Maarten 't Hart

“Het uitsterven van de mensheid stelt me gerust”

Maarten ‘t Hart maakt zich ontzettend kwaad, “ook al is dat slecht voor mijn gezondheid”, over de teloorgang van natuur en landschap en de wantoestanden van de bio-industrie. Maar of het broeikaseffect, de nertsenfokkerij en seks met dieren nu echt zo erg zijn?


Verscholen in een bosje, te midden van versgemaaide weilanden nabij Warmond, staat het huis waar Maarten ‘t Hart woont en de biologische landbouw in Nederland begon. Hier achter de grote ramen werden vanaf de jaren dertig van de vorige eeuw voor het eerst de biologisch-dynamische landbouwprincipes onderwezen. De biologische landbouwschool zit al lang elders in het land, al heet die nog steeds Warmonderhof, maar het biologische verleden van zijn hectare grond wordt door ‘t Hart gekoesterd: kunstmest en chemische bestrijdingsmiddelen zijn taboe in zijn moestuin. Zelfs als de gevreesde aardappelziekte fytoftora toeslaat, grijpt hij niet naar de gifspuit. Dan maar een jaar geen aardappelen, al is dat erg, want “wat is lekkerder dan een eigen geteelde aardappel?” Vrijwel al zijn groenten komen uit eigen tuin, met heel hard werken, dat wel. “We zitten nu in wat de Engelsen de ‘hunger gap’ noemen”, de tijd in het jaar dat de wintervoorraad op is en er nog nauwelijks iets te oogsten valt.” Dat gat vult ‘t Hart grotendeels met snijbiet. ”Heel lekker, in salade, snijbiettaart en snijbietsoep.” Honderd procent zelfvoorzienend, dat zou helemaal mooi zijn. “Vanwege dat gevoel onafhankelijk te zijn, greep op de zaak te hebben, precies weten hoe het gekweekt wordt.” Het kleine beetje groenten dat hij noodgedwongen koopt, haalt hij in de natuurvoedingswinkel, “nóóit die vuiligheid uit de supermarkt”.

Hilariteit
Natuur en landschap spelen in de inmiddels meer dan dertig boeken van ‘t Hart vaak een prominente rol: van de roeitochtjes in het waterland van Een Vlucht Regenwulpen - het boek waarmee hij in 1978 doorbrak - en de stekelbaarsjes in zijn proefschrift, tot de dodelijke zaden van de Indische plant Datura in de thriller De Zonnewijzer, zijn laatste boek uit 2002. Sinds Een vlucht Regenwulpen, later ook verfilmd, staat hij bekend als de schrijver met zijn zwaargereformeerde jeugd. Feministen joeg hij in de jaren tachtig op de kast met zijn boekje ‘De vrouw bestaat niet’ en hilariteit oogstte hij toen een paar jaar geleden bekend werd dat hij zich graag als Maartje in vrouwenkleren hult. Sinds kort is daar het imago van dierenbeschermer bijgekomen. De Partij voor de Dieren wierf hem als lijstduwer voor de Europese verkiezingen van 10 juni, maar de kiesraad weigerde hem op het stembiljet te zetten, omdat ‘t Hart uit principe geen paspoort heeft en zich dus niet formeel kon identificeren.
“Absurd” en “repressie” noemde hij die verplichting, maar hij laat zich er niet van weerhouden om de Partij voor de Dieren aan de man te brengen. “Schrijfster Mensje van Keulen, die ook op de lijst staat, heeft me overgehaald. Eigenlijk is het beter een brede partij te hebben in plaats van een one issue-partij. Maar het is goed dat dat ene punt van het dierenwelzijn eindelijk eens krachtig onder de aandacht wordt gebracht. Zodat andere partijen het over gaan nemen.” Want ‘t Hart vindt dat die tijdens MKZ, de varkenspest en de vogelgriep veel te weinig opkwamen voor de dieren. “De enige was Remi Poppe van de SP, maar die is nu weg en zelfs GroenLinks noemde bij de MKZ-crisis van een paar jaar geleden minister Brinkhorst een goede crisismanager.” Terwijl het verschrikkelijk was dat 260.000 grotendeels gezonde koeien werden afgeslacht. “Biologisch gezien is het ook absurd. Vroeger werd de MKZ gewoon uitgeziekt. Het was vervelend, maar ging weer over. Als je de koeien uitroeit, krijg je nooit een veestapel die resistent wordt, een hele rare manier om zo’n ziekte te bestrijden.” Dezelfde rare en gruwelijke manier werd toegepast bij de varkenspest en de vogelgriep en ’t Hart is bang dat het bij de volgende ziekte die de bio-industrie zal gaan treffen niet veel anders zal gaan. “Het viel me tegen dat er zo weinig maatschappelijk protest was, ook de milieubeweging was stil. Ik hoop dat de Partij voor de Dieren een ander geluid laat doorklinken.”

