Weg met de stress, leve de natuur

Weg met de stress, leve de natuur


Ziekenhuispatiënten genezen sneller wanneer ze uitzicht op bomen hebben en regelmatige boswandelingen helpen burnout voorkómen. Toch is de relatie tussen natuur en gezondheid een non-issue in het beleid. Opvallend want de WAO en de gezondheidszorg staan wél hoog op de politieke hitlijst. Over heggenvlechten, geraniums en op verhaal komen in de natuur. “Ik heb iedereen de kop afgehakt.”

“Op maandag 1 mei 2000 mei meldde ik me ziek. Overspannen was de diagnose. ‘Slik maar pillen, dan gaat het wel over.’ Het ging niet over, werd steeds erger, totdat ik half juli de straat niet meer op durfde. ‘Slik er maar andere pillen bij.’ Dat hielp in ieder geval de angsten te onderdrukken.” Arie Lageweg (inmiddels 57) werkt bij de politie. Hij behoort tot de tien procent werkenden in Nederland die last hebben van een burnout. Het aantal mensen dat aan de tranquillizers en antidepressiva zit, is nog stukken groter: één op de zes à zeven vrouwen gebruikt slaap- of kalmeringsmiddelen (twee keer zoveel als bij mannen). Het aantal langdurig zieken en arbeidsongeschikten (meestal als gevolg van stress) loopt naar de één miljoen en steeds meer mensen vinden dat ze in een (te) hoog tempo moeten werken. Terwijl een heel probaat medicijn tegen stress, overspannenheid en burnout niet of nauwelijks wordt voorgeschreven, niet door de dokters en niet door politici: het vertoeven en werken in de natuur, of zelfs alleen maar het kijken naar een bos. Terwijl het toch inmiddels is aangetoond, met harde wetenschappelijk methoden: natuur is gezond.
Lageweg vertelt verder: “Van mei tot en met december 2000 heb ik als een soort zombie in m’n stoel gezeten, volkomen lusteloos, zonder te kunnen lezen, want als ik drie regels gelezen had, was ik de eerste alweer kwijt. Het enige wat ik daarnaast nog deed was de hond uitlaten. Begin januari viel het me op dat de wilgen langs een natuurgebied in de Hoeksche Waard volgens mij aan een knotbeurt toe waren. Dat leek me wel iets voor mij. Ik belde wat mensen van het terrein en maakte een afspraak. Ik heb toen mijn agressie uitgeleefd op de wilgen. Iedereen de kop er afgehakt, uitgeroeid.” Vanaf toen begon Lageweg zich te interesseren voor alles wat hij in dat natuurgebied tegenkwam. “Er zijn dingen gebeurd en ik heb dingen gezien, waar ik totaal geen weet van had. Nog nooit had ik bewust een roodstaartje of een blauwtje bekeken. De schoonheid van de natuur heb ik ontdekt en langzaam kwam ik weer een beetje bij mijn positieven, kwam ik tot de ontdekking dat ik weer kon lezen.” Op 1 augustus 2001 was Lageweg weer volledig hersteld en is weer full time aan het werk gegaan. “Eigenlijk genezen door de natuur en de fijne mensen van het natuurterrein waarmee ik zeven maanden mocht werken.”

