“We moeten weer leren garnalen pellen”

Wouter Klootwijk

Vroeger was hij de schrik van menig restauranthouder, nu maakt Wouter Klootwijk het voedselproducenten voor de camera’s knap lastig met zijn voor de hand liggende vragen, die niemand anders stelt. Het televisieprogramma De Keuringsdienst van Waarde is een hilarische hit. “EKO maakt misbruik van ons, goedwillende mensen”

Boven Zaanstad moet je een flink stuk tegen de straffe wind in fietsen. Langs lange vaarten met zelfbedieningspontjes en dorpjes met stevige namen als Oost-Knollendam en Spijkerboor. Dan voor één euro het pontje om op het eiland De Woude te komen en langs bewoonde openluchtmuseumboerderijen te lopen. Langs Ot en Sien – de varkens die een hoofdrol spelen in de nieuwste reeks van het ‘ambachtelijke gemaakte’ tv-programma De Keuringsdienst van Waarde. Tot je niet meer verder kunt, tot de boerderij die ver uitkijkt over de kale vers gemaaide weiden en bewoond wordt door een van de verslaggevers van dat tv-programma. “Ik heb niet veel te vertellen. Ben journalist en heb nergens verstand van. Als dat geen bezwaar is, kunt u het proberen”, had Wouter Klootwijk voorafgaand aan het interview gezegd. We proberen het. Bij aankomst bestudeert hij geïnteresseerd de vouwfiets van de verslaggever en serveert de koffie in een grote kom met een kan schuimig geklopt warme melk.

“Wouter Klootwijk schrijft bij voorkeur over onbelangrijke dingen”, staat er achterop het boekje ‘Een bunder land is twee bramen prut’. Daarin schrijft hij over zijn doodkalme dorpje “waar nooit wat gebeurt, alleen als er nieuwe stadsen komen wonen die meteen de politie bellen”. Maar zo onbelangrijk vonden de restaurants en andere etablissementen de stukjes niet die Klootwijk lange tijd schreef voor de Volkskrant, onder pseudoniem De Cocq, samen met compagnon De Boer. Genadeloos, maar vooral ook om te lachen waren de artikelen, ook later toen ze over zaken gingen als langzame gehaktmolens, kaas met stukjes aardbeien en de schoonheid van sardineblikjes. Een paar jaar geleden vond de Volkskrant dat hij niet meer in het hippe vrouwelijke format van het zaterdagse Magazine paste en verhuisde Klootwijk naar het NRC en de regionale dagbladen.

En hij verscheen op tv met De Keuringsdienst van Waarde dat al voor de eerste uitzending het nieuws haalde doordat de officiële Keuringsdienst van Waren tevergeefs aan de rechter vroeg de naam van het RVU-programma te verbieden. Nu is het aan zijn derde seizoen bezig, met hoge kijkcijfers. Hilarische televisie is het met naïeve vragen en ontluisterende antwoorden: Bar-le-Duc en Sourcy bronwater komen uit Utrechtse grond, ‘vers’ rundvlees van Albert Heijn is twee jaar oud en komt uit Afrika (‘Filet Africain’), bruinbrood is vaak geverfd witbrood, en kalkoenseperatorvlees eindigt in Unox-knakworsten.

Illegaal

Ot – het gevlekte mannetje – en Sien liggen er nog vredig bij in het omheinde lapje omgewoelde grond nabij de boerderij van Klootwijk. Die stapt met een emmer varkensvoer over de omheining, Ot en Sien komen dringend snuffelen. “In het begin waren ze nog heel speels, waren ze gek aan het rennen en zo, zaten ze je aan de broekspijp. Maar ze vinden je toch vooral leuk vanwege het eten.” Met graagte vreten Ot en Sien van de brokjes. In de eerste aflevering van de Keuringsdienst was te zien hoe ze – tien weken oud - gekocht werden bij een biologische Achterhoekse boer. Hoe kom je eigenlijk aan varkens? Was de openingsvraag. Boerenorganisatie LTO adviseerde ze illegaal aan te schaffen. “Ik dacht, ‘dat wordt een rel’. Het toont hoe enorm fraudegevoelig die varkensindustrie is, maar nee, niks.”

