Niemand zit te wachten op uitgeklede boeren


Zoals viel te voorzien, is de melkproductie flink toegenomen, sinds de afschaffing van het melkquotum. Met akelige gevolgen voor boer, koe, natuur en landschap. Helemaal niet nodig, met een wat hogere melkprijs.


De afgelopen paar jaar zijn er 20 procent meer koeien in Nederland bijgekomen, maar zien we juist steeds mínder koeien in de wei grazen: rara hoe kan dat? Het simpele antwoord is dat die extra koeien allemaal op stal staan, en niet (meer) buiten. Méér koeien, met steeds minder boeren: die zullen dus wel lekker meer verdienen, als ze per boerderij meer melk kunnen leveren, zul je misschien denken. Dat is dus niet zo: de prijs die boeren voor hun melk kregen, was de afgelopen anderhalf jaar heel laag. Zelfs zo laag, dat veel boeren hun melk onder de kostprijs aan de zuivelfabrieken moesten verkopen, waardoor velen in financiële moeilijkheden kwamen. De boeren krijgen geen eerlijke prijs. Maar terwijl de inkoopprijzen laag waren, daalden de prijzen voor de consument niet: kassa voor vooral de supermarkten. Als de melkveehouders daarentegen een eerlijke prijs zouden krijgen, zou dat heel veel voordelen hebben: het maakt het voor de boeren bijvoorbeeld makkelijker koeien in de wei te aten grazen en rekening te houden met weidevogels.

Melktsunami
In de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw, begon het landbouwbeleid van de EU – gericht op ‘nooit meer honger’ - zo succesvol te worden dat er boterbergen en melkplassen ontstonden. Om die zuiveloverschotten in te dammen werd in 1984 het melkquotum bedacht: elke lidstaat mocht een maximale hoeveelheid melk produceren. Maar op 1 april 2015 is dat quotum afgeschaft: om de melkprijs richting die van de wereldmarkt te krijgen en zo de zuivelindustrie van goedkope melk te voorzien. De zuivelindustrie verlekkerde zich bij voorbaat over ‘de melktsunami die Nederland in 2015 gaat overspoelen.’ Maar milieu-, natuur- en kritische boerenorganisaties voorspelden dat die tsunami vooral ook negatieve gevolgen zou hebben, zoals een nog groter mestoverschot, megastallen en te lage melkprijzen. Helaas kregen ze gelijk.

Rabobank
‘Sinds de melkquotering is afgeschaft, zijn is de gangbare melkveehouderij overgeleverd aan de grillen van de wereldmarkt en dat liegt er niet om’, vertelt Kors Den Hartog, biologisch melkveehouder in Eesveen (Overijssel). Afschaffing van het melkquotum betekende meer koeien, meer melk en dalende prijzen. Tot onder de kostprijs voor boeren. Dat betekent dat de bedrijfskosten voor de boer (land, voer, machines etc.) hoger liggen dan dat de melkfabriek per liter melk uitbetaalt. Die kosten zijn voor de boer de afgelopen jaren juist gestegen: Nederland heeft bijvoorbeeld de duurste landbouwgrond in Europa. Het groeiende aantal koeien leidde tot meer vraag naar grond, zodat de prijs daarvan óók omhoog ging. Meer koeien betekende extra grote stallen en extra melkmachines. Mede aangeschaft onder druk van banken zoals de Rabobank die de agrariërs voorhielden dat alleen met verdere schaalvergroting hun bedrijf toekomst zou hebben. Wel met torenhoge lasten als gevolg, die met de lage melkprijs niet kunnen worden opgebracht en tot financiële nood onder veel boeren heeft geleid.

Wetenschappelijk
De Dutch Dairy Board is een organisatie van melkveehouders die zich inzet voor eerlijke prijzen. ‘Samen met onze Europese zusterorganisaties laten we een wetenschappelijk bureau uitrekenen wat een eerlijke prijs voor de melk is voor de verschillende EU-landen’, vertelt Sieta van Keimpema, voorzitter van de DDB en zelf ook melkveehoudster. Voor Nederland komt die uit op € 0,45 per liter melk, terwijl die afgelopen jaren de prijs onder de 0,30 lag. De kostprijs lag gemiddeld – het verschilt nogal per bedrijf – op 0,36 cent. ‘In onze berekeningen zit ook een reële vergoeding voor de arbeid van de boer. De overheid is daar niet in geïnteresseerd: die gaat er vanuit dat in slechte tijden de boer maar op het inkomen van zijn vrouw moet leven, die een baan buitenshuis heeft.’

Weidevogels
Een ‘eerlijke prijs’ wil ook zeggen dat daarmee de agrariër in staat gesteld wordt om duurzaam en diervriendeijk te boeren. Dus koeien in de wei, geen overbemesting, ruimte voor weidevogels en veevoer uit de regio. Sieta van Keimpema legt uit waarom zulke zaken de boer geld kosten: ‘Als je koeien in de wei hebt lopen, is het meer werk om ze twee keer per dag uit de wei te halen om ze in de stal te gaan melken. Als je later gras maait, om zo weidevogels te beschermen, heb je dus minder gras voor de koeien en moet je meer voer aankopen. Als je koeien in de wei hebt lopen, vertrappen ze een deel van het gras. Het is dus efficiënter om al het gras te maaien, de koeien op stal te houden en ze daar te voeren.’ Desondanks lopen op haar eigen bedrijf de koeien wel een groot deel van het jaar buiten. Keimpema vertelt dat tot eind jaren tachtig de EU-lidstaten de zuivelindustrie een richtprijs voorschreven voor de aan de boeren uit te betalen prijs. Gebaseerd op de kosten die boeren moesten maken. De overheid zou opnieuw zo’n richtprijs moeten invoeren, vindt ze. Ook haar collega boeren zien dat zitten: zo’n twee derde van de melkveehouders wil graag duurzamer produceren als daar een garantieprijs (van € 0,40 ) tegenover staat. Zo blijkt uit een enquête onder boeren, in opdracht van Milieudefensie.

Biologisch
In de biologische landbouw zijn de problemen de afgelopen jaren veel minder groot, omdat de prijzen daar veel minder zijn gezakt. ‘De biologische markt is een Europese markt die door de verwerkers van biologische zuivel wordt beschermd’, legt Kors den Hartog uit. Aangetrokken door de veel betere prijs voor biologische melk, willen veel gangbare boeren graag omschakelen naar biologisch. Maar de zuivelverwerkers letten er daarbij op dat het aanbod van biologische melk niet groter wordt dan de vraag, om te voorkomen dat de biologische melkprijs te veel zakt, zoals bij de gangbare prijs is gebeurd.

Den Hartog vertelt over zijn biologische melkveehouderij: ‘Wij werken met de biologische normen en hebben een bedrijfskringloop die bijna gesloten is. De koeien lopen buiten en we vragen niet het uiterste van hen. De prijs voor biologische prijs is hoger en daardoor ook eerlijker.’


Gepubliceerd in ‘De Pers’ van 2 februari 2017, een ‘spoofkrant’ van Milieudefensie over onze voedselvoorziening, in een oplage van 125.000