Nestelende vogels
Intuïtief en uit eigen ervaring weten de meeste mensen het. Een wandeling door het bos of het park, de tuin omspitten, een fietstochtje over de rivierdijk: het werkt weldadig op een gespannen geest. ‘Ontspanning’, ‘tot rust komen’, ‘frisse lucht en geuren opsnuiven’ werden het vaakst genoemd als favoriete natuurervaringen in een onderzoek van het ministerie van Landbouw en Natuurbeheer. Als mensen (met uiteenlopende achtergronden) zich gespannen, depressief of kwaad voelen, kiezen ze in grote meerderheid een groene bestemming om in te verblijven, blijkt uit verschillende Amerikaanse onderzoeken. En het werkt: verdeel een groep gestresste mensen in drieën. Laat de ene groep binnen in een stoel zitten, stuur een tweede groep op wandeling door de stad en een derde door een natuurlijke omgeving: de laatste herstelt zich het snelst van de stress. Blijkt ook al weer uit een van de onderzoeken naar de relatie tussen natuur en gezondheid. Netjes zijn die onderzoeken op een rij gezet door Agnes van den Berg van het Wageningse instituut Alterra en Magdalena van den Berg van de Gezondheidsraad in hun publicatie ‘Van buiten word je beter’.
Alleen al het kijken naar nestelende vogels, bloeiende papavers of imposante beukenbomen werkt rustgevend. Zelfs dia- of videobeelden van natuur werken ontspannender dan beelden van stedelijk gebied. Bekend zijn de ervaringen in ziekenhuizen. Patiënten die een galblaasoperatie hadden ondergaan, bleken sneller te herstellen en minder sterke pijnstillers nodig te hebben in een kamer met uitzicht op bomen, dan in een kamer waar ze op een bakstenen muur keken. Via psychisch welbevinden werkt natuur dus ook lichamelijke gezondheid in de hand. Vandaar dat er langzamerhand in de zorg en ziekenhuizen meer interesse voor natuur komt. Vanwege het welzijn van de patiënten, maar uiteraard ook vanwege redenen van efficiëntie: het scheelt personeel en wachtlijsten als patiënten eerder naar huis kunnen. In het ziekenhuis van Meppel hebben de patiënten uitzicht op een stel ooievaars. En er zijn inmiddels meer dan honderd zorgboerderijen: plekken waar psychiatrische patiënten, gehandicapten, verslaafden en mensen met burnout opfleuren door het werken met planten, dieren en de ritmes van dag en nacht en de seizoenen. Er zijn trouwens ook tegengestelde tendensen: in sommige ziekenhuizen is het tegenwoordig, vanwege hygiënische voorschriften, verboden om bloemen op de kamer te hebben.

Autoliefhebbers
Hoe kan het dat het zo verfrissend is om in de pauze de zwanen in de vijver te bestuderen of na een fikse ruzie kastanjes te rapen? Daar valt veel over te zeggen. Sommigen denken dat het in onze genen zit: de liefde van mensen voor de natuur zou aangeboren zijn. Immers, het grootste deel van zijn onstaansgeschiedenis heeft de mens doorgebracht in natuurlijke, savanne-achtige omgevingen en dus zou de mens het meest aan zo’n omgeving zijn aangepast en zich er het meest in thuis voelen. Wat minder academisch zijn de verklaringen die de schoonheid van de natuur centraal stellen. Wanneer we iets mooi vinden, houdt dit onze aandacht vast, worden negatieve gedachten geblokkeerd of teruggedrongen, waardoor de rust zijn werking kan doen. En mensen vinden natuur mooi, wederom gestaafd door onderzoek. Mooier, rustiger, gezonder, afwisselender, vertrouwder dan technische objecten. In woonwijken worden ‘natuurlijke’ elementen als privétuintjes, openbaar groen en waterpartijen zeer positief gewaardeerd, terwijl hoogbouw, doorgaand verkeer en geparkeerde auto’s lelijk worden gevonden. Zelfs bij grote autoliefhebbers werkt het kijken naar een boom ontspannender op de hersenen dan een blik op de nieuwste mercedes.
“Op verhaal komen”, dat is volgens Thomas van Slobbe het cruciale weldadige element in de natuur.” Wie in de natuur loopt, is onderdeel van de omgeving en maakt deel uit van ieder verhaal dat zich daarbij ontspint.” Van Slobbe is directeur van Stichting wAarde, drieënhalf jaar geleden opgericht om te werken aan de relatie tussen cultuur en natuur. “We willen de betekenis van de natuur voor de maatschappij versterken en daarbij op zoek gaan naar draagvlak voor natuur.” Vandaar ook dat ‘natuur en gezondheid’ een van zijn nieuwe speerpunten is. Uiteengezet in zijn nieuwe boek(je) 'Een vlechtheg heeft geen haast - mijmeringen over natuur en gezondheid in een ontspannen samenleving'. "Mensen hebben dag in dag uit vele indrukken, op verschillende niveaus", volgens Van Slobbe. "Die moet je verwerken, in lege momenten, inpassen in het verhaal van je eigen leven. Onder druk van de versnelling van ons bestaan, ontzeggen ze zich de ruimte en tijd om op verhaal te komen, en ligt burn-out op de loer." Voor het herkrijgen van krachten - zoals de Dikke van Dale 'op verhaal komen' vertaalt, leent zich de natuur bij uitstek, volgens Van Slobbe. Beter dan bijvoorbeeld tv kijken of een boek lezen, want dan doe je nieuwe input op die ook weer fragmentarisch is en zijn plek moet krijgen. "Een haas die plotseling onder de haag vandaan schiet, de wind die door je haren waait, de takjes die onder je voeten kraken, een landschap dat kleurt door de opgaande zon." Die lijfelijke aanwezigheid in de natuur werkt als een "douche van verwondering, die een helend effect heeft."

