Biologisch boeren biedt juist hoop voor de armsten


Juist de armsten in ontwikkelingslanden zijn gebaat bij biologische landbouwmethoden, blijkt uit rapporten van de Verenigde Naties.

Ja hoor, daar is-tie weer, de simplificatie met  ‘biologische landbouw kun je de wereld niet voeden. Dit keer van theoloog Ralf Bodelier in Trouw van 21 september die daarvoor Louise Fresco’s ‘Hamburgers in het Paradijs’ opnieuw opdient en voorziet van een  zwaar demagogische saus door aan het nationaal-socialisme te refereren. Ironisch genoeg verschijnt Bodeliers verhaal een paar  dagen nadat een rapport van de Verenigde Naties  (Trade and Environment report 2013, UNCTAD) diametraal de tegenovergestelde conclusie trekt: ‘Ecologische intensivering is nodig, weg van de conventionele op mono-cultures gebaseerde industriële productie die te veel afhankelijk is van kunstmest, chemicaliën en krachtvoer.’ Juist om de honger in de wereld te bestrijden en de positie van kleine boeren te versterken, volgens het rapport.

‘Voor biologische landbouw is meer grond nodig, dus  is het een gevaar voor de voedselvoorziening’, is het argument van Bodelier dat hij grotendeels aan Fresco ontleent. Vorig jaar heb ik Fresco  in een interview grondig ondervraagd over haar stelling ‘biologisch kost zes keer zoveel grond’. Ze moest daarin uiteindelijk toegeven dat ze die alleen baseerde op een onderzoek in de tarweteelt, zonder daarbij de negatieve externe effecten van de gangbare landbouw  (vervuiling, overbemesting, ontbossing, overconsumptie) in mee te wegen. Ze gaf toe dat als je naar de biologische landbouw in zijn geheel kijkt (holistische benadering, waarin de biolandbouw juist zo sterk is), het plaatje heel anders wordt. Dat haar ongenuanceerde ‘biologische landbouw kost zes keer zoveel grond’ vooral is blijven hangen, was volgens haar de schuld van de media.

Honger heeft zelden iets te maken met voedselschaarste. Er is op dit moment voldoende voedsel om 12 to14 miljard mensen te voeden. Dat toch een miljard mensen honger heeft en nog eens een miljard ondervoed is, wordt veroorzaakt door gebrek aan toegang tot voedsel. Door te weinig koopkracht, gebrekkige toegang tot productiemiddelen, oorlog, geweld.
Ja, inderdaad, in de landen in gematigde gebieden (Europa en Noord-Amerika), levert een hectare biologisch bewerkte grond minder kilo’s op: tien tot vijftien procent, dus beslist niet zo extreem veel minder als Bodelier en Fresco suggereren.

In ontwikkelingslanden zorgen juist biologische methoden voor hogere opbrengsten. ‘Uit onderzoek blijkt dat agro-ecologische methoden beter dan kunstmest zorgen voor hogere productie in gebieden waar de hongerigen wonen, vooral in ongunstige teeltomstandigheden’, volgens Olivier De Schutter , speciale rapporteur van de Verenigde Naties voor het recht op voedsel in ‘Agro Ecology and the right to food’ . Gemiddeld genomen zorgen agro-ecologische benaderingen voor een 116 procent hogere opbrengst in Afrikaanse projecten. De Schutter concludeert dan ook: ‘Industriële landbouwmethoden zijn gebaseerd op dure input, ze zorgen voor klimaatverandering en zijn bovendien niet opgewassen tegen klimaatschokken. Het is gewoon niet meer de beste keuze.’

Ten slotte ontbreekt er iets cruciaals in de analyse van Bodelier, Fresco en andere aanhangers van de industriële landbouw: macht. Oftewel wie heeft het voor het zeggen in de voedselketen? Zowel in ontwikkelingslanden als in Nederland zijn de afgelopen jaren allerlei regionale en lokale initiatieven ontstaan van boeren en burgers: voedselcoöperaties, eigen vermarkting, boerenmarkten, groenteabonnementen, verkoop aan huis, eigen verwerking, Smaakweken, schooltuinen, Slow Food, de populariteit van moestuinieren. Bodelier en Fresco doen het doen dat allemaal af als voortkomend uit misplaatste romantiek. Maar een boer die geen chemische bestrijdingsmiddelen koopt, is daarmee minder afhankelijk van de industrie en meer baas over eigen erf. Feitelijk zijn het stapjes waardoor boeren en consumenten zélf weer meer te zeggen krijgen in de voedselproductie. Ten koste van de macht van wetenschap, agro-chemische en verwerkende industrie, supermarkten en banken. Bodelier en Fresco staan aan de kant van de macht. De ‘we-want-our-food-back-movement ‘ , de nieuwe sociale beweging van onze tijd, biedt daarentegen hoop, ook voor de allerarmsten in de wereld.

Gepubliceerd in Trouw (in een iets ingekorte versie), 26 september 2013

----
Hieronder een vergelijkbaar stuk, o.a. op deze site geplaatst op  15-10-'12, naar aanleiding van een interview met Louise Fresco in de Volskrant:

De biologische landbouw verwijten dat het de voedselvoorziening in gevaar brengt, is de wereld op zijn kop.

‘Biobashing’ lijkt de laatste weken een beetje in de mode. Biologisch is niet gezonder, zou uit onderzoek blijken. Een plofkip is beter voor het milieu, beweerde Dijkhuizen, de voorman van de Universiteit Wageningen en hetzelfde vindt hoogleraar Louise Fresco. Die meent bovendien dat biologische landbouw een bedreiging is voor de wereldvoedselvoorziening. ‘Alles biologisch kost zes keer zo veel land’, zei ze zaterdag 6 oktober in een interview in de Volkskrant. Aanleiding was het verschijnen van haar boek ‘Hamburgers in het paradijs’.

