Vergeestelijkt brood

Zuurdesem

Brood is zo gewoon. En toch kan het makkelijk van gewoon, zo hups in iets buitengewoons veranderen. Door het beleg, extravagant lekker: oude kaas met Limburgse appel-perenstroop of zo, of een zoute haring met mierikswortelsaus. Speciaal wordt brood ook doordat het door symbolen naar grotere hoogten gevoerd wordt. ‘Geef ons heden ons dagelijks brood’. Daar heb je het al, het brood vergeestelijkt.

Het summum is natuurlijk de tovenarij in de rooms-katholieke kerk, waarbij de pastoor letterlijk het brood in het vlees van Jezus verandert: de ‘transsubstantiatie’. Ha, ha, malle jongens die orthodox-katholieken. Nu het volgende: dat brood is gebakken van graan, dat in de grond groeide, door water en meststoffen en mineralen in zich op te nemen. Van stof dus, waartoe wij allen ooit weer vergaan, Jezus in het verleden ook. Tja, als je het zo bekijkt, zit Jezus uiteindelijk in die hostie. Er zit wat in. Mooie pantheïstische symboliek, die ons stil doet staan bij de eenheid van de schepping. Alleen: waarom mogen wij niet-katholieken niet proeven? Wat zou Jezus himself daarvan gevonden hebben, hij die zelfs de hoeren liefhad? Wij laten ons niet verstoten en zeggen ‘eucharistie’ oftewel ‘dank’.

Dank ook zeggen we voor de broodgift van Jeannette in haar herberg die aan het eind van Nederland ligt en dan ook ‘Home at the end of the world’ heet. Wij aten haar prachtige stevige donkere zuurdesembrood ‘Dörthe’ en kregen van Jeannette haar moeder mee. Die wordt ook wel ‘starter’ genoemd: het water-meel-met-zuurdesembacteriënmengsel waarmee je je eigen zuurdesembroodproces aan de gang krijgt. Wie geen moeder heeft, kan ook naar Jeannette gaan, of haar zelf proberen te maken (zie bijvoorbeeld gist & zuurdesem).

’s Avonds mengen we moeder met 250 gram roggemeel, 250 tarwemeel en een halve liter water. In een andere kom met 100 gram roggekorrels en 100 gram tarwekorrels gieten we heet water, totdat de korrels net onder staan. De volgende ochtend roeren we de deegmassa om en scheppen er een paar lepels uit in een bakje, waarmee we nieuwe moeder hebben voor latere broden. Schep de graankorrels door het deeg, doe er anderhalve theelepel zout, 30 gram lijnzaad, 50 gram havervlokken en 30 gram roggemeel door en schep in een broodvorm om twee uur te laten rusten.

Bak het Dörthebrood eerst een uur op 100 graden, vervolgens anderhalf uur op 175 graden. Het stevige, voedzame, lekkere brood is veel langer houdbaar dan het gemiddelde gistbakkersbrood. Moeder geven we uiteraard door aan andere broodliefhebbers, zonder onderscheids des persoons, katholiek of protestant, moslim of Wilders, Paus of Dalai Lama, hoer of Jezus himself.