Maak je niet dik, wel druk


Met recept voor pittige linzenquiche met spinazie en raapstelen. Zie onderaan het artikel.

Komt overgewicht door het systeem, of is het eigen schuld, dikke bierbult? Door er wat maatschappijfilosofie bij te halen, snappen we misschien beter hoe het zit.  En kunnen we met een gerust hart aan tafel.

Overgewicht en diëten, daar hoeven we het in dit blad niet over te hebben, toch? Want Genoeg-lezers zijn met hun verantwoorde en matige leefstijl bovengemiddeld slank, stel ik mij zo voor. Maar oei, nu voelen de wellicht enkele wat molligeren onder hen zich misschien schuldig of gepikeerd? Ok, ok, dan, de overgewicht-epidemie gaat aan niemand voorbij. Hebben wij er individueel geen last van, dan wellicht onze omgeving, of we maken ons zorgen over de frisdrank- en snoepconsumptie van onze kinderen. Bovendien werd er de afgelopen tijd in de kranten en elektronische media uitbundig gediscussieerd over de vraag: is gezond eten, dus eten waar je niet dik van wordt, duurder of niet?

De journalisten Asha ten Broeke en Ronald Veldhuizen schreven het boek ‘Eet mij – De psychologie van eten, diëten en te veel eten’. Een van hun observaties: arme mensen zijn dikker. Want, is hun verklaring, zoet en vet eten is veel goedkoper dan gezond eten. Ten Broeke illustreerde dat door met vijftig euro boodschappen te doen volgens de richtlijnen van het Voedingscentrum en kwam aan  het eind van de week 8 euro te kort. Met friet en frikadellen hield ze een tientje over. Ergo: gezond eten is duurder.  Daarop deed Volkskrant-columniste Sylvia Witteman haar proef op de som. Vele kilo’s fruit en groenten op de markt sloeg ze in, voor een tientje. Hier en daar wat supermarktprijzen vergelijken en ze kocht kip, vis, zuivel, brood en zelfs een pakje roomboter om dun te smeren (want ‘geen halvarine of andere enge Frankensteinsmeersels’). Conclusie: gezond eten met een gezin kan makkelijk voor 50 euro per week. Te Broeke’s stelling ‘Gezond eten is niet haalbaar voor arme mensen’, is volgens Witteman dan ook vernederend: ‘Het impliceert dat arme mensen geen keus en zelfbeschikkend vermogen hebben, dat ze machteloos zijn overgeleverd aan hun droevige noodlot van frikadellen vreten tot de dood erop volgt’.  

Een interessante discussie tussen twee uiterste polen die je in bijna elk maatschappelijk debat terugziet: die ‘tussen vrijheid en determinisme.’ Zo heette het door mijn maatschappijleraar zelf in elkaar geknutselde schoolboek, waarmee hij de spijker op zijn kop sloeg, want heel veel discussies terugbracht tot hun essentie. Moest ik vooral achteraf constateren, want destijds maakten we het leven van die arme man aardig zuur. Sorry,  hierbij eerherstel. De deterministische kijk van Te Broeke: overgewicht is het gevolg van het systeem dat ons voortdurend  goedkope koeken, repen, zakken, worsten, lappen, flappen, flessen en pakken voor de neus houdt. De vrijheids- of libertaristische kijk van Witteman: je bent echt niet verplicht die zooi te kopen, neem gewoon iets uit het gezonde aanbod. 

En wie heeft van beide heeft gelijk? Klinkt misschien flauw: allebei.  Maar wil Witteman gelijk krijgen, zijn er wel twee cruciale ingrediënten nodig. Eén:  kennis en bewustzijn. Om je te midden van de opdringerige overvloed aan dikmakende zoet- en vettigheden staande te houden, moet je je wel eerst realiseren dat elke dag een fles Cola, een Mars, een kroket en een zak chips geweldig ongezond is. En dan twee: niet alleen dat weten, er ook naar handelen. Ik vermoed dat onder lager opgeleiden (generaliserend gesproken, uiteraard) het  bewustzijn over (on)gezonde voeding minder is en dat dát het verband tussen lage inkomens en overgewicht verklaart (en dus niet gebrek aan geld, zoals Te Broeke beweert). En ingrediënt nummer twee is voor velen lastig, zullen vooral de notoire lijners onder de lezers herkennen:  je weet wel dat het niet verstandig is een paar keer per week een saucijzenbroodje te eten, maar na drie weken lijnen is de wilskracht uitgeput en ga je voor de bijl, met schuldgevoel, ook dat nog. Waarbij we weer bij de deterministische kant van het verhaal terugkomen: als het genotsvoedsel er niet was, konden we er ook niet voor bezwijken.