Die golf van ‘biobashing’ is opmerkelijk, want zowel in Nederland als in de wereld, stelt het areaal waarop biologische wordt geboerd, nog steeds niet veel voor: een paar procenten. Blijkbaar voelen de protagonisten van de intensieve industriële landbouw zich desalniettemin bedreigd of aangevallen. Fresco zegt dat ze een genuanceerd verhaal wil houden, maar is dat tegelijkertijd minder dan in haar vorige boek Nieuwe Spijswetten (2006). Destijds vond ze nog dat ‘de veronderstelling dat honger gelijk staat aan calorie- en eiwitgebrek en dat dus de landbouw en de voedselindustrie zich moeten richten op veel en goedkoop eten’ een ‘foute premisse’. Nu zegt ze in de Volkskrant: ‘We moeten de komende jaren ongelooflijk veel meer voedsel produceren’.

Veel voedseldeskundigen hangen Fresco’s vroegere standpunt aan, zoals de Olivier de Schutter, speciale rapporteur van de Verenigde Naties voor het recht op voedsel: ‘Honger heeft zelden te maken met voedselschaarste’. Er wordt op dit moment genoeg voedsel geproduceerd voor 12 miljard mensen. Honger wordt veroorzaakt oorlog, geweld, gebrek aan koopkracht, en toegang tot land en productiemiddelen.

In sommige gebieden is een hogere productie per hectare nodig. Maar Fresco’s stelling dat biologisch zes keer zoveel land kost, is op raadselen gebaseerd. Ja, inderdaad, in de landen in gematigde gebieden (Europa en Noord-Amerika), levert een hectare biologisch bewerkte grond minder kilo’s op: tien tot vijftien procent, dus beslist niet zes keer zo weinig. In ontwikkelingslanden zorgen juist biologische methoden voor hogere opbrengsten. ‘Uit onderzoek blijkt dat agro-ecologische methoden beter dan kunstmest zorgen voor hogere productie in gebieden waar de hongerigen wonen, vooral in ongunstige teeltomstandigheden’, volgens De Schutter in ‘Agro Ecology and the right to food’ (2011). Gemiddeld genomen zorgen agro-ecologische benaderingen voor een 116 procent hogere opbrengst in Afrikaanse projecten. De Schutter concludeert dan ook: ‘Industriële landbouwmethoden zijn gebaseerd op dure input, ze zorgen voor klimaatverandering en zijn bovendien niet opgewassen tegen klimaatschokken. Het is gewoon niet meer de beste keuze.’

Op de hoge opbrengsten die Fresco de industriële landbouw toedicht, valt bovendien het een en ander af te dingen. De Nederlandse intensieve veehouderij bijvoorbeeld, levert per hectare waanzinnig veel kilo’s vlees. Maar al veel minder als we de grond er bij betrekken die elders, bijvoorbeeld Zuid-Amerika, wordt gebruikt om veevoer te verbouwen: er is bijna een oppervlakte zo groot als heel Nederland nodig voor alleen al de soja voor de Nederlandse kippen, koeien en varkens. In de Volkskrant zegt ze dat die soja-import uit Brazilië niks van doen heeft met de honger aldaar. Daar denken de inheemse bewoners van de Amazone, die werden verdreven van hun leefgebied om plaats te maken voor grootschalige sojateelt, toch heel anders over. Hier te lande worden de scheepsladingen soja omgezet in vlees, zuivel, eieren en een overdosis stront, met de bekende akelige gevolgen voor de Nederlandse natuur. Maar het verhaal is nog niet ten einde. Om de een of andere reden blieven de Nederlandse consumenten geen kippenvleugels. De oplossing is het overschot aan kippenvleugels op de West-Afrikaanse markt te dumpen, alwaar de lokale kippenproductie wordt kapotgeconcurreerd. De Nederlandse intensieve landbouw heeft dus wel degelijk met de honger en armoede in de wereld te maken heeft.

Ten slotte ontbreekt er iets cruciaals in de analyse van Fresco en andere aanhangers van de industriële landbouw: macht. Oftewel wie heeft het voor het zeggen in de voedselketen? Zowel in ontwikkelingslanden als in Nederland zijn de afgelopen jaren allerlei regionale en lokale initiatieven ontstaan van boeren en burgers: voedselcoöperaties, eigen vermarkting, boerenmarkten, groenteabonnementen, verkoop aan huis, eigen verwerking, Smaakweken, schooltuinen, Slow Food, de populariteit van moestuinieren. Fresco doet dat allemaal af als voortkomend uit misplaatste romantiek. Maar een boer die geen chemische bestrijdingsmiddelen koopt, is daarmee minder afhankelijk van de industrie en meer baas over eigen erf. Feitelijk zijn het stapjes waardoor boeren en consumenten zélf weer meer te zeggen krijgen in de voedselproductie. Ten koste van de macht van wetenschap, agro-chemische en verwerkende industrie, supermarkten en banken. Fresco is als commissaris bij de Rabobank en bestuurder bij Unilever een representant van die macht. De Rabobank heeft bijvoorbeeld flinke financiële belangen bij de sojateelt in Brazilië en het voorbestaan van de intensieve veehouderij. Dat hoeft natuurlijk niet de verklaring te zijn voor Fresco’s strijd tegen de biologische landbouw. Maar het roept wel vragen op over haar geloofwaardigheid.

Geplaatst: 15-10-'12