Sumi Jo over opera, pasta en drama


Haar ‘hemelse stem’ is te horen in de beste operahuizen ter wereld, mede dankzij de pasta. De Koreaanse operazangeres Sumi Jo heeft een passie voor eten en drinken, maar moet tegelijkertijd vanwege haar stem veel lekkers laten staan. Die dubbelheid loopt als een rode draad door haar leven. ‘Soms viel ik op straat letterlijk om van de honger.’ Tijdens de lunch in haar Italiaanse woonplaats wacht haar een verrassing.

Ze is even bij haar dokter in Rome langs geweest, daar beneden in het door de najaarszon beschenen dal van de Tiber met de zeven heuvels. Een kou gevat, gisteren op de terugweg vanuit China , waar ze op het Muziekfestival van Peking Mahler zong en een recital gaf. Dat kan ze niet hebben, want dat heeft direct zijn weerslag op haar zingen: overmorgen gaat ze naar een muziekfestival in Mexico. De stem is zó’n subtiel en krachtig, maar tegelijkertijd kwetsbaar instrument. Sumi Jo’s stem, ‘een stem van boven’, zoals ‘die maar één keer in de eeuw voorkomt’, volgens wijlen Herbert von Karajan. Aan deze legendarische Oostenrijkse dirigent heeft de Koreaanse operazangers Sumi Jo het begin van haar internationale carrière te danken heeft. Ze trekt haar zachte, bruine wollen vest wat strakker om haar schouders. ‘Het is hier altijd drie graden kouder dan in Rome’. Precies de reden dat sinds duizenden jaren veel Romeinse welgestelden de heuvels van Frascati verkozen, zeker tijdens de hete zomermaanden. Zoals ook Sumi Jo zeven jaar geleden het centrum van de Eeuwige Stad verruilde voor het plaatsje Frascati, twintig kilometer naar het zuiden. Beroemd om zijn eeuwenoude villa’s, witte wijn en porchetta.

Op de Piazza de Mercator in het centrum zit om de tien meter een slager of een kiosk met de oranje-bruine geroosterde varkentjes aan het spit. Verkoopster Leda, volgens de tekst op haar kiosk ‘La Regina della porchetta’, vertelt waarmee de opgerolde varkensbuik gevuld is: knoflook, salie, peper en rozemarijn. Ze snijdt dikke plakken van de porchetta en legt ze in een Italiaanse bol. Na een hap in het verse knisperige brood, laat het geurige, sappige en stevige vlees zich smaken.
Een paar straten verderop worden in een krappe enoteca (wijnwinkel), uitbundig de flessen frascti losgetrokken om te proeven. De wijn walst in de glazen. Droog is de wijn en tegelijkertijd uitbundig fruitig, notig, complex met een intense afdronk. Nee, de frascati is niet Sumi Jo’s favoriete witte wijn, ze heeft liever een wat zoetere Est!Est!Est!!!, de wijn met de gekke naam die ten noorden van Rome wordt gemaakt. ‘Wijnen horen bij het goede leven’. Maar streng gedoseerd, want het is absoluut niet goed voor haar stem. Die staat, als het er op aankomt, op de allereerste plaats. ‘Ik leef voor de muziek’. Dus bestelt ze in de hotelkamers over de hele wereld, meestal een fles water op kamertemperatuur in plaats van witte wijn. Zoals ze zich heel veel heeft moeten ontzeggen om te komen waar ze nu is: een van ’s werelds beste operazangeressen. ‘Ik ben door heel veel lijden heengegaan’. Verdriet, eenzaamheid, honger en een liefdesdrama zoals in de opera’s van Verdi, Mozart, Donizetti, Srauss, Bellini, Rossini en Ravel die ze zingt.

