Rabobank: van Amazonewoud tot kippenbout

De spil van de soja-connectie

Wereldwijd de financiële nummer één in de voedselketen wil de Rabobank zijn. En dus wordt de Sojakoning van Brazilië gefinancierd, die niks geeft om het Amazonewoud en die de grondstof levert voor de thuisbasis van de Rabobank: de Nederlandse bio-industrie. “Met honderdduizend kleine boeren werken is veel te duur en bewerkelijk”.


Een zaag van honderd meter lang, met aan beide uiteinden een Caterpillar bulldozer, haalt in no time een enorme vlakte Amazonebos en -savanne omver. Om de grond geschikt te maken voor de aanleg van een grootschalige sojaplantage. Onlangs was het te zien bij het televisieprogramma de Keuringsdienst van Waarde, gefilmd in Argentinië. In Brazilië gebeurt het net zo, al jaren. Maar de laatste jaren groeit het soja-areaal in Zuid-Amerika extra hard: van achttien miljoen hectare in 1995 naar drieëndertig miljoen hectare in 2003. Wat doen ze toch met die soja? Met vrachtschepen gaat het de oceaan over richting de havens van Amsterdam en Rotterdam: Nederland is na China de grootste importeur van soja ter wereld. Hier eindigt de soja voor een groot deel in de miljoenen magen van varkens en kippen in de intensieve veehouderij.
De Italiaanse immigrantenzoon André Maggi begon in 1950 in Zuid-Brazilië sojabonen te telen. Later, in de zeventiger jaren, kocht André Maggi een groot sojalandgoed in de deelstaat Mato Grosso in centraal Brazilië, en groeide uit tot de grootste sojaproducent ter wereld. Inmiddels is de patriarch van de familie overleden en wordt Grupo André Maggi geleid door André’s zoon Blairo Maggi, die in 2003 bovendien ook gouverneur werd van de deelstaat Mato Grosso.
Milieudefensie liet samen met ontwikkelingsorganisatie Cordaid een onderzoek doen naar de effecten van de sojateelt door Grupo André Maggi en andere grote sojabedrijven op mens en natuur in Brazilië. In het recent verschenen onderzoeksrapport ‘Van oerwoud tot kippenbout’, worden die effecten op een rijtje gezet, wat een weinig opwekkende waslijst van misstanden oplevert: bij de – vaak illegale – kap van amazonebos en -savanne voor sojaplantages gaat vrijwel alle biodiversiteit van zoogdieren, reptielen, vogels en planten verloren; de kaalslag versterkt erosie; grond- en oppervlaktewater raken vervuild door het gifgebruik bij de sojateelt; kleine boeren worden bij de aanleg van sojaplantages vaak met geweld van hun land verdreven, verliezen hun middelen van bestaan en zijn gedwongen naar de sloppenwijken in de grote steden te verhuizen. De achterblijvers die wel werk vinden op de sojaplantages, werken er vaak onder slechte arbeidsomstandigheden, door de Braziliaanse arbeidsinspectie omschreven als ‘slavernij’. Sinds Blairo Maggi gouverneur is van Matto Grosso, is de ontbossing, inclusief de illegale, er flink toegenomen. De Reia da Soja, oftewel Sojakoning zoals Blairo wordt genoemd, zei daarover in de New York Times: “Voor mij betekent een toename van de ontbossing met veertig procent helemaal niks, ik voel me er totaal niet schuldig over.”

