Armen hebben gentechnologie niet nodig

Biologische landbouw kan 11 miljard mensen voeden

Boeren in de Derde Wereld zouden baat hebben bij genetisch gemanipuleerde gewassen. Onzin: het leidt er slechts toe dat boeren steeds afhankelijker worden van een paar gewassen en rassen. De enige belanghebbende is de zaadleverancier.


Er is genoeg voedsel om iedereen op aarde te eten te kunnen geven. Anderhalf keer de vereiste hoeveelheid zelfs, schat het Wereldvoedselprogramma van de Verenigde Naties. Toch heeft zo'n zevende deel van de mensheid - ongeveer 800 miljoen mensen - honger. Omdat ze geen toegang hebben tot dat eten. Vanwege oorlog, geweld en politieke instabiliteit, vanwege onvoldoende koopkracht om voedsel te kopen of te weinig toegang tot productiemiddelen - land, zaaigoed, vee, water - om zelf voedsel te verbouwen. 

Zal genetische manipulatie via hogere opbrengsten daar verandering in brengen? Biotechnologiebedrijven en onderzoekers beweren het en in navolging daarvan ook Sjoera Dikkers, directeur van de Evert Vermeer Stichting en freelance journalist Roeland Muskens, medewerker van het maandblad OnzeWereld (zie Forumpagina van de Volkskrant, 16 oktober 2000). Het tegendeel zou wel eens waar kunnen zijn.
De idee om met gentechnologie de opbrengst van zaaigoed te verhogen om daarmee arme boeren te helpen berust op een naÔef geloof in de technical fix. Hier heb je een nieuwe technologie. Pas hem toe op je probleem. Probleem opgelost. Zo gaat het in werkelijkheid niet.
Neem de Groene Revolutie naar aanleiding waarvan Henry Kissinger in 1974 zei dat 'binnen een decennium geen man, vrouw of kind nog met honger naar bed (zal) gaan.' De 'wonderzaden' die de Groene Revolutie moesten bewerkstelligen krikten in India inderdaad de voedselproductie flink op, maar dreef tegelijkertijd vele boeren tot absolute armoede. De speciale zaden moesten namelijk gekocht worden (anders dan het traditionele zaaigoed), inclusief bijbehorende kunstmest en pesticiden.
Vanwege de steeds hogere prijzen voor die middelen en de alsmaar dalende prijzen voor agrarische producten raakten vele kleine boeren uiteindelijk zo diep in de schulden dat ze zich gedwongen zagen hun land te verkopen aan een minderheid van rijke boeren die zich wel het Groene-Revolutie-pakket konden veroorloven.
Waarom zou het bij de nieuwe generatie wonderzaden van de genetische manipulatie anders gaan? Wonderen bestaan niet. De vermeende (nog niet bewezen) hogere opbrengst van gentech-zaden moet - heel natuurwetenschappelijk bekeken - ergens vandaan komen: van extra meststoffen die de gewassen vanuit de bodem moeten opnemen. Die meststoffen zijn er niet of kunnen arme boeren zich niet veroorloven. En als ze ze wel hebben, kunnen ze daarmee net zo goed de opbrengst van traditioneel zaaigoed vergroten.
Het probleem vormt dus veelal het gebrek aan land en bodemvruchtbaarheid, niet het gebrekkige zaaigoed. De traditionele landbouw herbergt juist een enorme schat aan genetische diversiteit, aangepast aan heel uiteenlopende lokale agro-ecologische omstandigheden. Het is dus nogal onzinnig om te pleiten voor het ontwikkelen van gemanipuleerd zaaigoed aangepast aan lokale omstandigheden.
Het is bovendien een illusie te geloven dat gentechbedrijven dat massaal zullen doen. Willen ze de enorme investeringskosten voor het ontwikkelen van genetisch gemanipuleerd zaaigoed terugverdienen, dan moeten ze die juist zo uniform mogelijk en op zo groot mogelijke schaal aan de man zien te brengen.
Maar de boeren in de Derde Wereld vragen om gemanipuleerd zaaigoed, beweren Sjoera Dikkers en Roeland Muskens. Dat is een verkeerde voorstelling van zaken. Net zoals er in het Westen voor- en tegenstanders van gemanipuleerd voedsel bestaan, zijn die er in de Derde Wereld.
In India is er een heuse massabeweging van armen die zich verzet tegen de komst van het gemanipuleerd zaaigoed van gentechgigant Monsanto. En vertegenwoordigers uit negentien Afrikaanse landen verklaarden twee jaar geleden op een conferentie van de Wereldvoedselorganisatie dat gentechnologie 'noch veilig, noch milieuvriendelijk, noch economisch gunstig voor ons is.'(. . .) 'Wij denken dat het de diversiteit, lokale kennis en duurzame landbouwsystemen die onze boeren gedurende millennia hebben ontwikkeld juist zal vernietigen en dat de capaciteit om onszelf te voeden zal ondermijnen.'
Genetische manipulatie versterkt namelijk het proces - zowel in de westerse wereld als in ontwikkelingslanden - waarbij de landbouw steeds afhankelijker wordt van een paar gewassen en rassen. Met als gevolg een steeds grotere kwetsbaarheid voor ziekten, plagen en misoogsten.
Biologische landbouw - die juist slim gebruik maakt van de biodiversiteit, zonder chemische bestrijdingsmiddelen, kunstmest en genetische manipulatie - kan heel goed een groeiende wereldbevolking voeden, tot zo'n elf miljard mensen, blijkt uit verschillende onderzoeken. Jules Pretty, hoogleraar aan de Universiteit van Essex heeft bijvoorbeeld laten zien hoe boeren in India, Kenia, BraziliŽ, Guatemala en Honduras hun oogsten verdubbelden of verdrievoudigden toen ze overschakelden naar biologische of semi-biologische teelttechnieken.
Cuba, dat door de economische blokkade werd gedwongen over te schakelen op biologisch landbouw, heeft daarmee zowel de opbrengst als de kwaliteit van de gewassen verbeterd. Met organische mest, plaagbestrijding met planten, erosiebestrijding, wisselteelt, kleinschalige irrigatie, combinaties van landbouw en veeteelt, boerenkennis, kortom met lokale middelen kan de productiviteit van lokale landbouw in veel gebieden in de Derde Wereld worden opgekrikt. Dat heeft een groot nadeel. Voor de gentechbedrijven wel te verstaan: zij verdienen er geen cent aan.


Gepubliceerd in de Volkskrant, 2 november 2000, pagina 9