Cindy Crawford blijft maar keffen. De Yorkshire Terrier met roze jurkje en rood strikje op haar hoofd is boos. Ze wil niet dat er iemand anders op Sumi Jo’s plekje zit, op de roomwitte bank in haar huiskamer, naast de zwarte vleugel met daarop een vaas vol enorme, witte lelies. De plek met uitzicht op het terras van haar geel-gepleisterde huis, langs de bomen in haar tuin, barstensvol met groene en oranje sinaasappels, olijven en kaki’s, en dan verder naar beneden, op het dal van Rome. Pas als Sumi Jo op haar eigen plek zit, stopt Cindy Crafword met blaffen, nestelt zich op de rugleuning van de bank en begint haar baasjes gezicht en handen uitbundig te likken. ‘Als ze me ziet moet ze me voortdurend kussen. Ik zie haar zo weinig, mijn leven is druk.’ Behalve met zingen in de operahuizen ook met haar humanitair werk. Als Artist for Peace van de Unesco, geeft ze regelmatig liefdadigheidsconcerten en in Zuid-Korea heeft ze net een nieuw educatief centrum voor de bescherming van dieren geopend.

Met haar kleine, tengere postuur is het bijna niet voor te stellen dat ze met haar stem zo’n enorm volume, bereik én zeggingskracht heeft in de concertgebouwen. ‘Opmerkelijk vlug, precies en warm’ zo wordt haar stem geprezen. ‘De frêle, in oogverblindende japon gestoken Jo kreeg de zaal met haar ragfijne melodieslierten compleet aan haar voeten’, schreef een recensent na afloop van een uitvoering van Bellini’s opera ‘De Slaapwandelaarster’ in het Amsterdamse Concertgebouw. ‘Haar wonderbaarlijke gave chromatische coloraturen klonken als water dat rimpelloos over een spiraalvormige glijbaan stroomt. En bij die onnavolgbare portamenti, waarbij Jo’s stem als het ware wegglijdt, weet zij net voor de ‘landing’ een accent aan te brengen waardoor bij de luisteraar het hart uit extase even een slag overslaat. Fenomenaal!’

Officieel is Sumi Jo een ‘coloratuursopraan’, wat wil zeggen dat haar stem in staat is tot snelle loopjes, sprongen, korte noten en trillers. Ze staat vooral bekend vanwege vertolkingen van het Belcanto (‘Schone zang’) repertoire: opera’s uit de negentiende eeuw van bijvoorbeeld Bellini en Rossini. Meer dan vijftig Cd’s heeft ze gemaakt, grotendeels klassiek, maar ook enkele cross-over albums, waaronder Only Love, waarvan er meer dan 1,2 miljoen werden verkocht. Ze ontving een Grammy Award, een Puchini award en zong bij het Wereldkampioenschap voetballen in Korea en de Olympische spelen in Peking. ‘Ik heb als een gek gewerkt. Het was absoluut niet makkelijk.’

Een kleine wat gekromde vrouw in bruine rok, bruine panty’s en bruine spencer komt voorzichtig de kamer binnen lopen. Nina, de inmiddels bejaarde Italiaanse ‘nanny’ van Sumi Jo. Ze draagt een dienblad vol met donkeroranje rijpe kaki’s, geplukt in Sumi’s tuin. Met een mesje en licht trillende vingers haalt Nina de schillen van de kaki’s en biedt die de gasten aan. Aromatisch, geurig, abrikoos-perzik-achtig vruchtvlees. In rap Italiaans bespreken Sumi en Nanny de lunch van straks. Negenentwintig jaar is Nina inmiddels bij Sumi Jo in dienst, oftewel het grootste deel van haar leven in Italië, het land van opera en pasta.

‘Al toen ik in haar buik zat, wilde mijn moeder dat ik zangeres werd.’ Ze is in 1962 geboren als Jo Sugyeong, een naam die de Europeanen niet uitgesproken kregen, vandaar dat ze op een gegeven moment Sumi Jo van maakte. Haar moeder had zelf graag zangeres willen worden, maar haar professionele ambities liepen stuk vanwege de Koreaanse oorlog in de vijftiger jaren. Vanaf haar vierde moest Sumi op pianoles en vanaf haar zesde op zangles. Vaak was ze dagelijks wel acht uur bezig met haar muziekstudie. ‘Er werden thuis altijd platen gedraaid met de aria’s van de prima dona’s van die tijd.’ Ook Sumi’s ster begon te rijzen. Ze studeerde muziek aan de universiteit van Seoul, gaf haar eerste concerten en zong voor het eerst met de Opera van Seoul. Maar op haar achttiende ging het plotsklaps, van het ene op het andere moment, bergafwaarts met haar prestaties. Zowel met het zingen, als met de universitaire studie. Ze was verliefd. ‘Ik was totaal op die jongen gericht.’ Waarom eindeloos toonladders oefenen, in de boeken zitten, de verschillen tussen Bocelli, Pucchini en Bellini bestuderen, als het belangrijkste in je leven, zo dichtbij en aanraakbaar is, in levende lijve?

