Salie-appeltjes en vertrouwen in Trumptijden


Ik stel me zo voor dat terwijl ik dit stukje tik, op Trumps eerste presidentiële werkdag, Michelle Obama’s moestuin bij het Witte huis met de gifspuit wordt kapotgespoten en omgebuldozerd. Een kleine acht jaar geleden begon ze de tuin met 55 verschillende groenten de Witte Huiskeuken en de voedselbank van gezond, lokaal voedsel te voorzien en te strijden tegen overgewicht. Vlak voor haar vertrek liet Michelle voor de zekerheid de paden tussen de groentebedden in beton gieten, zodat het voor haar opvolger moeilijker werd er een golfbaan van te maken. 

Maar al na een paar minuten nadat Trump daar op het bordes van het Capitool als president stond, werd duidelijk dat we ons geen illusies hoeven te maken, ook niet over Michelle’s moestuin. De Amerikanen blijken een meedogenloze, leugenachtige, fascistoïde leider in het zadel te hebben geholpen. Wat niet alleen politieke en morele verontwaardiging maar – nu al - existentiële vragen oproept: hoe hebben mensen dit kunnen laten gebeuren, hoe gaan we om met het kwaad dat blijkbaar in de wereld en ons mensen huist, hoe nemen we zélf onze verantwoordelijkheid? 

3000 appelbomen
Voor de beantwoording komen juist die moestuinen en fruitgaarden van pas. Toeval of niet, maar op de dag dat Trump verkozen bleek, ontving ik het volgende bericht in mijn mailbox: ‘In Milwaukee County (Wisconsin) zijn 3000 appelbomen aangeplant, waarmee het is uitgegroeid tot de grootst stedelijke biologische fruitboomgaard van de VS’. Dat bericht op dat deprimerende moment in de geschiedenis, deed een uitspraak van Maarten Luther naar boven ploppen: ‘Als ik wist dat morgen de wereld zou vergaan, zou ik vandaag een appelboom planten.’ Het drukt een de rationaliteit ontstijgend, diep-wezenlijk, zo je wilt, spiritueel besef uit: wat er ook gebeurt, zelfs tegen beter in vertrouwen we het leven en geven het door. 


Zoals de legendarische Johnny Appleseed deed, de Amerikaanse kolonist die eind achttiende, begin negentiende eeuw per boot de de VS doortrok om er met zijn appelpitjes overal kwekerijen voor appelbomen op te zetten. Nu nog zingen sommige Amerikaanse gezinnen voor het eten een liedje ter zijner nagedachtenis:

‘Oooooh, the Lord is good to me, and so I thank the Lord, for giving me the things I need, the sun and the rain and the appleseed.’

Die appels van Johnny’s bomen waren trouwens vaak, omdat ze van niet-geënte appelbomen kwamen, niet te vreten zo zuur en bitter: alleen geschikt voor de cider. Ook goed: lichte beneveling werkt eveneens vertrouwenwekkend.


We maken salie-appeltjes: een bijgerecht, bijvoorbeeld bij gestoofde zuurkool.


Ingrediënten

*1 zoetzure appel persoon: geen moesappels

*1 plak boter per persoon

*Handjevol salie

*Zout en verse peper

Ontdoe de appels van de klokhuizen met behulp van een appelboor en een mesje. De onderkant moet in de appel blijven zitten. Snijdt verse salie fijn of verkruimel gedroogde salieblaadjes en prak die met wat zout en gemalen peper door de boter. Vul de appels met de salieboter en pak elke appel in in aluminiumfolie. Zet 20 minuten in een op 180 C voorverwarmde oven. Beoordeel met een vork of de appels gaar zijn, laat ze eventueel nog wat langer in de oven staan. Serveer elke eter een ingepakte appel.



Gepubliceerd in Downt to Earth Magazine, maart 2017