Schaamlapje
De Rabobank was in 2004 de initiatiefnemer van de financiering van de Sojakoning met 230 miljoen dollar. “De grootste agri-business-deal ooit in Brazilië”, volgens de bank. Eerder al stopte de Rabobank minder grote bedragen in Grupo A Maggi. Samen met onder andere Fortis Bank, ING Bank en de International Finance Corporation, een dochter van de Wereldbank. De Rabobank zegt “wereldwijd de nummer één in voedsel en landbouw te willen zijn, door onze rol als financiële link in de voedselketen over de hele wereld.” Om die ambitie waar te maken, timmert het hard aan de weg in landbouwlanden als de Verenigde Staten, Canada, Australië, Argentinië en Brazilië. In dat laatste land wil de Rabobank vijfentwintig nieuwe kantoren opzetten en een kredietportefeuille van twee miljard dollar opbouwen. In haar reclamecampagnes in de Nederlandse media schept de Rabobank het beeld van een bank die opkomt voor kleine en middelgrote ondernemers. Maar feitelijk komen de vele dollars van de Rabo vooral terecht bij de grootste agrarische jongens. “De Rabobank zou de werkelijkheid moeten aanpassen aan zijn reclames”, vindt Wouter van Eck, campagneleider landbouw en voedsel van Milieudefensie. “Je kunt niet opkomen voor de kleine boeren én tegelijkertijd de export van soja financieren. De Rabobank groeit steeds verder weg van duurzaamheid, gaat voor korte termijn winstbejag, in plaats van duurzaam vermogensbeheer.”
“Wij zitten niet in het Amazonegebied en Grupo A Maggi is op het gebied van duurzaamheid een van de voorlijkste bedrijven”, reageert de Rabobank bij monde van Hans Ludo van Mierlo, hoofd public affairs van de bank. Waar die duurzaamheid uit bestaat, kan hij niet meteen zeggen. En: “Ik kan niet garanderen dat de financiering door de Rabobank van de sojaproductie nergens ten koste gaat van de Amazone.” Volgens Van Mierlo vormt de sojateelt bovendien niet de grote bedreiging voor de Amazone, maar veel meer de veeteelt. En hij vindt dat als je dingen wilt veranderen, je juist met grote bedrijven als A Maggi in zee moet gaan, vindt hij: “Wij willen change agent zijn. Daarom zijn we initiatiefnemer van de Round Table on Sustainable Soy.” Dit overleg, waar ook het Werelnatuurfonds aan meedoet, wil afspraken maken over duurzame sojateelt. Andere mileu- en ontwikkelingsorganisaties zijn uit het overleg gestapt, omdat het, volgens Wouter van Eck, een “groen schaamlapje” is.
Volgens Jan Maarten Dros van onderzoeksbureau Aidenvironment, is het niet moeilijk om de betrokkenheid van de Rabobank bij het verdwijnen van Amazone aan te tonen. “Er zit zeker geld van de Rabobank in het Amazonegebied. Die linken zijn vrij direct. Met geld van de Rabobank kan Grupo A Maggi leveranciers voorfinancieren die werken in het stroomgebied van de Amazone waar legaal en illegaal wordt gekapt.” Aldus Dros, die zelf onderzoek in het gebied deed, en een van de auteurs is van ‘Van Oerwoud tot kippenbout’. Volgens hem zijn er bedrijven die nog minder duurzaam produceren dan A Maggi, maar de beste is het volgens hem zeker niet. “Er zijn honderdduizend sojaboeren in Brazilië, waaronder kleinere die bijvoorbeeld met biologische bestrijdingsmiddelen werken en betere arbeidsomstandigheden hebben.”
Dus waarom stopt Rabobank niet met financiering van de grootschalige sojateelt door A Maggi om in plaats daarvan de kleinere boeren kredieten te verschaffen? “Hè, hè, wat een onzin”, reageert Van Mierlo van de Rabobank. “Als je tot afspraken over duurzaamheid wilt komen, is het niet mogelijk om met honderdduizend kleine boeren te werken. Dat is moeilijk te organiseren en controleren: veel te duur en te bewerkelijk”. Maar als dat per saldo maatschappelijk meer verantwoord is? “Dat is een kwestie van economie. Je moet het hebben van schaalvergroting. Anders krijg je producten op basis van soja in de supermarkt die drie keer zo duur zijn. En mensen grijpen primair naar de goedkoopste producten, helaas niet naar de duurzame.”