Het toekomstbeeld dat vader en moeder Sygyeong zich van hun dochter hadden gevormd, begon in diggelen te vallen. Daar lieten ze het niet bij zitten: ze stuurden hun dochter weg. Weg van die jongen, terug in de richting van de muziek. Sumi Jo werd op het vliegtuig naar Rome gezet. Naar de Accademia di Santa Cecilia, een van de bekendste en oudste muziekscholen ter wereld.
‘Het was dramatisch. Het was 1983: er was geen mobiele telefoon, geen internet, ik sprak mijn talen niet, kende in het Italiaans alleen ‘pizza’en ‘pasta’. Ik kwam als Koreaans meisje in een totaal andere cultuur en ik kon niks. Want behalve muziek maken en zingen hoefde ik in Korea niks: ik had nooit schoongemaakt, nooit gekookt, want dat deed mijn moeder altijd.’ Eenzaam en hongerig zat ze daar in haar kamertje in Rome. ‘Omdat ik niet goed at, viel ik op straat soms letterlijk om van de honger.’
Het drama werd compleet toen ze na drie maanden een brief uit Korea kreeg. Van haar vriendje: hij maakte het uit en had nu iets met haar beste vriendin. ‘Ik was in shock. Wat een drama. Mijn eerste reactie was direct het vliegtuig terug naar huis te pakken. Het was zó moeilijk: ik was altijd een winnaar geweest. Alles wat ik deed was een succes. Ik had goede vrienden, voelde me bewonderd, was het beste op school. Voor het eerst had ik nu iets verloren.’
Ze bedwong de aandrang om terug naar huis te gaan en besloot zich helemaal op de muziek te storten. Waarbij ze moest opboksen tegen de vooroordelen van de theaterdirecteuren, die dachten dat zij als Aziatisch meisje de westerse opera niet kón snappen. ‘Ik moest me de klassieke wereld invechten.’

Koken en schoonmaken leerde Sumi Jo van de Italiaanse tachtigjarige dame waar ze op kamers zat. ‘Dankzij haar ontdekte ik de échte Italiaanse sabor, leerde ik hoe je echt pasta moet klaarmaken en eten.’ Thuis in Korea was haar moeder altijd bezig met eten koken, van ’s morgens zes tot ’s avonds tien. Voor al die gerechten, die de hele tafel bedekten. In de eerste plaats de hoofdgerechten met rijst, groenten, vis, zeewier en tofoe. Plus al die kleine banchan, bijgerechten: drie, vijf, soms wel twaalf, met veel sesamolie, sojapasta, sojasaus, knoflook, gember en chilipepers. Telkens als een van de schaaltjes leeg was, werden ze bijgevuld, volgens Koreaanse traditie. Elke dag opnieuw, na al die uren in de keuken. ‘Ik vond het verbazingwekkend dat de Italiaanse vrouwen in tien minuten een maaltijd op tafel konden zetten. Zo snel, zo anders dan in Korea. En goed! Goed eten in korte tijd. Wat knoflook met pepertjes in olijfolie bakken. Pasta in acht minuten al dente koken. Salade erbij en dat is het. Erg praktisch en erg goed. Bovendien geeft het je ook nog eens energie.’

Opera zingen is een vorm van topsport: in twee tot drie uur een enorme krachtsinspanning. leveren. ‘Opera zing je zonder microfoon, het is heel inspannend, uitputtend. Na een paar uur zingen heb je honger.’ Veel mensen denken dat operazangers dik moeten zijn. ‘Maar dat klopt niet. Om geluid te produceren, gebruik je je spieren.’ Die moeten op peil gehouden worden. Behalve met krachttraining ook met voldoende energie, die bovendien op de juiste, efficiënte manier door het lichaam moet worden opgenomen. ‘Ik heb alles geprobeerd: biefstuk, vis, sashimi, rijst. Maar pasta geeft me de meeste energie. Macaroni, spaghetti, tagliatelle, lasagne, tortellini, alles. Vandaar dat ik drie uur voordat ik moet optreden, altijd pasta eet.’ Waar ook ter wereld. Soms in restaurantjes, soms via de roomservice. ‘Soms bestel ik het zelfs van tevoren, voordat ik op reis ga.’

