Geiten(wollensokken)kaassla

Over het meest uigekauwde cliché

“Milieu is hip! Je hoeft geen geitenwollensokkentype te zijn om duurzame ontwikkeling te willen.” “De wereldwinkels hebben geen geitenwollensokkenuitstraling meer, dat is al lang voorbij.” “Biologisch eten is niet alleen maar meer voor mensen met geitenwollensokken.” Als ik dit soort uitspraken hoor of lees, ga ik gillen. En hoor dan ook altijd Egbert Tellegen gillen. Ooit interviewde ik deze emeritus hoogleraar milieukunde en een van de eerste voorzitters van Milieudefensie. Hij vertelde toen dat hij ‘geitenwollensokken’ een van de ergste en meest uitgekauwde clichés vond en dat hij en zijn vrouw altijd afkeurend beginnen te joelen als ze het op de radio weer eens hoorden. Het cliché drukte zo’n enorme angst uit voor anders zijn, voor afwijking van de mainstream, vond hij. Het interview is inmiddels al weer heel wat jaren geleden, maar Tellegens veroordeling heeft niet mogen baten: nog steeds wordt het gebruikt, nooit te pas, altijd te onpas. Het ergste zijn mensen die van zichzelf zeggen dat ze vroeger geitenwollensokken waren, maar nu niet meer. Rot toch op, zit jezelf toch niet zo te verloochenen. Wees toch gewoon lekker soft en alternatief. “Geitenwollensokkentype: wat wereldvreemde, non-conformistische sociale hervormer”, zegt de elektronische Van Dale. Stuk voor stuk grote deugden. Hoe zou de wereld er uitzien zonder wereldvreemden? Zonder non-conformisme, zonder sociale hervormingen? Een onleefbare wereld zou dat zijn, zonder geitenwollensokkentypes. Dus vanaf nu: geitenwollensok alleen nog gebruiken in aanbevelende zin. Mensen die het nog op de ouderwetse denigrerende manier gebruiken: u wordt genomineerd voor de titel ‘geitenwollensokkenneuker van het jaar’.
Wat er trouwens met het spul zelf mis is -de geitenwol - mag Joost weten. In het Midden-Oosten gebruiken ze het om de meest dure Perzische tapijten van te weven. En het beest, met zijn melk en kaas, is eigenlijk behoorlijk geëmancipeerd geraakt in Nederland.
Terwijl geitenkaas vroeger alleen iets was voor charmante stinkende Franse boerinnetjes (en voor wat voor types….?) tijdens de vakantie, is het assortiment hier te lande behoorlijk toegenomen. Met authentiek inheemse varianten: jonge Hollandse geiten-gouda-kaas, hartstikke lekker, tot in de Albert Heijn te krijgen. Om de een of andere reden doet geitenkaas met salade het heel goed. Salade in allerlei varianten. Blokjes jonge geitenkaas door de tzatiki, bijvoorbeeld. Of wat geschaafde oude kaas over bladsalades. Bij oudere geitenkaas door de sla zou ik ook wat andere pittige accenten gebruiken, zoals rode-uien-ringen en/ of olijven. Heel Frans is salade met gegrilde geitenkaasjes.

Snijd een paar sneden brood in blokjes en bak die met wat gehakte teentjes knoflook in olijfolie knapperig. Was en slinger een krop sla en verdeel de sla over 4 borden. Maak een vinaigrette van 6 eetlepels olijfolie, 2 eetlepels azijn, mespunt mosterd, zout en peper. Halveer twee ronde verse geitenkaasjes overdwars en gril de vier helften in een vuurvaste schaal totdat de bovenkant lichtbruin is. Voorzichtig bij de sla leggen, verdeel de vinaigrette over de borden plus de croutons. Tjonge, wat kunnen die geitenwollensokkentypes toch lekker koken.


Gepubliceerd in Milieudefensie Magazine, juni 2006