Volgende vraag was: wat zit er eigenlijk in het voer dat Klootwijk voor zijn varkens aanschafte? Behalve afgekeurde aardbeientaarten vooral ook ‘genetische gemodificeerde soja’, zo blijkt, veelal uit Argentinië. En hoe groeit dat eigenlijk? In twee afleveringen ging een van de andere drie verslaggevers van de Keuringsdienst op onderzoek in Argentinië, vergezeld van een ingelijste foto van Ot. Hij en de kijkers zagen vlaktes van honderden vierkante kilometers genetisch gemanipuleerde Monsanto-soja. “Nee, nee dat kun je zo niet eten, daar zit gif op”, zegt de soja-teler als de verslaggever een hapje sojabonen wil eten. Round-up van Monsanto, dat alles wat groeit en bloeit – behalve de Monsanto-soja - kapotmaakt. Indringend ook zijn de beelden van grote lappen tropisch regenwoud die in één ruk worden omgehaald om nog meer gentechsoja te telen. De oorspronkelijke bewoners van het bos moeten weg en zelf maar bekijken hoe ze voortaan overleven. En passant wil Klootwijk zijn Ot en Sien de resterende patatjes geven die hij in het dorpsrestaurant niet opkrijgt. Maar dat mag niet, volgens agrarische wetten: de varkens zijn feitelijk verplicht Argentijnse gentechsoja te vreten.

“Of ik iets wil bereiken met dit soort televisie? Nee. Dat moeten journalisten niet willen. Dat is je taak niet. De jonge honden van de redactie verzuipen nog wel eens in hun eigen verontwaardiging. Die hebben de neiging om betrokken te raken. Maar dan kun je net zo goed meteen bij Milieudefensie gaan werken. Je moet oppassen met verontwaardiging. Voordat je het weet stik je er in. De bio-industrie is maar één ding. We hebben te maken met een draak met heel veel koppen. De visserij bijvoorbeeld. Er zijn een paar landen die beschaafde maatregelen willen nemen, zodat je eeuwig door kunt blijven vissen: Noorwegen, Nederland ook wel. Maar een heleboel andere naties, de Chilenen, Japanners, Mexicanen, die moorden maar uit. Daar kun je zo moedeloos van worden.”

Kwakzalvers

Dat weerhield Klootwijk er niet van om samen met milieuorganisatie Stichting Noordzee ‘De Goede Visgids’ te schrijven ‘Vis eten met een goed geweten’. Daarin worden van zo’n negentig in Nederland verkrijgbare vissen, schaal- en schelpdieren bekeken of ze overbevist worden, of er bij de vangst niet te veel ecologische schade wordt aangericht, naar het gifverbruik bij kweekvissen en zo nog wat duurzaamheidsaspecten. In één oog opslag valt er te lezen welke vissoorten zonder gewetenswroeging kunnen worden gegeten, zoals haring, makreel en schelvis en welke wel zouden moeten worden gemeden, zoals Noordzee kabeljauw en schol.