Dat is haar leven. Op reis zijn, maandenlang. Eenzaam en vaak alleen, aan de pasta op een hotelkamer. Spijt en twijfel heeft ze gehad, zeker. Is het al die opoffering waard? Maar ze is er mee opgehouden in opstand te komen tegen haar lot. Zingen is het talent waarmee ze is begiftigd. Ze is gehoorzaam aan de missie dat talent te delen met luisteraars wereldwijd en ze gaat het pad af dat daarbij hoort.
Als ze dan daar loopt in de straten van Vietnam, Mexico, Londen, Sydney of Wenen, dan wil ze de stad, het land, de mensen leren kennen en proeft ze van wat er zoal te eten is. Want los van de pasta als functioneel voedsel, valt er zóveel smakelijks te ontdekken. ‘Ik ben nieuwsgierig naar eten en ik wil van alles proberen. Soms gewoon een sandwich bij Starbucks, maar ik eet ook in de beste restaurants. Overal waar ik ben, vraag ik waar goede koks zitten.’ Geen junkfood, dan eet ze liever een appel en een banaan. Wel streetfood, uit stalletjes op straat.

Net terug uit China heeft ze goed gegeten. Anders dan die eerste keer in 1999. Ze gruwde toen van het gebrek aan hygiëne. ‘Als je kookt moet alles schoon zijn.’ Dat was het niet. ‘Toen ik er met de Olympische spelen weer was, was er veel verbeterd. Ik hou van de Kantonese rijst, de noedels, de ‘spring rolls’’. Smakelijke rolletjes, gevuld met bijvoorbeeld groenten, vlees of bonen, waarvan de loempia, een van de vele varianten is. ‘In China worden ze gefrituurd, ik hou meer van de Vietnamese variant, van rolls met bijvoorbeeld rijstpapier. Dat is ook gezonder, beter voor mijn stem.’ Gefrituurde producten zijn niet goed voor een delicate zangstem, en andere vettige dingen als chocolade evenmin. ‘Terwijl de chocolade een geschenk van God is, net als ijs.’ Als het thuis in juli en augustus heel heet is, dan eet ze wel degelijk ijs. ‘Heel belangrijk om daar van te genieten. Aardbeien en meloen zijn mijn favoriet in de zomer. Maar zodra de eerste wind opsteekt, stop ik er mee.’ Van alcoholconsumptie is wel bewezen dat het slijmvlies eerder uitdroogt, met een schorre stem als gevolg. ‘Dat ijs, chocolade en gefrituurde etenswaren slecht zijn voor een professionele zangstem, is misschien niet wetenschappelijk vastgesteld, maar het is mijn gevoel, gebaseerd op ervaring.’

Op weemoedige momenten na heeft ze nog weinig met de Koreaanse keuken. ‘Ik eet niet veel Koreaans want ik hou niet zo van kimchi.’ Een maaltijd zonder kimchi bestaat niet in Korea. Het is een gerecht van gefermenteerde groenten, in honderden varianten. Meestal bereid met Chinese kool, Koreaanse radijs en stengelui of komkommer. Gefermenteerd in pekel die op smaak is gebracht met gember, knoflook, sjalotjes en chilipeper. Het wordt gegeten als bijgerecht of als ingrediënt voor soep of rijstgerechten. Doordat het om gefermenteerd eten gaat, is het heel lang houdbaar en traditioneel maakten de Koreanen zoveel dat ze er de hele winter genoeg aan hadden. Vergelijkbaar met de Europese zuurkool, ook met pekel gefermenteerd, en net als kimchi heel lang houdbaar, bombol vitaminen en heilzame bacteriën. Zo’n kleine twintig kilo kimchi eet elke Koreaan jaarlijks. Daar hoort Sumi Jo dus niet bij: ‘Die kool met die knoflook en uien, het is gewoon niet zo geschikt om voor een opera te eten. Ik eet het alleen als ik heimwee heb of mijn moeder mis.’ Ja, die mist ze soms, ondanks de harde opvoeding die ze in haar jeugd gehad heeft. ‘Als ik aan mijn thuisland en aan eten denk, dan is dat absoluut verbonden met mijn moeder.’