Clean vergassen
Maar een echte partijtijger zal ‘t Hart niet snel worden. ”Waar kun je het verkiezingsprogramma van de Partij voor de Dieren vinden, gewoon op de website?”, vraagt hij. “Steeds vaker willen mensen namelijk van mij weten wat de Partij van de Dieren ergens van vindt.” Niet met alle standpunten van de partij is hij het eens. Zoals met het pleidooi voor een verbod op seks met dieren, onlangs verwoord door Marianne Thieme, de voorvrouw van de partij en Mensje van Keulen. ”Dat vind ik nou niet prioriteit nummer één hebben. De dames van de manege hiernaast staan die paarden de hele tijd te zoenen en te knuffelen. Of als iemand een schaap wil knuffelen, alla, dat moet kunnen.” En over de nertsenfokkerij, waar de dierenpartij zo tegen is, denkt ‘t Hart ook wat genuanceerder: “Het is een probleem, maar minder erg dan de bio-industrie. Die nertsen worden er vaak beter gehouden, anders blijft hun vacht niet goed, ze worden niet over lange afstanden getransporteerd, het vergassen gaat heel snel en clean en het gaat om een kleinschalige bedrijfstak, in vergelijking met de varkenshouderij.”
Varkens zijn zulke lieve sociale beesten, die buiten met z’n drieën of vieren in de modder moeten kunnen rollen. “Zodra je ze in een stal zet, krijgen ze het snel te warm, worden ze ongelukkig.” Dat de verandering van de bio-industrie van de consument moet komen, zoals bijvoorbeeld de minister van Landbouw zegt, “is voor een deel waar. Maar de consument volgt ook als de politiek het wil. De consument is gewoon stom, weet niet beter.” In huize ’t Hart komt er in ieder geval geen karbonade in. “Wel af en toe vis, makreel of zo, iets wat uit zee komt, maar nooit een gekweekte vis zoals zalm.”
Hij gelooft niet dat de landbouw niet anders kan vanwege economische redenen. “Hier in Warmond zijn er nog die ouderwets boeren en het toch redden. De boer van de weilanden hier rond mijn huis heeft vijftien koeien en een trekker uit de jaren dertig en kan er riant van leven. Sinds kort krijgt hij AOW en is het helemaal een enorme vetpot: hij heeft zich laatst een nieuwe tv gekocht. Ja, het vraagt wel een andere manier van leven, zodra je in dure BMW’s gaat rondrijden kan het niet.”

Griebels
Zelf heeft hij geen auto. Twee keer heeft hij geprobeerd zijn rijbewijs te halen. Dat het niet lukte kwam onder andere doordat die rijexaminatoren een verschrikkelijk soort mensen is, volgens hem. “Ik wilde het vooral halen vanwege mijn moeder in Maassluis, die met het openbaar vervoer zo slecht te bereiken is. Met de bus, met de trein, met de bus en dan nog een heel stuk lopen. Nu doe ik het met de fiets heen, laat ik de fiets bij haar staan, ga terug met het openbaar vervoer en dan de volgende keer omgekeerd. Een mooie fietstocht is het, grotendeels langs het water, de Vliet, Delft.” Maar het wordt wel steeds minder mooi. “Ze zijn alles overal aan het verpesten. Dat ze de A-4 bij Midden-Delfland gaan doortrekken, vreselijk. Het komt door die verschrikkelijke regering die we hebben, stelletje griebels. Zo’n minister Dekker die gemeenten overal toestaat bedrijventerreinen aan te leggen. Hier, waar nu weilanden zijn, komen hoge flats tussen de bomen” Gisteren was hij nog bij een hoorzitting van de gemeente om er tegen te protesteren. “Ik maak me ontzettend kwaad, ook al is dat slecht voor mijn gezondheid. Maar je krijgt geen poot aan de grond. De jongens van de gemeente hebben het al lang aan de projectontwikkelaars gegeven. Het CDA is oppermachtig hier in de gemeente en ze zorgen ervoor dat dat zo blijft: bij verkiezingen rijden ze stokoude vrouwtjes uit alle hoeken en gaten met auto’s naar de stembus.” Het was allemaal nog veel erger geworden als Pim Fortuyn aan de macht was gekomen. “Ik was als de dood dat dat zou gebeuren, een heel akelig vooruitzicht. Maar ik vond het te ver gaan om hem dood te schieten.”
In vergelijking met het huidige kabinet was het onder Pronk als minister van milieu en ruimtelijke ordening wel ietsje beter. “Maar tegelijkertijd waren de paarse kabinetten ook erg voor wegen. En Schiphol mocht ook uitbreiden.” Zelf ondervindt hij dat aan den lijve. ’s Morgens om vijf uur beginnen ze vanaf de Kaagbaan over zijn huis te vliegen. “En als straks de vakantiestroom op gang komt, gaat het de hele nacht door, kan ik niet met open ramen slapen. Dat vind ik zo gek, zodra het mooi weer wordt in Nederland, en buiten groen, gaan mensen naar het buitenland.”

