Pompoensoep II

Wonderlijke wintersoep

De pompoenenoogst
wacht geduldig het eten,
een winter vol zon.

Op vensterbank en piano liggen ze roodoranje te schijnen. Hokaido pompoenen, ook wel ‘uchiki kuri’s, grote, kleine, ronde en eivormige. Ze brengen de zomer naar de winter. De komende maanden zal er telkens eentje van vensterbank of piano verdwijnen, richting keuken. Zo maart, april zal de laatste opgegeten zijn. Dan kunnen de zaden – gewonnen uit de verwerkte pompoenen – in potjes worden gestopt om te ontkiemen voor het nieuwe groeiseizoen. Ooit vroeg een leraar ons een voorwerp mee te nemen waaruit wij inspiratie putten. Ik nam een potje mee met een pas opgekomen pompoenplantje. Twee forse krachtige ovaalvormige lobbladen, als twee schuin ten hemel opgeheven handen. In het midden een steeltje en daarop het eerste overduidelijke, ronde pompoenenblad. Zó wonderlijk en zo schoon.
De wetenschap kan het uitleggen: hoe het erfelijke materiaal in de celkernen van die pompoenpit, onder invloed van licht, warmte, vocht en voedingsstoffen tot leven komt. Maar waarom, waartoe, waarvoor en die schoonheid? Hoe armzalig en gebrekkig de wetenschappelijke inzichten. Het pompoenplantje gaat ons verstand verre te boven.
In ‘Lectures on Zen Buddhism’ beschreef Daisetz T. Suzuki hoe de zeventiende eeuwse Japanse monnik en dichter Basho een nietig plantje onder de heining bekijkt:

“Hij voelt het gehele mysterie dat door dit nederige plantje onthuld wordt – het mysterie dat aan de bron ligt van al wat bestaat. Hij raakt bedwelmd door dit gevoel en hij uit het dan in een woordenloze, onhoorbare kreet.”

Voor wie zich verlaat op het verstand en wetenschappelijk kennis, kan het mysterie beangstigend en onbevredigend zijn. Het niet-weten accepteren blijkt juist bevrijdend te kunnen werken en innerlijke rust te brengen. Ook weer wonderlijk. We deinen mee op de golven van het mysterie. De schoonheid en vitaliteit van het pompoenplantje vallen ons toe. Eventjes in een eeuwig moment. Het volgende moment is het plantje uitgegroeid tot een zomerse meterslange kruipende plant met gele trompetbloemen waarin, na een bezoekje van de hommels, de gloedvolle pompoenen groeien. Totdat de teloorgang inzet en er na de eerste nachtvorst niks overblijft van de plant: het wonderlijke pompoenplantje is vergaan tot snotterig groen. Met de pompoenen op de vensterbank als herinnering. Totdat ook die verdwijnen en ons via een zonnige wintersoep en onze maag hun levenskracht doorgeven. Eventjes.

Benodigdheden:

* 1 hokaido pompoen (o.a. te koop in de natuurvoedingswinkels)
* zonnebloem- of olijfolie
* 1 flinke ui
* 2 teentjes knoflook
* stukje gemberwortel
* ½ chilipepertje of lepeltje sambal
* 8 deciliter groentebouillon
* 4 deciliter kokosmelk
* sap van 1 citroen
* ketjap manis
* handvol korianderblaadjes

Werkwijze:

Verdeel de pompoen in kwarten, verwijder de pitten met een lepel en snijdt de pompoen in stukken. Doe die in een braadslee, schep met een scheut olie goed om en zet 25 minuten in een op 200 graden voorverwarmde oven. Smoor ondertussen in een grote pan de gesnipperde ui, geperste knoflook, geraspte gember, het in stukjes gesneden chilipepertje of de sambal . Doe er de bouillon en kokosmelk bij en laat een kwartiertje zachtjes koken. Roer er de pompoen en het citroensap door, pureer met een staafmixer. Breng eventueel op smaak met ketjap en bestrooi me koriander.

Gepubliceerd in Vorm & Leegte, december 2008

Nog een pompoenrecept: zie hier.