Antonio, de lange rijzige Frans-Libanese partner van Jo komt de huiskamer binnen. Hij spreekt met Sumi Jo af dat er vandaag geluncht wordt in villa Tuscolana, een van haar favoriete plekken om te eten, helemaal bovenop de heuvel van Frascati. Zelf kookt Sumi nooit. ‘Ik heb heel weinig tijd en Nina laat me absoluut niet in de keuken achter het fornuis: dat is haar domein’. Boodschappen doet ze wel eens:’ Ik kan uren in een supermarkt rondlopen. Dan bekijk ik allerlei etenswaren. Van groenten en fruit tot twee pakken yoghurt om de inhoud en de datum te vergelijken.’ Soms koopt ze wat exclusiefs. ‘Ik ben dol op truffels. Helemaal op witte, die zijn nog lekkerder dan zwarte.’ Eens kocht ze er eentje van zevenhonderd euro. ‘Als een kleine witte steen, maar dan heel licht. Zorgvuldig heb ik heb een maand bewaard in de koeling. Met niemand heb ik hem gedeeld. Telkens heb ik er een klein stukje van gegeten, als een muis die heel zuinig is met zijn stukje kaas.’ Op toast, bij het ontbijt. Of een klein beetje op de risotto. ‘Dan geen Parmezaanse kaas er bij, want dat gaat ten koste van de smaak van de truffel. Alleen een beetje extra virgin olijfolie.’ Ongelooflijk lekker. Bij uitzondering een glas rode Toscaanse wijn erbij, een Brunello di Montalcino. ‘Ik bespaar niet op eten, ik vind het heel redelijk om geld uit te geven aan eten.’

Rome is nog nietiger geworden, gezien vanaf de balustraden van hotel-restaurant Villa Tuscolana. Tot in de puntjes gesoigneerde bruiloftsgasten lopen op het witte grind tussen de olijfbomen en cipressen in het eeuwenoude park voor de zestiende eeuwse villa. Binnen snijdt het bruidspaar een enorme bruidstaart aan, versierd met echte rode rozen. De kelner in smetteloos wit pak veronschuldigt zich voor de drukte en deelt de menukaarten uit voor de lunch. Gezeten aan het hoofd van de tafel blijft Sumi Jo lange tijd naar één punt in de menukaart staren. ‘Ik ben geschokt, het is niet te geloven!’ Op de menukaart staat het gerecht ‘Gli Strangozzi alla Norma’. Oftewel pasta bereid op de wijze van Norma. Norma: de opera uit 1831 van Vincenzo Bellini, klassiek voorbeeld van de Belcanto traditie. Waarvan de titelrol zo’n beetje wordt gezien als de moeilijkste die er voor een sopraan bestaat. ‘Mijn favoriete opera, over de dramatische vrouw Norma, die ook op mijn nieuwe album staat.’ Een paar weken geleden was ze in Zürich om Norma op te nemen. ‘Met Cecilia Bartoli in de rol van Norma. Zij heeft me gevraagd om de rol van Adalgisa te zingen.’ In de opera is de jonge priesteres Adalgisa de geheime liefde van proconsul Pollione, die samen met hoge priesteres Norma twee kinderen heeft. Pollione vraagt Adalgisa er met hem vandoor te gaan, naar Rome. Waarop Adalgisa verscheurd wordt tussen loyaliteit aan Norma en haar liefde voor Pollione. De Norma-CD met Cecilia Bartoli en Sumi Jo komt in de loop van 2012 uit.‘Zelf moet ik als prima dona natuurlijk ook eens Norma zingen, vindt Sumi Jo. ‘Dat is iets voor de toekomst, ik ben er nu nog niet klaar voor.’

