Brandnetelsoep

Heksensoep

"De heks van doveneeeetel,
die roerde in een keeeeetel.
Ze kookte pap van heksengras,
waar de heks zo dol op was.
Wiedewiedewiet,
wiedewiedewiet,
heksenpap die lust ik niet."


Zingen de kinderen mee met het bandje. Toch wel, ze lusten heksensoep, hebben ze gemerkt en het maken is een leerzaam avontuur voor kinderen en grote mensen. Niet van de dovenetel (nooit geprobeerd, zonde van de mooie bloemetjes), maar van die andere netel die zo akelig prikt en waarvan je bobbeltjes op je hand krijgt als je de bal uit de struiken haalt.
"Maar dat doet pijn in je keel als je die gaat opeten!"
Toch is dat branden bedacht voor kinderen. Want met de eerste prikken van de haren van de blaren van die tanige woekerende plant, gebeurt er heel veel. De volgende keer weten ze hoe de brandnetel er uit ziet.
En ze leren ook nog eens de weegbree kennen. Als ze tenminste horen dat in de buurt van de brandnetel altijd weegbree groeit en dat, waneer je er stevig mee over de gebrande plek op je been wrijft, het prikken zo weer weg is. Na de volgende keer branden begint meteen het speuren naar die wonderlijke weegbree, waarbij ze en passant allerlei ander groen tegenkomen. "Is dit er eentje?" "Nee, dat is geloof ik zuring."
En zo is de interesse voor, betrokkenheid bij, verwondering en kennis over plantjes en bloemetjes geboren.
En dan kun je het ook nog eten. Brandnetelsoep klinkt heksenachtig. Juist daarom is het zoeken naar brandnetels en het bereiden van de soep spannend.
Het is ook vieren van het voorjaar, want dan zijn de jonge frisse netelblaadjes - liefst de toppen - het lekkerste. Het is bovendien leuk omdat zelfs mensen zonder eigen tuin hun eigen maaltje bij elkaar kunnen scharrelen. Je voelt je eventjes de jager en verzamelaar van 10.000 jaar geleden, toen we nog niet eens aan landbouw deden.
In de tegenwoordige tijd is de brandnetel flink opgerukt in het Nederlandse groen. Hij houdt namelijk van voedselrijke grond en daar heeft de enorme overbemesting voor gezorgd, ten koste van plantjes die het graag op arme gronden doen. Zijn wij even blij met de milieuvervuiling.

Handschoenen aan, echte of gewoon een stel diepvrieszakjes en pluk een pond jonge netels. Voor extra hekseneffect: doe er wat zuring bij. Hak de blaadjes aan stukken. Fruit een ui met wat olie en knoflook en laat de brandnetel een kwartier smoren. Roer een deciliter melk door twee eetlepels meel en giet het papje door de brandnetels. Maak er een gebonden soep van door er geleidelijk een halve liter groentebouillon door te roeren. Laat eventjes pruttelen en breng op smaak met bijvoorbeeld nootmuskaat. Serveer met geraspte belegen kaas. De soep doet geen pijn in je keel.


Gepubliceerd in Milieudefensie Magazine, mei 2002