Met zo’n verantwoord visboek valt toch niet vol te houden dat hij niks wil bereiken? “Wat daar in staat vind ik nu ook allemaal. Maar ik wil volledig onafhankelijk blijven.” Dus ambassadeur voor Varkens in Nood zal hij bijvoorbeeld niet worden. “Ze hebben me het gevraagd. Maar hoewel ik hun doelstellingen volledig onderschrijf, wil ik dat niet. Actievoeren hoort niet bij dit vak, dat is nu eenmaal zo.” Hij wil zijn handen vrijhouden, bijvoorbeeld om de natuurwinkels op de hak te nemen. “Mijn gevoel gaat naar die winkels uit. Maar als je ziet wat ze allemaal uitspoken. Eko is handel geworden. Omdat er ‘Eko’ op staat wordt er meer geld verdient. Maar niet door de boeren: de twee biologische melkveehouders hier op het eiland krijgen voor hun melk niet veel meer dan hun gangbare collega’s.” Terwijl de melk in de winkel wel een stuk duurder is.
“We hebben met de Keuringdienst een aflevering gemaakt, die we niet hebben kunnen afronden, over biologische pinda’s uit China, gecontroleerd door eko-keuringsinstantie Skal. Ik denk dat die boeren daar helemaal niet weten dat ze biologische dingen maken. Ik denk zelfs dat alle pinda’s in China biologisch geteeld worden. En dat ze dat hier verkopen als eko-pindakaas, veel duurder dan de gewone pindakaas.” De Keuringsdienst van Waarde wilde het met eigen ogen gaan bekijken. “De Nederlandse groothandel in een Chinese havenstad zei eerst: ‘geen probleem’. Toen zei hij ‘het is wel enkele dagen reizen’. En vervolgens: ‘dat kan zo maar niet’.” Toen klopte het tv-programma maar weer aan bij eko-controle-instantie Skal. “Dat is gewoon een bedrijf, dat winst maakt op het toekennen van certificaten, het is gewoon handel.”, volgens Klootwijk. “Skal zei: ‘We hebben een controleur in China’. Kunnen we die dan spreken? ‘Nee, want die woont in Indonesië.’ Weten jullie dan onder welke omstandigheden die boeren werken? Nee, dat wisten ze bij Skal niet. Jongens in de EKO-beweging, dat pik je toch niet! Zo zijn er meer die misbruik maken van ons, goedwillende mensen.” Klootwijk loopt naar de kast en haalt een glazen potje zeezout van 150 gram uit de kast, dat zo’n vijf euro heeft gekost. ‘Biologisch’ staat er op. “Dat is een vergissing”, zeiden ze toen ik er over belde. Drie weken later stond het er nog op.” Hij pakt nog een, wat groter glazen potje. Himalaya Zout, 250 miljoen jaar oud staat er op. “Het komt uit de nieuwe grote EKO-winkel in Alkmaar. Tien euro kostte het. Terwijl alle zout zo oud is. Die kwakzalverij, daar kunnen ze maar niet vanaf komen in de eko-handel.”

Schreeuwlelijkerd

Vanwege zijn eigenzinnige kijk op landbouw en voeding werd Klootwijk gevraagd zitting te nemen in het Consumentenplatform van het ministerie van Landbouw. Dat adviseert de minister over zaken als dierenwelzijn, voedselveiligheid, en ‘natuurlijke’ landbouw. “Daar moet ik zo verschrikkelijk om lachen om dat platform. Toen ik werd gebeld, wilde ik eerst niet, maar toen dacht ik: ‘ik wil wel weten wat daar gebeurt’. Wie zitten daar, de eerste keer: een hele prettige dame van Albert Heijn, een schreeuwlelijkerd van de Hartstichting, Teo Wams van Milieudefensie, later Natuurmonumenten, een antroposofische kok, een Wageningse hoogleraar, die ik een stukje een keer volkomen belachelijk heb gemaakt, waar hij erg boos over was. Consumentenplatform? ‘Al die mensen staan ergens voor, ik ben de enige consument hier’, zei ik! Later kwam er ook een boer in, dat vond ik wel leuk. Maar het is een heel raar gezelschap dat een beetje door elkaar heen loopt te blèren. De enige die wat zinnigs roept ben ik. Maar ik verwacht dat ze me er binnenkort uitgooien. Alhoewel, er moet nog wel wat te lachen blijven.”

Aanklooien

Terwijl Ot en Sien de brokjes opschrokken, komt er een boer op leeftijd aanfietsen, pet op en een emmer peren aan zijn stuur. “Deze peren zijn lekker”, roept hij. “En er liggen ook nog een boel onder de boom, voor de varkens.” Hij vindt het prachtig dat Ot en Sien op zijn stukje grond scharrelen. Net als de kinderen in het dorp, die meteen over het hek klommen, toen de varkens arriveerden. “Er zijn in Nederland vast wel een miljoen kinderen die nog nooit een varken hebben gezien”, zegt Klootwijk. Adri, Wim en Martje wel. Het zijn de hoofdrolspelers in een deel van de vijftien kinderboeken die Klootwijk schreef. Adri en zijn vriendjes beleven hun avonturen onder een brug aan de rand van een dorp, waar ze van alles meemaken met wat er zo maar langskomt. Een varkentje bijvoorbeeld. Grappige boeken zijn het. Niet moralistisch, maar Klootwijk wil er toch mee zeggen dat de lol voor kinderen ligt in dingen die geen geld kosten. “Je moet een kind geen duur speelgoed geven, maar een hoop zand.”