Ze vertelt over de bekendste vertolkster van Norma, de legendarische Grieks-Amerikaanse Maria Callas, die de opera 89 keer zong. Er is een groot verschil tussen operazangeressen toen en nu, volgens Sumi Jo. ‘In de tijd van Maria Callas waren de diva’s iconen, maar bleven tegelijkertijd een beetje mysterieus, ze leidden een verborgen leven. Tegenwoordig, met internet en sociale netwerken is het omgekeerd: er is een over-exposure’. De kunst is om de balans te vinden. ‘De wereld is sneller geworden, daar moet je je aan aanpassen. Tegelijkertijd zijn we geen popsterren, dat past niet bij klassieke muziek.’ Zelf houdt ze ook een beetje mysterie in stand: over haar relatie met Antonio wil ze liever niks kwijt in de media.

De ‘strangozzi alla Norma’ wordt opgediend op grote witte borden. De strangozzi – letterlijk ‘schoenveters’, een soort dikke, platte spaghetti – met rood-donkere saus ligt in een gedraaide berg op het bord. Daarboven liggen als langwerpige dakpannen dikke plakken ricotta en blaadjes verse basilicum. De saus bestaat uit in olijfolie gebakken aubergine met knoflook en gepureerde tomaten. Een oud Siciliaans gerecht dat in de negentiende eeuw zo populair was dat het vernoemd werd naar de in die tijd eveneens succesvolle opera Norma van Siciliaan Bellini. De perfectie van beide passen bij elkaar. ‘Het is Norma!’, schijnt de Siciliaanse schrijver, dichter, regisseur en theaterdirecteur Nino Martoglio te hebben uitgeroepen toen hij het gerecht at, zó fantastisch vond hij het. Sumi Jo draait sierlijk met haar hand aan het uiteinde van de vork in de pasta en brengt die zonder knoeien naar haar mond, als een ware Italiaanse. Ze proeft. ‘Heel goed’. Het volle, zachte en tegelijkertijd stevige van de verse strangozzi, het donker-smeuïge van de gebakken aubergines, het zout-zure van ricotta en het geurig-kruidige van de basilicum, samen in één hap. ‘Norma!’

Vijfentwintig jaar staat Sumi Jo nu op de internationale podia. Ze heeft heel veel bereikt. Meer dan vijftig CD’s uitgebracht, een Grammy award, zingt in de beste operahuizen van de wereld. ‘Toch heb ik niet het gevoel dat ik alles gedaan heb. Ik ben niet tevreden, het gaat gewoon door, ik streef naar perfectie, het wordt een obsessie. Een concert moet perfect zijn, inclusief de kleding, het licht, alles.’ Soms gaat ze zelfs op de stoelen in de zaal zitten om te voelen of het publiek wel goed zit. ‘Ik wil zo lang mogelijk doorgaan met zingen. Zingen is mijn leven, zonder zingen heeft het leven geen zin.’

Muziek geeft zóveel energie, die ze tijdens een concert deelt met andere mensen. ‘Na afloop zie ik dat ze gelukkig zijn, dat ze iets van mij hebben gekregen. Iets van mijn ziel. Daarom moet ik een mooi persoon zijn.’ Een grote verantwoordelijkheid brengt dat met zich mee, ook ten opzichte van de inmiddels vrijwel altijd overleden componisten. ‘Ik moet me helemaal inleven om te begrijpen wat Mozart met een muziekstuk bedoelde. Ik ben een medium tussen de overleden componist en het publiek. Ik wil goed zijn om mijn geluk met anderen te delen.’ Niet alle zangers kennen hun verantwoordelijkheid. ‘Er is veel egoïsme in de muziekwereld. Terwijl het gaat om compassie. Met alles. Met mensen, met natuur, met dieren.’ Je hebt twee categorieën zangers: goede en de beste. De eerste doen hun best, beheersen de techniek. De twee groep beheerst uiteraard de techniek, maar zingt daarnaast vanuit een diep doorleefde betrokkenheid. ‘Zingen komt daar uit voort, doordat je weet wat lijden is. Mozart wist hoe hard het leven kan zijn. Ik ben zo dankbaar voor al dat lijden, de eenzaamheid en de honger die ik heb gekend. Ik ben blij dat ik daar doorheen ben gegaan.’
Sumi Jo’s bord is leeg. De strangozzi alla Norma kan in haar lichaam worden omgezet in energie. Energie voor haar spieren, die samen met haar adem geluid gaan voortbrengen, zang, zodat we iets van haar te horen krijgen, iets van haar ziel.


Gepubliceerd in Sabor no. 2