Gevaarlijk mooi

Top tien van giftige planten

==> Meer weten? Lees ook Lekker Landschap - over wat je WEL en NIET kunt eten uit de Nederlandse natuur. Of volg een Workshop.

“Alle planten zijn in principe giftig”, zei de befaamde de zestiende eeuw arts en natuuronderzoeker Paracelsus. “Slechts de dosis bepaalt of een stof al dan niet giftig is”.
De volgende tien Nederlandse wilde planten kunnen - extreem verdund - geneeskrachtig zijn. Maar met een blaadje, besje of bloemetje spreken we al van een overdosis, met soms fatale gevolgen. Welke plant het giftigst is? Daar zijn de geleerden het niet over eens: het hangt af van groeiplaats, jaargetijde, hoeveelheid zonneschijn en de vatbaarheid van de argeloze wildeplanteneter. Grillig dus, zoals de natuur nu eenmaal is: mooi én levensgevaarlijk.


De familie scheerling
Het is een van de beroemdste vergiftigingen in de geschiedenis: de voltrekking van het doodvonnis van filosoof Socrates in 399 voor Christus, door het drinken van de ‘scheerlingbeker’. De gevlekte scheerling (Conium maculatum) wordt tot twee meter hoog en heeft een rechte, holle stengel, geveerde bladeren en is aan de voet vaak bruinrood gevlekt. Van juni tot september bloeit de scheerling in schermen met kleine witte bloempjes. Mocht je de gevlekte scheerling tegenkomen, dan is het langs wegen en dijken in Zuid-Limburg en in de duinen. Verwisseling met het veel vaker voorkomende en eetbare familielid fluitekruid is al snel fataal: de coniïne in de scheerling werkt blokkerend op het ruggenmerg. Het even gevaarlijke familielid waterscheerling (Cicuta virosa) heeft met zijn lancetvormige, scherp gezaagd blaadjes meer weg van de selderij en groeit in moerassen langs waterkanten.
Minder gevaarlijk, maar vaak verward met de gevlekte scheerling is weer een andere schermbloemige, de dolle kervel (Chaerophyllum temulum). De tot een meter hoge plant met gevederde bladeren is weliswaar giftig, maar te zwak om mensen te doden. Wel gedragen koeien die er flink van hebben gegeten zich – en dat verklaart de naam - ‘dol’: ze zwabberen als dronkaards door de wei.


Vingerhoedskruid
De zeventiende eeuwse Engelse arts Withering leerde het van een lokale kruidenvrouw: vingerhoedskruid (Digitalis purpurea) is een probaat middel tegen allerlei hartklachten.
De tot 160 centimeter hoge plant met grote, viltige, eivormige bladeren groeit in veel tuinen en in verwilderde vorm in lichte bossen op open plekken en begroeide hellingen. Van juli tot augustus staat de digitalis trots te bloeien met soms aan één plant wel negentig roze tot paarse vingerhoedjes. Hommels zijn dol op de honing binnenin; voor mensen die het blad aanzien voor dat van de eetbare smeerwortel, is de dosis snel te groot en kan hun hart er de brui aan geven.


Lelietje-der-dalen

“Ik ben een roos van Saron, een lelie der dalen.” Zo wordt het plantje met zijn elliptische bladeren en roomkleurige bengelende bloemetjes bezongen in het Bijbelse Hooglied. Heerlijk ruiken de schattige sneeuwwitte klokjes van het lelietje-van-dalen (Convallaria Majalis) in mei en juni in loofbossen, struikgewassen en (verwilderde) tuinen. Heel geschikt voor bruidsboeketjes en huwelijksaanzoeken. Maar ongeluk en ziekte brengt het lelietje-der-dalen degene die hem vroeg in het voorjaar aanziet voor de verrukkelijke daslook, wier bladeren er op lijken. Alle onderdelen van het meiklokje zitten namelijk vol met de giftige stofjes. Kinderen die in het najaar een portie van de rode besjes verorberen, kunnen last krijgen van misselijkheid, braken, diaree, suf- en duizeligheid en hartritmestoornissen. Voor peutertjes met dorst is zelfs het bloemenwater waarin de lelelietjes-der-dalen op de salontafel staan te fleuren en geuren, gevaarlijk spul.



Gevlekte aronskelk
Een wonderlijke plant is het kindje-in-de-pak, zoals de gevlekte aronskelk (Arum maculatum) ook wel wordt genoemd: de bloeiknots van deze op vochtige, beschaduwde plekken groeiende plant zit in een schede. Als een ouderwets ingebakerde baby in het pak. Dat ‘schede’ gecombineerd met ‘knots’ ook tot andere associaties leidt is niet zo verwonderlijk: ‘lords and ladies’ zeggen ze in Engeland. Vroeg in het jaar, vanaf januari al, laten de eerste gevlekte pijlvormige bladeren zich zien en in april en mei de trechtervormige witgroene bloeisels met bruinrode bloeikolven. In de herfst rijpen aan de bruinrode knotsen de eivormige bessen. Eerst groen, dan aanlokkelijk glanzend rood. Totdat vogels de zoete besjes eten (en de giftige pitten uitpoepen), of mensen, die dat maar beter kunnen laten: de aroïne in de bessen doet het zenuwstelsel verlammen.



