uitstoot te compenseren door een boom te planten. Dat is toch een soort aflaat. Onlangs zag ik op televisie weer hoe hard de ontbossing gaat in Borneo in Indonesië, heel zorgwekkend. Het moet toch door dringen in het collectieve bewustzijn van de mens dat we zo niet kunnen doorgaan.”

Hoe moet dat doordringen? Via politiek, bedrijfsleven, burgers? De milieubeweging is tegenwoordig bang om te moraliseren en een appel te doen op burgers.
“Natuurlijk moet de milieubeweging een moreel appel doen op burgers. Natuurlijk mag je oproepen om geen benzine meer te tanken bij Total, omdat dat bedrijf in Burma zit en daarmee het regime daar steunt. We moeten onze verantwoordelijkheid niet afschuiven op andere landen. We mogen hier bedrijven en consumenten aanspreken als er voor hun producten tropische bossen in Indonesië worden gekapt. We moeten praten, getuigen, richting politiek en bestuurders. De groene idealen moeten bij alle politieke partijen binnenkomen: groene partijen en dierenpartijen zouden overbodig moeten zijn.
Het menselijk welzijn kan er op vooruitgaan. Overconsumptie is altijd slecht: voor het milieu, maar ook omdat mensen slaaf zijn van het kopen. Alleen maar kopen, kopen, kopen, het lijkt wel een collectieve dwangneurose. We denken dat we er gelukkig van worden, maar eigenlijk verstoppen we ons voor de waarheid: kopen en hebben bevredigen niet. Zonder die koopverslaving ga je er qua mentaliteit, qua spiritualiteit op vooruit.”

U pleit voor soberheid, omdat een mens zich daardoor beter kan richten op wezenlijke kwesties. Maar als je aan het Vaticaan in Rome denk, denk je niet bepaald aan ‘soberheid’, maar vooral pracht en praal.
“Maar niet bij de mensen die daar werken thuis. Bovendien vind ik dat het geloof gevierd moet kunnen worden, je moet uitbundig kunnen zijn. En het zijn Italianen: die hebben behoefte aan die uitbundigheid.”

Dus als het Vaticaan in Amsterdam haar zetel had gehad, was het veel soberder geweest?
Zeker. Laat staan in Deventer (woongemeente van MB, red.).

Het Vaticaan moedigt, ondanks de groene woorden van de Paus, zelf ook het vliegen aan: het heeft zelf vliemaatschappij Mistral Airways opgericht voor goedkope vluchten naar bedevaartsoorden als Santiago de Compostella, Lourdes, Jeruzalem en Oost Europa.
Tja. Het is een kwestie van prioriteiten stellen. Mensen op bedevaart moeten zich happy kunnen voelen. Maar ik vind het plan van het kabinet om een vliegtaks in te stellen een goed idee.

Voor kopen van biologische groenten hoeft u maar dinsdag’s de voordeur uit te gaan.
Ik heb die markt destijds nog geopend: ze hadden me gevraagd omdat ik van de boerderij kom. Maar mijn huishoudsters gaan over de boodschappen. En die vinden de producten op de markt te duur, ze hebben maar een beperkt budget.

Is dat ook niet eigenlijk een kwestie van prioriteiten stellen? Waar geef je je geld aan uit?
Dat klopt: je moet je er toe zetten.

U gaat het nu rustig aan doen. Maar als bisschop en ook daarvoor hebt u heel wat auto- en vliegkilometers afgelegd.
Ik heb heel wat CO2 uitgestoten. Ook voordat men zich bewust werd van de klimaatgevolgen, zo rond 1990. Maar ik kan als bisschop moeilijk zeggen als ik een uitnodiging krijg: ‘ik kom niet, want dan krijg je CO2-uitstoot.’
Tijdens die autotochten door het bisdom van Breda heb ik trouwens het landschap zien veranderen. Tien jaar geleden was het op veel plekken nog leeg. Nu zie je óveral bedrijvenparken. Dat bouwen gebeurt nu veel te makkelijk: de balans is zoek. Het argument voor dat bouwen is ‘we moeten de kost verdienen’. Maar de mensen die vervolgens de kost verdienen hebben geen ruimte meer om te leven, om te ademenen, natuur, ruimte, rust.
Rust, daar hebben we in onze cultuur niet veel ruimte meer voor. Er is veel haast, een overweldigend aanbod en we krijgen zo enorm veel prikkels, van radio, tv, internet. Daardoor zijn we geneigd van alles een beetje te doen. Zo verlies je het contact met je zijnsgrond, het geheimzinnige feit dat je er bent. Internet is fantastische techniek, waar we niet meer zonder kunnen. Maar het is wel een goed voorbeeld van dat we steeds verder van elkaar en de natuur verwijderd raken. Vroeger zat je, als je contact had met mensen, ernaast en kon je ze aanraken. Als je nu contact hebt met mensen gaat dat via de muis van de computer over hele grote afstanden. Hoe meer sophisticated de techniek, hoe verder de mensen van elkaar en de natuur verwijderd raken.”

U bedoelt dat het fysieke contact met natuur nodig is.
Ik ben opgegroeid op de boerderij, dan krijg je het genieten van de natuur vanzelf mee. Als je geniet van de natuur, ga je ook meer pleiten voor behoud daarvan.

In het Christelijke geloof is God Vader, Zoon en Geest. In uw boekje ‘Opmaat tot eeuwigheid’ pleit u voor een herwaardernig van de Heilige Geest, die wat ondergesneeuwd is geraakt: “De Geest is de creatieve, schepende energie die in de kosmos en in alles wat leeft aanwezig is”. Dat klinkt bijna pantheïstisch.
“Zolang het maar ‘bijna’ is. De Geest is overal. Ook in Deventer. De Geest die de wereld schiep, is hetzelfde als de laatste adem die Jezus uitblies. Ik leg de nadruk op die Geest die eindeloos bezig blijft mensen te stimuleren. Om de chaos in de wereld tegen te gaan, vrede en rechtvaardigheid te brengen en respect te hebben voor alle leven.”

Voor het maken van de foto's van de bisschop gaan we met de fotograaf de tuin van het bisdom in. De bladeren van de twee immense beuken beginnen rood-bruin te kleuren. Zijn het rode beuken? “Bruine beuken” zegt de bisschop: “Als je vertelt dat ze driehonderd jaar oud zijn, halen mensen hun schouder op. Maar zeg je dat Napoleon ze nog gezien heeft, vragen ze verbaasd: 'Oh ja'?” Er waren plannen om hier een parkeerplaats aan te leggen voor de veertig werknemers van het bisdom, maar de bomen werden toch belangrijker gevonden. En dus is de kans groot dat de beuken Muskens ruimschoots zullen overleven. “Wat wij ook bedenken en bepraten, de natuur gaat haar eigen goddelijke gang.”


Gepubliceerd in Milieudefensie Magazine, december 2007
Foto: Liesbeth Sluiter