'Zonder liefde wordt het niks'

De groene boodschap van jodin en soefi Tamarah Benima

In september begint ze aan de rabbijnenopleiding. Tamarah Benima, oud- hoofdredacteur van het Nieuw Israëlitisch Weekblad, orthodox én liberale jodin én soefi. De wereld en het milieu zouden veel baat kunnen hebben bij het naleven van bijbelse wetten en voorschriften. "Ik ben nog veel erger dan je denkt.“

"God schiep de aarde en zag dat het goed was. Hij schiep de dieren, de mensen, het water en telkens zegt hij dat het goed was.“ Volgens Tamarah Benima (1950), heeft het Jodendom heel veel met natuur en milieu, dat zie je meteen in Genesis 1: De allereerste notie in het Jodendom is: de schepping is goed.“ Het leven is goed ook in het verwilderde achtertuintje van Benima‘s Zuid-Amsterdamse benedenwoning: haar rode kater ligt het hele interview in de schaduw van een torenhoge conifeer te spinnen, de chocolaatjes bij de thee smelten in de zon en Benima heeft de tijd om te vertellen, kalm maar gepassioneerd.
De wens de eerste vrouwelijke rabbijn in Nederland te worden dateert al van eind jaren tachtig. Het kwam er niet van, maar nu er in Nederland liberale rabbijnen opgeleid gaan
worden, is ze van de partij. "Bovendien, ik doe nu ook al een aantal dingen die een rabbijn doet.“ Lezingen geven, vorige week nog over Abraham als bindende figuur binnen jodendom, christendom en islam. Of onlangs als stand-in van rabbijn Soetendorp bij het multireligieuze huwelijk van cabaretière en columniste Nilgün Yerli en ze geeft les in kabbala, de joodse mystiek. Haar beide ouders zijn joods. Haar moeder leeft orthodox, haar vader "was hartstikke atheïstisch, maar toch jood“, want lid van het Joodse volk. De Holocaust was thuis subtiel, maar diepgaand aanwezig, ze was een typisch 'tweede-generatie-kind‘; haar jaren als fysiotherapeut in Berlijn ervoer ze als een bevrijding. Daarna werd ze journalist, vooral voor het Nieuw Israëlitisch Weekblad, als medewerker, correspondent, freelancer en van 1992 tot 1999 als hoofdredacteur. Vervolgens was ze columniste voor Trouw, het Leidsch Dagblad, het Haarlems Dagblad, de Gooi-en Eemlander en nu werkt ze onder meer voor het Friesch Dagblad, een krant met een christelijke signatuur.

Stelen van God

"Religie is voor mij de individuele, liefdevolle relatie tot de schepping“, schrijft ze in haar boek ”Een schaap vangen - over religie, liefde en creativiteit‘ (1999). "Die liefdevolle relatie
kan al dan niet tot uiting worden gebracht en krijgt dan een vorm: liefdadigheid, gastvrijheid, zorg voor mensen, dieren en planten, verontwaardiging over schendingen van mensen, dieren, planten, kunstwerken.“ Godsdienst is volgens haar een geformaliseerde variatie op religie. En de joodse religie heeft heel veel zinnige sociale en ecologische voorschriften in petto. "‘Tips‘, noemt mijn nichtje ze.“ Een hele reeks, zoals: "Eén keer in de zeven jaar landbouwgronden braak laten liggen en niet plukken in de boom- en wijngaarden. Goed voor de regeneratie van grond en bomen. Als je de eieren of jongen van een vogel neemt, moet je er voor zorgen dat het moederdier weg is en minstens twee eieren laten liggen. Als je dieren hebt, moet je eerst je dieren voederen, dan pas zelf eten. Als je eet of drinkt zonder God te danken, wordt dat beschouwd als stelen van God. Als je een regenboog ziet of de eerste bloesem van een plant, zegen je God. De eerste vruchten die je plukt, offer je aan God: ze zijn niet voor jou.“
Heel belangrijk voor de mensheid is de voorgeschreven kwijtschelding van alle schulden ééns in de zeven jaar, het Sjabbatsjaar en ook nog eens elk vijftigste jaar, het Jubeljaar.
Het milieu in heel veel landen gaat er aan omdat alles geroofd wordt voor het afbetalen van de nationale schulden.“ En natuurlijk de zondagsrust, een van de weinige bijbelse wetten die door de Christenen is overgenomen, maar die steeds meer verwatert. —Eén keer in de week niet autorijden, niet werken, niet je licht aandoen en je hebt de milieuproblemen goeddeels
opgelost.“ Is dat niet wat te optimistisch? "Nee, daar geloof ik echt in.“

