Mestbeleid drijft op massale fraude


De Nederlandse veestapel produceert veel te veel mest. De problemen die dat oplevert, moeten met mestbeleid worden getemperd. Maar de mestfraude blijkt zo fors, dat de problemen zich juist opstapelen. ‘Ik heb niet zo’n behoefte de fraudemethoden uit de doeken te doen, want dan gaat er nóg meer gefraudeerd worden.’


Elke Nederlander kan jaarlijks zo’n vijfentwintig keer een bad nemen, telkens gevuld met verse stront. Dit even ter visualisatie van de 71 miljard kilo mest, meer dan 4000 kilo per Nederlander, die de veestapel hier jaarlijks uitpoept. In principe is die mest mooi waardevol spul om de vruchtbaarheid van de bodem op peil te houden, waardoor daarop volop aardappelen, gras of graan kan groeien. Alleen hebben we zóveel dieren per hectare, het hoogste aantal ter wereld, dat het nogal uit de hand is gelopen: er is gewoon veel te veel mest. Waardoor grond- en oppervlaktewater in grote delen van Nederland is vervuild, een flink deel van de soortenrijkdom in de Nederlandse natuur is uitgestorven of ernstig bedreigd en de Europese maximumnormen voor uitstoot bij lange na niet worden gehaald. Tel daarbij op de naar verwachting twintig procent extra melkkoeien die er vanaf 2015 met de afschaffing van het melkquotum gaan komen.

Voor de aanpak van het mestoverschot vertrouwt de overheid op mestwetgeving. Alleen worden de officiële mestregels niet altijd netjes nageleefd: er wordt fors mee gefraudeerd. Gaat het nieuwe beleid van staatssecretaris Dijksma, waaronder verplichte mestverwerking in fabrieken, daar verandering in brengen?

De ‘wet van behoud van massa’, gaat ook in Nederland op. Scheepsladingen vol veevoer worden er de Rotterdamse haven binnengebracht. En vervolgens via de honderd miljoen kippen, twaalf miljoen varkens en vier miljoen runderen (waarvan 2 miljoen melkvee) omgezet in eieren, vlees en zuivel plus scheepsladingen vol mest, waartegen de Nederlandse bodem, lucht en water niet bestand zijn. Sinds zo’n dertig jaar wordt geprobeerd met beleid het mestprobleem aan te pakken. De ‘interim-wet beperking varkens- en pluimveehouderijen’ moest vanaf 1984 de hoeveelheid op het land gebrachte mest binnen de perken houden. Omdat die wet onvoldoende werkte werd twaalf jaar later het Mineralen Aangiftesysteem (Minas) ingevoerd. Waarna het Europese Hof van Justitie er 2003 aan te pas moest komen om te concluderen dat ook met dat systeem nog steeds te veel mest in het milieu terechtkomt: Nederland liep niet in de pas met de Nitraatrichtlijn van de EU, was de conclusie.

Nieuwe regels bepalen daarom sinds 2006 wanneer op welke gronden agrariërs mest mogen uitrijden en dat ze een mestboekhouding moeten bijhouden. Toegekende ‘dierrechten’ schrijven een maximum aantal kippen en varkens per boer voor. Daarnaast werd de melkveestapel tot nu toe binnen de perken gehouden door een melkquotum. Desondanks lukt het Nederland niet zich aan de Europese nitraatrichtlijn te houden. De EU verleent Nederland daarom ‘derogatie’: toestemming om in plaats van 170 kilo (de Europese norm), 250 kilo stikstof per hectare uit te stoten. Die toestemming was eind 2013 verlopen, maar via onderhandelingen probeert Nederland de ‘derogatie’ verlengd te krijgen.