Plattelandskinderen
Maar storm en bliksem, wespen- en muggensteken, hooikoorts, overstromingen en akelige spinnen dan? Natuur kan ook beangstigend zijn en bij tijd en wijle ronduit ongezond.
"Het is heel logisch en verstandig de natuur tot op zekere hoogte buiten te sluiten, maar daarin zijn we doorgeschoten", denkt Van Slobbe. Kinderen die in een stedelijke omgeving opgroeien, zijn motorisch minder goed ontwikkeld en vaker allergisch dan plattelandskinderen.  Volgens de onderzoekers Van den Berg en Van den Berg van Alterra en de Gezondheidsraad kunnen "milde gevaren" in de natuur ook positieve effecten op de gezondheid hebben. Amerikaanse jongeren die meededen aan educatieve wildernisprogramma's kenden na afloop niet alleen een grotere harmonie en innerlijke rust, maar ook meer energie en zelfvertrouwen. "Natuur is niet alleen een bron van rust en ontspanning, maar ook van geestelijke en lichamelijke weerbaarheid", volgens beide Van den Bergen. En ze voegen er nog een derde bron aan toe: "van persoonlijke groei en betekenisverlening." Voor politieman Arie Lageweg is het vertoeven en werken in de natuur zijn lust en leven geworden. Het ontkiemen, groeien, strijden, bloeien, bevruchten, sterven en vergaan van al het leven in de natuur leent zich voor identificatie en projectie van veel menselijke gevoelens en daarmee ook voor zingeving.

Eeuwenlang

Dus weg met de stad, leve het platteland en de Oostvaardersplassen? Of gelden grassprietjes tussen de stoeptegels ook als natuur? "Wat natuur is, hangt van je perspectief af", zegt Van Slobbe. "Als ecoloog heb ik natuurgebieden voor ogen, de Ecologische Hoofdstructuur (EHS, de groene ruggengraat van de Nederlandse natuur, MB), een Ecologische Detailstructuur en verbindingszones tussen de gebieden. Maar vanuit het perspectief van natuur en gezondheid is een vlinderstruik met vlinders middenin de stad, waar dochterlief naar staat te kijken, ook natuur. Idem dito een heg met een roodborstje op een bedrijventerrein. En de geraniums in het voortuintje, waar de bejaarde weduwnaar elke dag moeizaam naar toe loopt om er dode blaadjes uit te halen, vind ik dan ook natuur."
Om de stad én het platteland (weer) wat groener te maken en mensen zich weer meer te laten verbinden met natuur en landschap, heeft Stichting wAarde het oude ambacht van heggen vlechten nieuw leven ingeblazen. Eeuwenlang waren ze beeldbepalend in de West-Europese landschappen, de heggen samengesteld uit struiken als meidoorns, sleedoorns en wilde rozen, op zo'n manier vervlochten dat mensen, koeien en grotere roofdieren er niet meer door kunnen. Van ecologische waarde - er groeit en leeft allerlei flora en fauna in en bij een heg - én mooi, vanwege de verschillende bloemen, zaden en bladeren. Door de modernisering van de landbouw zijn ze grotendeels verdwenen en vervangen door prikkeldraad en was het ambacht bijna uitgestorven. Nu organiseert stichting wAarde heggenvlechtcursussen en kochten al vele mensen de speciale vlechthegpaketten van Stichting wAarde bij tuincentrum Intratuin, want ze zijn prima geschikt ter vervanging van de traditionele schuttingen in achtertuinen. "Mensen krijgen privé-afscheidingen en - anders dan bij schuttingen - toch een verbinding met hun omgeving." Het stedelijke milieu wordt er trouwens ook beter van: minder stof en meer co2 die omgezet wordt in zuurstof.