Ontzag
Zelf leeft Benima behoorlijk wat joodse voorschriften na, maar niet al te strikt. Weliswaar is ze lid van een orthodoxe sjoel, maar opvallend genoeg óók van de Liberal-Joodse Gemeente.
Het ontbreken van concrete voorschriften vindt ze een manco van het Christendom. "Ik verwijt het Christendom dat ze wél op de knieën gaat liggen voor God, maar niet meer Gods
regels concreet invult.“ En de tien geboden dan? Toch niet mis aan voorschriften? Volgens Benima houden rabbijnen, feitelijk juristen, zich veel preciezer en nauwgezetter bezig met het uitwerken van joodse voorschriften naar de dagelijkse praktijk dan het Christendom, waardoor dat veel te vrijblijvend wordt. "Logisch dat het CDA het rentmeesterschap geen concrete handen en voeten geeft. Zodra christelijke partijen sterk ”oudtestamentisch‘ zijn, zoals de ChristenUnie, worden ze gelijk veel groener.“
Maar veel milieufilosofen vinden juist dat het joodse en christelijke denken sterk hebben bijgedragen aan de ontheiliging van het leven en daarom ook aan de basis staan
van de huidige milieuproblemen. Anders dan in de pantheïstische levensbeschouwing van bijvoorbeeld de Aboriginals, die menen dat God in elk blaadje, steentje en plekje huist, heeft de joods-christelijke God de mens naar zijn evenbeeld geschapen en voorbestemd over de
aarde te heersen. "Dat is me te kort door de bocht. Je kunt ook andersom redeneren: doordat God de schepper is van alles, boezemt God ontzag in. Uit ontzag voor God vernielt men zijn schepping niet. En in de kabbala is de centrale idee dat God in alles is: ”De schepping is de sluier waarachter God zich verbergt én waarin God zich manifesteert‘.“

Mystiek
Om Benima‘s identiteit nog wat complexer te maken: behalve jodin is ze ook soefi. Het soefisme is een eeuwenoude mystieke stroming die gericht is op de ontwikkeling van het vermogen tot liefde en er van uit gaat dat alle godsdiensten uit dezelfde bron voortkomen en gericht zijn op dezelfde God. Het soefisme is heel natuurgericht. "Je kunt alles van God leren als je naar het boek van de natuur kijkt“, zei soefi-meester Inayat Khan. "Het is een benadering, een houding, geen nieuwe religie, dus zonder tips.“ Voor Benima, die zelf lid is van de Sufi Way, een anarchistische, vrijdenkende, kunstzinnige loot aan de stam van het moderne soefisme, heeft het soefisme twee kanten. "Aan de ene kant werken aan persoonlijke ontwikkeling - mijn eigen soefi-leermeester spoorde me onder andere aan me te verdiepen in de joodse bronnen - aan de andere kant de boodschap van de eenheid van religieuze idealen, met daaruit voortvloeiend goed en liefdevol met alles in de schepping omgaan.“

Spoken
"Spreek over je spirituele meester en er worden ter plekke tien punten van je IQ afgetrokken, minstens“, schrijft ze in haar boek. Spiritualiteit roept bij veel mensen huiver, schrik en afkeer op, zegt ze, "omdat veel mensen denken dat het heel groot is, iets wat jou controleert én omdat mensen het associëren met spoken, astrologie, vaag gezwets. Voor mij betekent het het ervaren van de eenheid van de schepping. Spiritualiteit reikt methodes aan om te ervaren ”Oh, verdomd, dat is God‘. Overigens, stel dat je die ervaring hebt gehad, dan wil dat nog niet zeggen dat God ook daadwerkelijk bestaat.“ Want misschien zijn het domweg wat stofjes in je hersenen die die eenheidservaring teweegbrengen. "De vraag of God bestaat, doet er eigenlijk niet toe.“ Het gaat om de ervaring, het inzicht.
Zelf had ze eind jaren zeventig gedurende enkele maanden de ervaring dat het goddelijke daadwerkelijk in haar ”woonde‘, als een oneindige bron van absolute liefde. "Indertijd had ik
mijn benen of armen ervoor gegeven die ervaring terug te krijgen, zo ingrijpend was het en zo erg om dat contact met het goddelijke te verliezen.“ Ja, het is volgens haar erg als mensen spirituele ervaringen missen. "Als je de eenheid van de schepping niet ziet, verschraalt de relatie met andere mensen, met alles. Als je op een spirituele manier leeft, ga je niet je driehonderdste T-shirt aanschaffen: de enorme vloed van spullen in de westerse wereld heeft met een gebrek aan spiritualiteit te maken, het is de kern van het milieuprobleem. Als je echte liefde in jezelf voelt, ga je toch niet duizend kippen aan een haak hangen?“