Afgodsbeeld
Van jongs af aan werd hij aangetrokken door alles wat groeit en bloeit. ”Ik herinner me dat ik als kind van vier op bezoek ging bij mijn grootouders. Die hadden een enorme sloot, waarin ik rode visjes zag wegschieten.” Zijn strenggereformeerde opvoeding was niet bepaald bevorderlijk voor zijn liefde voor de natuur. “Natuur en onkruid zijn vijandig voor gereformeerden. De hele natuur staat ten dienste van de mensheid. De bijbel is vooral een landbouw- en veeteeltboek.” En het rentmeesterschap dan, dat volgens christenen een zorgzame omgang met de aarde voorschrijft? “Het komt een keer voor in Jesaja. Maar wat is het anders dan zoveel mogelijk uit de grond te halen ten behoeve van de heer? Iets voor de natuur voelen komt niet voor in de bijbel, het is ongedierte. ‘Gooi de roerdomp en de mol maar bij het afgodsbeeld.’ Een roerdomp! Ach zo’n mooie vogel. Een mol, daar kun je je nog iets bij voorstellen ze die niet meer willen, ook al vind ik het een leuk beestje, maar een roerdomp?”
Nee, de teloorgang van het groen maakt hem niet verbitterd, wel verdrietig. “Als je ziet wat je vroeger in de sloten zag: waterwassers, waterpissenbedden, schorpioenen, bloedzuigers, longslakken. Allemaal weg, hier in de sloten bij mijn huis, je ziet ze niet meer. Af en toe nog een eenzaam ruggenzwemmertje, met op zijn buik een luchtbelletje, als een zilveren parel. Gemeen bijten kan die, maar dat is all in the game.”

Napoleon
Klimaatverandering, daar maakt hij zich trouwens níet zo druk om. Een tijd deed hij mee met het project de Klimaatkalender, waarbij de deelnemers in hun eigen tuin registreren of plantjes misschien vroeger beginnen te bloeien en vogels eerder te kwetteren. “Je kunt er niet de tendens uithalen dat alles eerder komt. In 1982 toen ik hier kwam wonen, was alles ook heel vroeg, net als dit jaar. Ik ben nu bezig met het schrijven van een historische roman die in de achttiende eeuw speelt en toen hadden ze ook maar eens om zeven, acht jaar een strenge winter. Het gaat te ver om te zeggen dat het broeikaseffect onzin is, maar ik denk dat je dat pas over tweehonderd jaar goed kunt zien.”
Die nieuwe roman, het kan nog wel een paar jaar duren voordat die af is. Maar ’t Hart wil al wel vast verklappen dat het gaat over iemand uit zijn geboortestad Maassluis die op audiëntie gaat bij Napoleon. De Franse keizer had namelijk de visserij verboden. “Dat was geen milieumaatregel, maar om te voorkomen dat de vissers op de Noordzee contact legden met de vijandige Engelsen. Maassluis, dat op de visserij dreef, lag helemaal op z’n gat.” Vandaar de audiëntie, met het verzoek om ontheffing van het verbod. “Het antwoord van Napoleon: ‘C’est bon’”. Het was vlak voordat Napoleon zijn veldtocht op Rusland begon. “En weet je waarom hij uiteindelijk de oorlog verloren heeft? Omdat de Fransen heel erg paardonvriendelijk waren. Honderdduizenden paarden hebben ze over de kling gejaagd.” Napoleon vond zijn Waterloo vanwege de dieronvriendelijkheid van zijn mensen. Het klinkt als een waarschuwing uit de mond van de would-be lijstduwer van de Partij voor de Dieren. “Ik stel me vaak voor dat de mensheid uitsterft door een gemeen virus. Dat virus gaat er komen, via de bio-industrie, dat is een logische ontwikkeling. Al die vetzakken in Amerika hebben dan geen enkele weerstand en zijn, zoef, zo weg. Ik vind het een geruststellende gedachte dat, als de mensheid uitsterft, de natuur zich weer snel zal herstellen.”


Michiel Bussink en Marcel Ham, in Milieudefensie Magazine, juni 2004
Foto: Liesbeth Sluiter