De helende landbouw van Joel Salatin


‘Nat, groen en erg weinig diversiteit in de weilanden.’ Dat valt Joel Salatin op in de auto op weg van zijn hotel naar de eerste boer die hij op zijn tournee door Nederland bezoekt. Maar als hij dan bij de boerderij van Erik Heuvelink in het Overijsselse Hengevelde uitstapt, ziet hij meteen dat het ook in Nederland anders kan. Als Salatin na zijn introductie in de koeienstal samen met de boer door het veertig centimeter hoge gras banjert, tellen ze samen al snel acht verschillende planten tussen het gras. ‘Op de goeie weg, je zou naar toch wel twintig soorten moeten streven’, volgens Salatin. Heuvelink is met zijn Pure Graze-boerderij een van de Nederlandse navolgers van de Amerikaan Joel Salatin: de runderen krijgen uitsluitend gras en kruiden van eigen bodem, geen krachtvoer: beter voor de koe, de consument, het milieu en de portemonnee van de boer.

Missionaris

Behalve boer op zijn Polyfacefarm in Virginia, is Salatin tegenwoordig zo’n honderd dagen per jaar ‘missionaris’. Waarbij zijn missie al rondreizend over de wereld is: ‘Ik wil helen – de aarde, mensen, gemeenschappen - in plaats van schaden.’ En schadelijk is de huidige gangbare industriële landbouw. Moeiteloos schudt hij tien minpunten uit zijn mouw: ‘Die vernietigt de bodem, vervuilt het water, mishandelt dieren, vermindert de voedingswaarde van ons eten, onttrekt niet- hernieuwbare olie aan de aarde, creëert onwetende burgers, zorgt voor massale aanwezigheid van ziekteverwerkers in ons eten, vermindert het aantal boeren, onttrekt welvaart aan het platteland ten gunste van de stad en bevoordeelt de rijken.’ Salatins boerderij is daarentegen ‘zongedreven, koolstofgecentreerd, organisch, voorbij biologisch’. Zijn 900 koeien krijgen alleen gras en kruiden te vreten, worden elke dag verplaatst, waarna kippen de plek van de koeien innemen, zich te goed doen aan de wormen en larven in de koeienmest, die ze en passant mooi over het land verspreiden. Na de legkippen komen de vleeskippen, vervolgens de kalkoenen. Varkens, een groentekwekerij, wat graanverbouw voor de kippen en varkens en bosbouw voor gebouwen en houtsnippers maken het bedrijf compleet. Sinds de start in 1961 is er nooit een zak kunstmest of fles chemisch bestrijdingsmiddel gebruikt én toch levert het land een flinke opbrengst. Sterker nog, Polyface-farm verdient veel meer per hectare dan een gemiddelde boer én biedt werk aan 25 mensen. Behalve in het ingenieuze begrazingssysteem en de geringe bedrijfskosten zit hem dat ook in de directe verkoop aan consumenten en restaurants: ‘het geld komt direct in de zak van de boer.’ Die lokale verkoop is volgens hem cruciaal. ‘Hier in Nederland is dat nog veel makkelijker te regelen want de afstanden zijn hier veel kleiner.’

Vooralsnog ziet Salatin dat Nederland ‘de toiletpot van Europa’ is met zijn enorme hoeveelheden inputs aan veevoer en kunstmest en bijbehorend mestoverschot. Net zoals in de VS gaat ook de biologische landbouw hier niet helemaal vrijuit: die gebruikt bijvoorbeeld veevoer van ver weg voor de bio-koeien, -kippen en –varkens. Een gotspe volgens Salatin – zeker voor koeien die van nature grasgrazers zijn – en hij gaat dan ook ‘voorbij biologisch’.

Salade-bufetten

Datzelfde geldt voor de ongeveer vijftig ‘Pure Graze’ boeren die Nederland inmiddels telt. In nogal wat opzichten gaan ze verder dan bioboeren: geen krachtvoer voor de koeien die bovendien nóg langer buiten grazen. Daar staat tegenover dat bijvoorbeeld niet al het zaadgoed voor de ‘salade-buffetten’- het mengsel van gras en kruiden voor de koeien - van biologische herkomst is (want nog niet voldoende voorhanden). Bovendien hebben de produkten van de meeste Pure Grazers geen bio-keurmerk, wat de herkenbaarheid voor consumenten er niet makkelijker op maakt.

‘Als ik alles lokaal zou afzetten, zou ik ook geen bio-keurmerk nodig hebben, maar ik lever ook aan supermarkten en dan is toch een keurmerk nodig voor het vertrouwen’, zegt bio-boer Berrie Klein Swormink uit Lettele (Ov.) die ook bezoek krijgt van Salatin. Daarmee wordt een belangrijk discussiepunt aangeroerd dat telkens terugkomt tijdens Salatins vierdaagse tournee: hoe zorg je voor een doorbraak van de kringlooplandbouw, zoals we de benadering maar even samenvatten? Het nadeel van (bio-)keurmerken is dat daar een heel regulerings- en controleapparaat aan te pas moet komen. ‘Het is heel moeilijk om vertrouwen op een grote schaal te organiseren. Lokale systemen zorgen daarentegen voor hun eigen transparantie en daarmee vertrouwen’, vindt Salatin.

Als ware Amerikaanse libertair verwacht Salatin weinig van overheidsregels of -subsidies: die zijn vooral gericht op grote industriële productie en frustreren kleinschalige vernieuwing. De overheid zou ongereguleerde vrijhavens voor lokale innovatie moeten bieden vanuit de vraag: ‘Hoe kan de overheid er voor zorgen dat ik voor mijn gemeenschap kan zorgen?’ Van machtige bedrijven als Monsanto die verandering tegenhouden, is Salatin niet onder de indruk. ‘Hun macht is geen reden om niks te doen. Waar we nu zijn is het gevolg van miljarden stappen. De toekomst is ook het cumulatieve effect van miljarden stappen. Dus elke stap die je neemt, geeft je macht. Wij zijn verantwoordelijk.’

Ook verschenen op de website van Down to  Earth Magazine, 12 mei 2014