Ik eet, dus ik ben

Lees de volledige versie van dit verhaal in 'Ik eet - dus ik ben - 60 eigenwijze recepten'.


Kijk eens naar je rechterduim. Eens was dat een aardappel. Het besef dat we via ons eten met de grond verbonden zijn, en daardoor met veel meer, zit niet meer in het centrum van ons bewustzijn. Over verdwijnende boeren, de zoektocht naar wie we zijn en Zuid-Limburgse appelstroop.

In gnôle gekookte worstjes, met de kleur van zwarte kersen, verkwikken het hart doordat ze warm zijn, prikkelen doordat ze gekruid zijn, vertroosten doordat ze naar houtrook smaken, geven kracht doordat ze vlees zijn en maken dromen los doordat ze doordrenkt zijn met alcohol. Terwijl de mannen aten, met de kraagpunten van hun jas tegen hun wangen, en het sap hun uit de mondhoeken droop, gromden ze van genoegen. Halverwege de ochtend was Marcel - de enige in het dorp die nog appelbomen plantte - aan de beurt om zijn zakken marc te legen in de vaten van de stookketel van Mathieu. Marcel had al drie dame-jeannes gevuld met gnôle toen plotseling de controleurs van de afdeling fraudebestrijding van het ministerie van financiën langskwamen. Betalen moest hij, “de helft van de prijs van een vierjarige merrie.” “Het betekent dat ik geld moet betalen voor wat ik zelf produceer!”, protesteerde Marcel en hij sloot de controleurs op in een ijskoude grenier, inclusief een kudde schapen en een fles gnôle. Vanuit de gevangenis, waar Marcel vervolgens twee jaar moest zitten, zei hij: “Wat mij is afgenomen, is mijn manier van werken.”

Op hartverscheurende en poëtische wijze beschrijft de Britse schrijver John Berger in zijn roman Het Varken Aarde de teloorgang van het traditionele boerenbestaan in de Franse Alpen. In zijn nawoord bij het boek, het eerste deel van de trilogie “De vrucht van hun arbeid”, legt hij uit dat de verhalen exemplarisch zijn voor de eliminatie van de kleine boer “tot in alle uithoeken van de aardbol.” Niet dat Berger het boerenbestaan verheerlijkt, integendeel, het leven is keihard. Maar met het verdwijnen van de kleine boer is "niet alleen de toekomst van de boeren in het geding", volgens hem: “Wie de leefwereld van de boeren afdoet als iets achterhaalds...., die loochent de waarde van te veel geschiedenis en van te veel levens.” De eenheid tussen hoofd- en handarbeid, bijvoorbeeld, of de cyclische manier - met de seizoenen mee - van leven, in tegenstelling tot de stadse ‘lineaire’ manier van leven- gericht op ‘de vooruitgang’ -, afgesneden van het verleden, afgesneden van de grote verscheidenheid aan gewoonten en rituelen die mede zin gaven aan het bestaan, afgesneden van de herkomst van ons eten.

De vraag waar ons eten vandaan komt, zit niet (meer) in het centrum van ons bewustzijn.

Lees de rest van deze cultuurhistorische beschouwing over de herkomst van ons eten in het kookboek 'Ik eet - dus ik ben - 60 eigenwijze recepten'.


De volledige versie verscheen ook in Bouillon! – cultureel gastronomisch magazine, voorjaar 2004