Sprinkhaantje

Op alle bedrijventerreinen vlechtheggen, bepleit Van Slobbe. Want als werknemers op kantoren en in fabrieken zich voor, tussen en na hun werk kunnen verbinden met natuur in hun directe omgeving, kan de toestroom naar de WAO volgens hem met vele procenten worden beperkt. Wonderlijk eigenlijk dat er in het beleid geen enkele aandacht is voor de relatie tussen volksgezondheid en natuur. In een brief aan het nieuwe kabinet - toen nog in wording - wees Van Slobbe er op dat investeringen in natuur gunstig zijn voor de volksgezondheid. Een bedankbriefje kreeg hij van informateur Donner, "maar ik heb er geen hele hoofdstukken in het regeerakkoord over teruggevonden", zegt hij met een glimlach. "Het komt wel, het heeft tijd nodig."
Ondertussen zit Van Slobbe er mee in zijn maag, met mensen - ook in zijn eigen omgeving - die een burnout hebben en gevangen zitten in een neerwaartse spiraal. Het op verhaal komen kost tijd en die nemen of krijgen mensen juist niet. Lageweg vertelt over een overspannen kennis die hij een tijdje geleden het natuurgebied innam om er aan de slag te gaan. "Na twee dagen liep hij weg. Je moet al een zekere rust gevonden hebben, om de natuur te waarderen."
En dan is er nog een vergelijkbaar probleem. Eind 2001, drie maanden nadat Arie Lageweg weer aan het werk ging - "genezen door de natuur" - meldde hij zich weer ziek. "Op het werk was niks veranderd: te veel werk voor te weinig mensen." . Van Slobbe: “Meer natuurbeleving alleen is niet zaligmakend. Het is een stapje naar een meer ontspannen samenleving. En in ieder geval een beter middel dan mensen parkeren in de WAO of vluchten in de chemie van tranquilizers.” De opmars van tijdsbesparende apparaten in werk en dagelijks leven heeft weliswaar voordelen, maar constateert Van Slobbe, “levert paradoxaal genoeg geen tijdsbesparing op, juist meer ongeduld en trekt je weg van je eigen lichamelijke en natuurlijke ritmes. Werk wordt steeds meer afgestemd op de snelheid van faxen, mobiele telefoons, internet, email en transportmiddelen en mede daardoor krijgen mensen een burnout.” Van Slobbe denkt dat wanneer werknemers in de pauze langs vlechtheggen, wilgen en beekjes kunnen wandelen, dat er aan bijdraagt dat mensen de regie over de apparaten blijven houden, in plaats van andersom. “In ieder sprinkhaantje, in iedere korenwolf, in iedere appelboom of kornoelje zien wij een deel van onszelf gespiegeld. Natuur en landschap helpen je herinneren aan wie je werkelijk bent.”

Literatuur:
* Een vlechtheg heeft geen haast - Mijmeringen over natuur en gezondheid in een ontspannen samenleving, Uitgeverij wAarde, ISBN 90 76661 057, € 12,95

* Van buiten word je beter - Een essay over de relatie tussen natuur en gezondheid, A. van den Berg en M. van den Berg, Alterra, Wageningen (info@Alterra.nl)


Gepubliceerd in Milieudefensie Magazine, oktober 2002