Op dit moment worden nieuwe belangrijke hoofdstukken geschreven in de historie van het Nederlandse mestbeleid. Sinds 1 januari is het verplicht om het teveel aan (nitraat in) mest te verwerken in fabrieken, zodat de mest kan worden geëxporteerd of vergist, om het te verkopen als ‘groene energie’. ‘Mestprobleem opgelost, schaf de dierrechten voor kippen en varkens maar af’, vonden de boerenbelangenorganisaties, die hoopten daarmee de veestapel weer te kunnen laten groeien. Maar staatssecretaris Dijksma heeft zelf vooralsnog te weinig vertrouwen in die mestverwerking: de beoogde verwerkingsfabrieken komen maar moeizaam van de grond, onder andere omdat omwonenden er vaak bezwaar tegen maken. De staatssecretaris liet daarom in december weten de dierrechten tot 2018 te willen handhaven ‘als stok achter de deur.’ Ook vindt ze dat de melkveehouderij na afschaffing van het melkquotum in 2015 grondgebonden moet blijven, al is nog niet duidelijk hoe ze dat invult.

De voortdurend veranderende en in aantal toenemende mestregels hebben de boel er niet helderder op gemaakt. Waardoor het toezicht op de naleving van die regels een probleem is, ook omdat het financieel nogal aantrekkelijk is om ze niet al te serieus te nemen: er wordt veel gefraudeerd met mest en mestverwerking. Heel veel zelfs, werd de afgelopen weken duidelijk: ‘In bepaalde delen van Nederland is 40 procent van de mest zwart’, zei bijvoorbeeld LTO-voorman Jaap Haanstra. Niet zozeer duidend op de kleur van de dierenpoep, maar het op de illegale mestpraktijken. Op de bijeenkomst in Groningen waar Haanstra sprak, werden verschillende voorbeelden van fraude in Noord-Nederland genoemd. Op papier wordt dan bijvoorbeeld drijfmest van veehouders naar akkerbouwgronden tien kilometer verderop gebracht of geëxporteerd, maar in de praktijk bijvoorbeeld naast de stal op het land gebracht. Omdat dat makkelijker is én goedkoper. Een Noord-Nederlandse plattelandsbewoonster, waarvan de naam bij de redactie bekend is, vertelde: ‘In september nog vernam ik van een boer die aan weidevogelbeheer doet, dat hij op papier en dus tegen betaling mest van een buurman afneemt, zonder dat de mest daadwerkelijk bij hem wordt uitgereden. Hij werkt dus mee aan fraude.’

Uit andere delen van Nederland komen vergelijkbare verhalen: ‘Dertig tot veertig procent van het totale mestvolume in Zuidoost-Nederland wordt illegaal verhandeld’, volgens Cumela, brancheorganisatie van mestverwerkers en –transporteurs. Dat baseert de organisatie op een rondgang langs de aangesloten organisaties. Die klagen over de grote hoeveelheden mest die illegaal worden afgezet en het gebrek aan handhaving. Hoe hard die dertig tot veertig procent precies is, kan Cumela niet zeggen. Woordvoerder Hans Verkerk: ‘Het gaat om een inschatting, gebaseerd op signalen van onze organisaties in de regio.’ Omdat het nu eenmaal om illegale acties gaat, zijn harde cijfers lastig boven tafel te krijgen. ‘Zelfs de Voedsel- en Warenautoriteit (VWA) lukt het niet om het te bestrijden, anders zouden ze het wel doen.’ De drang om te frauderen komt volgens Verkerk vooral van agrariërs: ‘Die moeten veel geld betalen om mest af te voeren.’ Via de officiële weg dan, de illegale is veel goedkoper én makkelijker. ‘Ik heb niet zo’n behoefte om uit de doeken te doen hoe dat precies in zijn werk gaat, want dan doe ik mensen ideeën aan de hand en wordt er nóg meer gefraudeerd’, zegt Verkerk.