Behalve varkens, zullen kinderen binnenkort ook geen koeien meer te zien krijgen, is Klootwijk bang. En geen boeren. Maar dat er steeds meer boeren verdwijnen is niet erg. “Die produceren vooral bulk voor de Duitsers, tomaten, kaas, de meest oninteressante kippen, sukkelig varkensvlees. Rare bezigheid. Dat doe je toch niet, hou er mee op. Wat er nog over is aan boeren, verliest het toch op de wereldmarkt. Die twee varkens die we hebben gekocht, kostten tachtig euro per stuk. In het slachthuis krijg ik er straks honderd euro voor. Terwijl we nu al meer dan 350 euro aan voer hebben uitgegeven en dan voeren we ze ook nog bij met spul uit het restaurant én hebben we niet eens uurloon meegerekend. Die manier, hoe dat gaat in de landbouw, ik kan dat haast niet vatten. Al die mensen in de landbouw zitten op het randje van een dubbeltje winst of een dubbeltje verlies.”

Heeft hij een alternatief? “Ik zou het leuk vinden als de keuterboer weer terugkomt, als er een gigantisch grijs circuit komt. Er zijn ontzettend veel mensen die min of meer voor hun plezier wat aanklooien. Ik heb vijftien kippen. Maar de eieren daarvan krijg ik niet alleen op.” Verkopen dus of ruilen tegen andere dienst. “Ik sta in het dorp bekend als iemand die kippen slacht, dus daarvoor komen ze bij mij. Een paar jaar geleden was er een Belgische gemeente die kippen aan haar burgers uitdeelde, om af te komen van het groenafval. Dat klinkt kneuterig. Maar in die dertien jaar dat ik hier woon heb ik nog nooit één grammetje groenafval weggegooid: de kippen eten het allemaal op, of trappen het in de grond. Die enorme afvalstromen die in Nederland in stand gehouden worden. Terwijl het allemaal dicht bij huis kan.”

En hij weet ook wel hoe we dat voorelkaar krijgen, dat massale scharrelen en keuteren. “Als het transport honderd keer zo duur wordt, wordt het heel gezellig in Nederland. Dan gaan we alles weer op kleine afstand produceren. Dan moeten we weer leren garnalen pellen. Hollandse garnalen: heel erg lekker, een prachtig product, dat niet met uitsterven of zo wordt bedreigd. Nu worden ze twee keer met benzoëen besprenkeld en dan naar Marokko gereden om ze daar te laten pellen, en dan weer terug. Als het transport honderd keer zo duur is, gaan we zelf weer garnalen pellen.”

Plofkippen

“Dit is mijn trots”, zegt Klootwijk als hij aan het eind van het gesprek zijn culinaire laboratorium laat zien. Een soort kruising tussen een schuur en een keuken, met uitzicht op de slootjes en weilanden. Je komt ogen te kort voor de enorme hoeveelheid potten, pannen en vergieten in houten rekken. Twee grote gaspitten, een houtskoolkachel om het `s winters warm te krijgen en een computer met flatscreen. Hier worden de aardappelpuree en de macaroni voor de Keuringsdienst van Waarde getest en opgenomen, geëxperimenteerd met ansjovis en wijn uit kartonnen pakken en Marsrepen tussen bruine boterhammen geplet. Hier werden ook de ‘plofkippen’ geslacht uit de eerste reeks afleveringen van de Keuringsdienst. Klootwijk kocht de mestkuikens, die normaal gesproken na zes weken worden geslacht, waarna ze smakeloos kippenvlees leveren. Hij verzorgde ze in plaats daarvan vier maanden. “Gedrochten waren het toen. Ze zakten gewoon door hun poten. Toen ik het niet langer kon aanzien, heb ik ze geslacht. Ze waren ontzettend lekker.”


Oude afleveringen van de Keuringsdienst van Waarde zijn te zien op www.rvu.nl/kvw. Plus allerlei andere informatie over het programma.

Gepubliceerd in Milieudefensie Magazine, oktober 2005
Foto: Liesbeth Sluiter