Kampbeul
"Ik ben nog veel erger dan je denkt“, zegt ze ineens, "maar dat heeft niks met mijn jodendom of soefisme te maken. Ik kan een ”extreme‘ denker zijn. We leven in een post-nazistische wereld. Als de nazi‘s de oorlog zouden hebben gewonnen, zouden ze op een gegeven moment opgehouden zijn met de vernietigingskampen - nadat ze alle joden, Polen, zwakzinnigen en homo‘s zouden hebben vermoord. Vanaf dat moment zou de wereld er niet zo erg anders hebben uitgezien dan onze samenleving nu. Net zoals de nazi‘s doen we met het leven wat we willen. Moet er een Betuwelijn komen, dan hakken we gewoon alles wat in de weg staat om. Er verdwijnen soorten op aarde, zoals de joden verdwenen, zonder dat iemand er erg in heeft, ook ik niet, er verdwijnt van alles waarvan ik het bestáán niet eens weet. Stort de markt voor runderen in, als gevolg van BSE, dan maken we driehonderdduizend koeien af. Dat zijn nazi-methoden. Het leven wordt volstrekt ondergeschikt gemaakt aan de ideologie van de markt. Ja, een groot verschil met de nazi-tijd is de mogelijkheid tot protest, al is het veel repressieve tolerantie.“

Maar zit er geen gevaar in het trekken van dergelijke vergaande vergelijkingen? Als de bio- industrie zich bedient van nazi-methoden, dan is de varkenshouder een kampbeul en het ombrengen van die kampbeul een verzetsdaad? "Dergelijke vergelijkingen zijn zeer gevaarlijk, en ik zeg niet dat we nazi‘s zijn en al helemaal niet dat de varkenshouder een kampbeul is. Integendeel, als we al in een post-nazistische samenleving leven, zijn we daar allemaal verantwoordelijk. Ik maak ruimte  in mijn hoofd om na te denken over de vraag of we niet heel dicht in de buurt van nazi-methoden komen en soms die grens overschrijden.“
Maar kunnen we in deze tijden natuur en milieu redden met een beroep bijbelse wetten? "Dat weet ik niet. Er moet in ieder geval iets verzonnen worden om de hebzucht van mensen te
beteugelen. De superstructuur die er altijd was - dat je in het hiernamaals door God werd beoordeeld of je je wel aan de grenzen had gehouden - is weg.“ Maar ethiek religieus
funderen is niet slim, want wanneer de religie verdwijnt, dan daarmee ook de ethiek, wordt bijvoorbeeld ingebracht door filosofen als Paul Cliteur. Daar is Benima het wel mee eens "in
deze nog steeds verder seculariserende wereld.“ Maar je hoop stellen op een ethiek die uitgaat van begrippen als duurzaamheid of solidariteit met volgende generaties ziet ze ook niet zitten. "Dat is te abstract. Als je in het hiernamaals aankwam stond je daar te bibberen: wat je hier op aarde deed, had consequenties voor jouw eigen eeuwigheid. Nu hebben we wel de normen: vierenhalf miljoen Nederlanders zijn lid van natuur- en milieuorganisaties, als je de kinderen ervan aftrekt is dat ongeveer één op de twee, maar niet het  feedbackmechanisme waardoor het kapotmaken van de schepping persoonlijke consequenties heeft.“

"Voor het milieu zou het beter zijn als de mens verdween“, verzucht ze. "Maar ik hou van mensen. Ik vind het spannend wat ze maken. Ik ben gek op autorijden. Als ik God zou zijn
zou ik heel trots zijn dat ik een schepsel op aarde had gezet dat de auto heeft gemaakt.“ Maar om het destructieve van dat autorijden en alle andere vormen van consumeren binnen de
perken te houden, moeten we misschien materialistische feedback-mechanismen creëren, erkent ze. "Heel Nederland ligt bezaaid met rotondes, zodat mensen moeten afremmen en niet met honderd kilometer een kruising over kunnen scheuren. Dat soort oplossingen werkt.“ Ze ziet dus wel wat in het beprijzen van milieu en natuur, zoals de milieubeweging al heel lang voorstelt. Alhoewel, als ze er wat langer over nadenkt doemen er toch grote problemen op bij  die benadering en ze wijst naar de bomen in haar tuin. "Zou die boom dan vijfduizend gulden kosten en die boom driehonderd? Dat is de vervreemding ten top. Zoiets blokkeert de ervaring  dat in de schepping alles met elkaar verbonden is. Dan zijn we nog veel verder van huis. De soefi‘s noemen God De Geliefde of De Vriend. De dertiende eeuwse Soefi Jelaluddin Rumi dichtte:

 ”Zonder liefde, zal er geen vreugde en feestelijkheid zijn in de wereld.
Zonder liefde,
kan er geen leven zijn en geen harmonie.
Honderd regendruppels kunnen uit de wolken in zee vallen, zonder het werk van de liefde wordt er geen parel gevormd in de diepste wateren.‘


Hoeveel rotondes we ook aanleggen, zonder de liefde - de goddelijke of die van onszelf, wat hetzelfde is - wordt het niks met de schepping; dus niks met het milieu, niks met ons.“ .


Michiel Bussink en Marcel Ham in Milieudefensie Magazine juli/augustus 2003
Foto: Liesbeth Sluiter