Belangenverstrengeling
En zo komt het andere uiteinde van de soja-connectie in zicht: de Nederlandse karbonades en kippenbouten, voortgebracht door de bio-industrie. Daarvoor worden eerst de Zuid-Amerikaanse soja bonen in Rotterdam en Amsterdam aan land gebracht. Soms zijn ze al in Brazilië gecrusht: ontdaan van hullen en gescheiden in sojameel en sojaolie. Maar een flink deel passeert eerst de crushingfabriek van het bedrijf Cargill in de Amsterdamse Coenhaven. Het overgrote deel van sojameel en soja-olie wordt vervolgens verkocht aan veevoederbedrijven als Hendrix (dochterbedrijf van Nutreco), Cehave en Provimi. Hun vrachtwagens leveren het veevoer aan de Nederlandse agrariërs met hun dertien miljoen varkens en honderd miljoen kippen. Als die hun optimale gewicht hebben bereikt worden de beesten geslacht door slachterijen als Sovion (een recente fusie van Dumeco en enkele andere Nederlandse en Duitse slachterijen) die het aan de grote Nederlandse supermarkten Albert Heijn en Laurus leveren én exporteren.
De misstanden aan de Nederlandse zijde van dit soja-systeem zijn genoegzaam bekend: overbemesting met zijn kwalijke gevolgen voor natuur, dierenleed- en -epidemieën en smakeloos vlees tegen afbraakprijzen. Maar de belangen die met dit systeem gediend zijn, zijn groot en met elkaar verstrengeld. Veevoederproducenten werken nauw samen met slachterijen, en boeren worden steeds meer met contracten gebonden aan veevoederproducenten én slachterijen. De belangenorganisatie van de boeren in Zeeland, Zuid-Gelderland Noord-Brabant (waar de bio-industrie sterk vertegenwoordigd is), de Zuidelijke Land-en Tuinbouworganisatie (ZLTO), is de grootste aandeelhouder van Sovion. Dat bedrijf slacht meer dan tachtig procent van de Nederlandse varkens.
De Rabobank heeft bij vrijwel elk onderdeel van deze kluwen van belangen een dikke vinger in de pap: de bank beheerst tachtig tot negentig procent van de agrarische financiën in Nederland . Van oudsher als kredietverschaffer aan de boeren natuurlijk, waar het de motor achter de intensivering van de landbouw was en is. Maar ook bij de andere spelers als soja-verwerker Cargill. Sinds jarenlang doet de Rabobank zaken met deze Amerikaanse voedselmultinational, het grootste familiebedrijf ter wereld; als kredietverschaffer aan veevoederbedrijven als Provimi; en als betrokkene bij overnames en fusies in slachterijen. De verwevenheid van de Rabobank met de soja-connectie vindt zijn uitdrukking tot in personen: de voorzitter van de ZLTO, Antoon Vermeer is bijvoorbeeld, naast bestuurslid van LTO-Nederland, ook vice-voorzitter van de raad van commissarissen van de Rabobank én voorzitter van de raad van commissarissen van mega-slachter Sovion. Zijn mede-commissaris bij de Rabobank, Martin Tielen, is voorzitter van de Nederlandse én Europese verenigingen van diervoederindustrie én adviseur van Sovion.
“Die gegroeide belangenverstrengeling in de landbouw: ik vraag me af of dat eigenlijk wel mag van de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMA)”, zegt Wouter van Eck van Milieudefensie. “Dat hele kleine gesloten wereldje, dat bastion van gevestigde belangen, daar is de toekomst van de landbouw in Nederland en Zuid-Amerika niet bij gebaat.” De Rabobank ziet het probleem niet en is niet van plan te stoppen met het financieren van de soja-keten, van Amazone-zaadje tot Brabants-industrie-karbonaadje. “Want, wat dan? Dan komt die soja niet meer naar Nederland en krijgen we hier voedseltekorten in de supermarkten”, zegt Van Mierlo van de Rabobank. Hoe dat zo? Voor een goede voedselvoorziening hebben we toch helemaal geen bio-industrie-kippen nodig? Van Mierlo: “Een heleboel mensen vinden dat wel nodig.”


Soja-Boek en Actie

* De Vlaamse Norbertijn Luc Vankrunkelsven werkt ongeveer zes maand per jaar in Brazilië – als adviseur van een organisatie voor kleine boeren - en zes maand per jaar in Europa, voor de Werkgroep voor een Rechtvaardige en Verantwoorde Landbouw (zie www. Wervel.be). In zijn onlangs verschenen boek ‘Kruisende schepen in de nacht – Soja over de Oceaan’, schrijft hij uitgebreid over ‘het sojadrama’ in zowel Brazilië als Europa. Dat de Rabobank Grupo A Maggi financiert, noemt hij “een regelrechte schande”. Hij verwijst behalve naar de ontbossing naar de slavernijpraktijken van het bedrijf, die hij in zijn boek beschrijft. “Pater Van den Elsen, mijn confrater-norbertijn van Heeswijk uit de 19e eeuw, had het goed voor met de verbetering van de arme boeren in Brabant en in Zuid Nederland. Hij stichtte de Boerenbond, waar ook de latere Rabobank zou uit ontstaan. Ik vermoed dat pater Van den Elsen zich in de abdij omdraait in zijn graf, als hij ziet wat er met zijn emanciperende initiatieven is gebeurd.”


Gepubliceerd in Milieudefensie Magazine, januari 2006