Enfin.... wat eten we vandaag?  Gezond, goedkoop én zoveel mogelijk biologisch. Ook dat nog, dat kan vast helemáál niet voor 50 euro in de week! Het kan, als je vlees weglaat, zuivel beperkt houdt, zo veel mogelijk direct bij de boer koopt én zelf het een en ander doet als brood bakken, zelf groenten verbouwen en kippen houden.  Eten van het seizoen is er nog  zo één, eveneens weggelegd voor mensen zonder moestuin of boer in de buurt: duurzaam en voordelig in één. Maar dat wist u natuurlijk  allemaal al lang: met uw bovengemiddelde kennis en bewustzijn zit u aan de libertaristische kant op de schaal van determinisme naar vrijheid. U laat zich niet apathisch de van plofkalkoenseperatorvlees gedraaide frikadellen de mond binnenvliegen, maar pakt weloverwogen de fiets om de eerste spinazie en raapstelen van dit voorjaar te halen voor deze pittige linzenquiche.

Recept: pittige linzenquiche
250 gram groene linzen in een half uur gaar koken. Neem zoveel spinazie en raapstelen (in bijvoorbeeld een verhouding ¾ spinazie, ¼ raapstelen) dat je er een tien-liter-pan mee kunt vullen. Wassen, met aanhangend water opzetten, laten slinken. Een gesnipperde uit bakken met halve theelepel sambal, theelepel ras-al-hanout en stukje geraspte gember. Laatste minuut een uitgeperst teentje knoflook meebakken. Ondertussen van 200 gram bloem, 100 gram volkorenmeel, theelepel zout, twee theelepels bakpoeder, scheut olie, scheut water (misschien wat meer) een soepel deeg kleden. Verdeel in twee porties (tweederde/eenderde), rol ze uit tot ronde lappen, de grote portie zodat de bodem en de randen  van een ingevette springvorm er mee te bedekken is.  Snijdt met twee messen de geslonken spinazie en raapstelen fijn. Meng dat met de gebakken uien, twee met een scheut yoghurt losgeklopte eieren en honderdvijftig gram pittige gemalen kaas door de gare linzen. Breng op smaak met peper en zout, doe in de beklede springvorm, dek af met de overgebleven deegplak, druk de deeghelften goed samen. Maak in het midden een gaatje, bevochtig de bovenkant van de quiche, bestrooi met maanzaad en zet een half uur in een op 200 graden voorverwarmde oven. Niet in je eentje opeten.


Tips

Light of appelsap?
Van  ‘light’ producten gaan mensen méér eten en drinken, ‘want het is toch gezond’? Waardoor ze alsnog een massa dikmakers binnenkrijgen.  Bovendien zitten er allerlei stofjes in lightproducten waarvan de gezondheidseffecten op de lange termijn nog niet duidelijk zijn. Appelsap dan?  Oók met mate, want de fruitsuikers daarin zijn eigenlijk net zo dikmakend als de suiker in frisdranken. Drink thee, koffie, water, karnemelk. Fris en sapjes alleen voor op feestjes en in het weekend. 



Boter of Becel?
Het leven moet wel leuk blijven. Net als Witteman heb ik een hartgrondige weerzin tegen marga- en halvarines. Boter moet er op het brood. Er is één voorwaarde aan verbonden: hij moet met de fiets of lopend worden gehaald. Want dat is uiteraard  de hele crux in de discussie over overgewicht: dat wat er in gaat, moet een beetje in verhouding staan tot je lichamelijke inspanning.

Chips of nootjes?
Zijn nootjes gezonder dan chips? Dat hangt er van. Zet mensen een bak chips of zoute pinda’s voor en gedachteloos gaat die bak leeg. Dat wordt heel anders met zelf te pellen pinda’s of te kraken walnoten. Bovendien zonder zout, waardoor je ook niet, zoals bij chips en zoute nootjes, de aandrang krijgt de dorst weg spoelen met calorierijke alcoholica, fris of sap.


Gepubliceerd in Genoeg no. 96, maart 2013