Wijn maken

Alcohollaboratorium

Achter mijn rug blubt het. Blub - pauze - blub - pauze - blub. Bijna elke seconde één. Duizenden piepkleine belletjes stijgen uit het geel-oranje vocht naar het oppervlak in de mandfles. Bovenin de fles persen ze zich gegroepeerd door het waterslot naar buiten. Blub. Go, go bubbeltjes! Het gaat goed man! Het gebeurt: het fascinerende proces van het omzetten van de sapsuikers in waar het om te doen is: alcohol. In mijn nieuwe toekomstige wijn, met het koolzuurgas als restproduct dat naar buiten moet. Blub. En passant neem ik een slokje van mijn eerste chateau Bussink uit het glas naast me. Een droge witte wijn met een in eerste instantie wat vlak bouquet, maar dan eenmaal in de mond licht fruitig met een krachtige diepe afdronk. Dat ik dat zelf gemaakt heb! Aan het eind van de vorige zomer van de biologische witte druiven van de Aldi. Plus wat liters appeldiksap.

Jarenlang stonden de mandflessen van tien, vijfentwintig en zelfs eentje van vijftig liter werkeloos op mijn werkkamer. Omdat ik er ooit nog eens aan wilde beginnen, zelf wijn maken. Maar de zelfgefabriekte wijnen van anderen waren niet altijd een aanmoediging. Smerig zoet vaak. Toch gedaan en ik kan vertellen: het is echt de moeite waard. Alleen al dat je zelf aan het hoofd staat van je eigen alcohol-laboratorium. Met als startpunt de bakken met vruchten - druiven natuurlijk maar allerhande ander fruit werkt ook of bloesems. Je brengt de boel, eventueel aangevuld met water en suiker aan het gisten met wijngist. Laat het een paar dagen in het CV-ketel hok in emmers goed afgedekt met doeken staan. Zeven en in de mandlfes gieten, waterslot er op waardoor koolzuurgas er wel uit kan, maar zuurstof niet er in en fruitvliegjes, die de boel in een mum in azijn kunnen veranderen, evenmin. Dan wachten, waarbij de frequentie van het blubben langzaam begint af te nemen. Langzaam wordt de wijn helderder en moet er na een maand eens overgeheveld worden, vanwege bezinksel op de bodem dat bijsmaakjes kan gaan geven.

Dat overhevelen is een van de leukste dingen. Je hangt een slang in de fles en om de wijnstroom op weg te helpen naar de lager staande emmer, moet je eventjes aan de slang zuigen. Dat wil niet altijd meteen goed lukken, waardoor je en passant heel wat slokken wijn binnenkrijgt zo midden overdag, met soms hilarische gevolgen: Een ver en oud familielid van mijn vader, zwalkte eens - al ver in de tachtig - poedeltje naakt door zijn huis en tuin. Dement was hij niet, wel bezig geweest met het overhevelen van zijn zelfgemaakte wijn. Inmiddels woont de man temidden van Dionysus’ hemelse wijngaarden. Voor wie op aarde nog lid wil worden van het genoodschap der ambachtelijke thuiswijnmakers: wijnmaakspullen zijn her en der in het land te koop, inclusief allerlei boekjes - zie ‘wijn maken’ op google - en je kunt het flink uitbouwen met allerlei hulpmiddeltjes zoals pectines, klaringsmiddelen, alcoholmeters en toestanden om de boel te verfijnen. Blub.



Gepubliceerd in Milieudefensie Magazine, juni 2005