‘Er zijn heel veel foefjes om te frauderen’, vertelt Joop van Leijsen, mestdistribiteur in Zeeland en aangesloten bij Cumela. ‘Ik zit dagelijks tussen de boeren: ze vertellen me alles. Je kunt bijvoorbeeld grond huren op Texel en dan de mest op papier daarnaartoe brengen. Er worden ook heel veel nepmonsters gemaakt. Veehouders zetten transporteurs onder druk om met monsters ter knoeien, zodat er officieel meer wordt afgevoerd dan in werkelijkheid.’

Hoe verder weg de mest moet worden afgezet, hoe duurder het wordt. ‘Als het hier ergens op Tholen naar toe gaat, kost het 6,5 euro per kuub, maar van hier uit naar IJsselstein kost het tien tot twaalf per kuub.’ De onlangs ingevoerde verplichte mestverwerking, die het vooral van de export van bewerkte mest moet hebben, maakt alles nog veel duurder. ‘Waardoor de fraude alleen maar zal toenemen’, volgens Van Leijsen. ‘”Als het op papier maar klopt” is het motto, niet alleen van fraudeurs, maar ook van de politiek, de Voedsel- en Warenautoriteit en standsorganisaties.’

Boerenorganisatie LTO, branchevereniging Cumela en Transport en Logistiek Nederland hebben samen met staatssecretaris Dijksma aangekondigd de fraude strenger te willen aanpakken. Ze denken bijvoorbeeld aan een onafhankelijke bemonstering van mest en het inbouwen van vaste GPS-apparatuur in mesttransportmiddelen. Van Leijsen is voorstander van die maatregelen, maar betwijfelt of het voldoende zal zijn. Want tegelijkertijd wordt de fraudedruk, behalve door de verplichte mestverwerking, ook groter door het groeiende aantal melkkoeien: vooral in oost-Nederland schieten de afgelopen tijd de nieuwe en grotere stallen uit de grond van boeren die vooruitlopen op de afschaffing van het melkquotum in 2015. De staatssecretaris heeft aangekondigd dat ze de melkveehouderij grondgebonden wil houden, maar heeft het voorstel van Milieudefensie en Natuur en Milieu om maximaal twee koeien per hectare te laten grazen, niet omarmd: ze wil dat er een maximum aan fosfaat per hectare door de koeien wordt uitgescheten. Dat is moeilijker te controleren dan het aantal koeien per hectare en dus ook fraudegevoeliger.

Tonny Stoltenborg van Stichting Natuur en Milieu Aalten woont in zo’n gebied waar de boeren zich voorbereiden op een grotere veestapel. ‘Er ligt een enorme ammoniakdeken over grote delen van de Achterhoek’. Behalve met de mest in vaste en vloeibare vorm, wordt er volgens hem ook gefraudeerd met luchtwassers in de stallen, die de ammoniakuitstoot moeten beperken. ‘Onlangs was er hier in de buurt nog een geval van een boer die ze op papier al vijf jaar had, maar in de praktijk niet. Hij kwam er zonder boete van af.’ Officiële cijfers onderbouwen die praktijk van ontbrekende of niet werkende luchtwassers: Het Rivm spreekt van ‘Naleeftekorten bij luchtwassers in de intensieve veehouderij waardoor de veronderstelde emissiereductie van de werking luchtwassers voor de helft teniet gedaan wordt.’

Officieel is het mestoverschot in Nederland twintig procent. Maar door wijdverbreide fraude is dat feitelijk flink groter en dus zijn ook de veroorzaakte problemen nóg veel groter dan in de beleidsstukken waarop de overheid zich baseert. Maatschappelijke onrust daarover is er nauwelijks en over een kleinere veestapel als een werkbare oplossing, hoor je vrijwel niemand. Stoltenborg: ‘Het voornaamste doel van de overheid is blijkbaar dat de schoorsteen moet blijven roken. In plaats van beter, wordt het daardoor steeds gekker. Daar word je niet vrolijk van.’

Gepubliceerd in Down to Earth Magazine, februari 2014