Wolfskers
Voor kinderen drie, voor volwassenen tien: dat is het aantal besjes van de Wolfskers (Atropa bella-donna) dag genoeg is om er aan dood te gaan. In Nederland krijg je daartoe weinig kans: deze struikachtige tot 140 centimeter hoge plant heeft het officiële stempel ‘zeer zeldzaam’ gekregen. Maar soms staat hij er in Limburgse en Gelderse loofbossen en op plekken waar is gekapt. Met rechtopstaande stengels en schermachtige uitstaande bladeren. In de zomer bloeiend met donkerpaarse klokvormige bloempjes waaruit later de dodelijke besjes groeien, eerst groen dan zwart groeien. Hoezo dan dat ‘bella donna’ oftewel ‘schone vrouw’ in de Latijnse naam? In de Renaissance druppelden vrouwen atropine, het werkzame stofje uit de bessen, in hun ogen om de pupillen te verwijden, waardoor ze een donkerder en glanzender uitzagen: gevaarlijk mooi.



Monnikskap
De giftigste plant van Europa, zeggen sommige flora’s: een paar druppeltjes extract van de gele (Aconitum vulparia) of de blauwe (Aconitum napellus) monnikskap is dodelijk. Alleen al bij het plukken kan het gif via de huid voor ernstige ontstekingen zorgen. In het oude Europa wisten ze dat reeds: wat monnikskap in de watervoorziening van de vijand en die werd uitgeschakeld. De tot anderhalve meter hoge plant groeit op vochtige wat beschaduwde plekken met donkergroene handvormige bladeren en bloeit van juni tot juli met gele of blauwe bloemen in de vorm van een monnikskap. De gele staat op de Rode Lijst als zeer zeldzaam en groeit sporadisch in de Zuid-Limburg heuvels. De blauwe zie je in Nederland veel, maar bijna alleen als sierplant in tuinen. Wat hem trouwens niet minder dodelijk maakt.


Herfsttijloos
Zeldzaam en giftig: een combinatie die we vaak zien in de top tien van Nederlandse giftige planten. Dat geldt ook voor de herfsttijloos (Colchicum autumnal), hier te lande alleen sporadisch te vinden in Zuid-Limburg op voedselrijke grond in loofbossen en weilanden. De roze lichtpaarse bloemen hebben wel wat van die van de krokus, met dat verschil dat de herfsttijloos er pas van augustus tot oktober mee pronkt. De lancetvormige bladeren doen denken aan die van de heerlijke daslook, vandaar dat er een lange geschiedenis van vergiftigingen is: slikklachten, misselijkheid en uiteindelijke centrale verlamming kunnen volgen na een portie herfsttijloos. Mocht de vergiftigde het geluk hebben te overleven, dan is de haaruitval die na zo’n week optreedt, slechts een minor point.


Bosanemoon
Ze zijn er vroeg bij, de witte tot lichtroze bloemetjes van de bosanemoon (Anemone nemorosa). Voordat de bomen in blad staan, in maart, geeft het tot 20 centimeter grote plantje het bos kleur. Maar lieflijk is bedrieglijk: een hongerige volwassene stierf eens na het eten van dertig verse anemoontjes. Alle plantendelen zitten vol met giftige anemonine en protoanemonine. Net zoals die van zuster gele anemoon (Anemone ranuncloides). In Nederland zeldzaam, in het Russische Kamtsjatka gebruikt om pijlgif van te maken.


Taxus
De venijnboom mág in de giftige planten top tien niet ontbreken. Alleen al vanwege de naam. Het woord ‘toxisch’ is namelijk afgeleid van de Latijnse naam waaronder deze struik vooral bekend staat: taxus (voluit Taxus baccata). Deze donkere, altijd groene struikachtige boom met bruinrode bladderende stam is een van de weinige inheemse naaldhoutsoorten in Nederland. Het zeer giftige taxine zit in alle delen van de plant, behalve in de zoetig smakende lichtrode schijnvruchten die de boom in de herfst sieren. Let wel, het vruchtvlees is ongevaarlijk, de pitjes niet: daarop of de naalden en takken kauwen kan zorgen voor een blokkering van het centraal zenuwstelsel, lever- en nierbeschadiging en uiteindelijk de dood. Toch worden de gesnoeide takken ook ingezameld om levens te redden: het bestanddeel taxol is een medicijn tegen sommige vormen van kanker.


Doornappel
De doornappel (Datura stramonium) wordt nog wel eens gebruikt voor een hallucinerende trip. Door druggebruikers, Indianen en heksen. Niet ongevaarlijk: een teveel van de alkaloïden in de bladeren en zaden kan een terminale trip leveren. De tot één meter grote plant met bochtige getande bladeren bloeit van juni tot september met een decimeter grote trompetvormige wit tot rose bloemen. Op akkers, moestuinen, stortplaatsen, mestvaalten en langs bosranden: op voedselrijke grond dus. Aan het eind van de zomer verschijnen de eironde, stekelige doosvruchten, eerst groen, later bruin. Eenmaal rijp springen de zaden er uit. Behalve voor heksen, Indianen en trippers, ook voor farmaceuten die er reumapijn mee verzachten.

Gepubliceerd in: Grasduinen, juli 2008